Ontgrondingen

Bij ontgronden wordt de hoogteligging van een terrein of de bodem van een water lager. Deze activiteiten vallen onder de Ontgrondingenwet. Het gaat bij een ontgrondingsprocedure om het verlenen van vergunningen. In het kader van de vergunningverlening maakt men vaak wel een ontgrondingenplan, inrichtingsplan en een compensatieplan. Deze hebben echter geen juridische status, want de ruimtelijke verankering vindt plaats in bijvoorbeeld de structuurvisie of het bestemmingsplan. Als voor de ontgronding planologische medewerking nodig is in de vorm van een bestemmingsplan, inpassingsplan of projectbesluit, dan is het watertoetsproces in dat kader al verplicht. In andere gevallen is het goed gebruik om bij de vergunningverlening ook het watertoetsproces te volgen.

Vergunning
Voor bepaalde (veelal schaarse) oppervlaktedelfstoffen maakt het Ministerie van VROM afspraken met Gedeputeerde Staten van de afzonderlijke provincies. Na vastlegging van locatiekeuzen in de structuurvisie zal dit ook zijn doorwerking moeten krijgen in bestemmingsplannen. Ook kleinere niet in een streekplan aangegeven winplaatsen, vragen om planologische medewerking van de betreffende gemeente. De Minister van Verkeer en Waterstaat kan op grond van artikel 8 lid 1 van de Ontgrondingenwet vergunning verlenen voor zowel ontgrondingen in de zee, als in specifiek aangewezen rijkswateren, dan wel in de ingepolderde gedeelten van het IJsselmeer. Voor de overige ontgrondingen kunnen Gedeputeerde Staten vergunning verlenen. Dit laatste al dan niet in overleg met (hogere) andere overheden.

Waterhuishoudkundige belangen
De provincie heeft de bevoegdheid de vergunningverlening over te dragen aan een waterschapsbestuur in geval de ontgronding uitsluitend een huishoudelijk belang van het waterschap dient. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van alle bij de ontgronding betrokken belangen, waaronder herinrichting en aanpassing van de omgeving. De voorschriften kunnen ook betrekking hebben op het beheer. Bij de vergunningverlening zullen Gedeputeerde Staten rekening moeten houden met waterhuishoudkundige belangen. Daarnaast dienen zij te motiveren wat de effecten zijn van de beoogde ontgronding op het functioneren van het watersysteem. Deze taak vloeit voort uit de te maken belangenafweging door Gedeputeerde Staten. Het watertoetsproces geeft hier nader vorm en inhoud aan.

Uitzonderingen
In principe is voor iedere ontgronding een vergunning vereist. Mogelijke uitzonderingen hierop zijn aangegeven in een provinciale ontgrondingenverordening. Zo is het op basis van een provinciale ontgrondingenverordening soms niet nodig een ontgrondingvergunning aan te vragen indien een actueel bestemmingsplan in de ontgronding voorziet. Het betreft hier veelal kleine ontgrondingen. De Ontgrondingenwet is op basis van artikel 4 niet van toepassing in gevallen dat gevaar dreigt voor dijkdoorbraak of voor overstroming van gronden. Ook is de wet niet van toepassing op de uitvoering van een landinrichtingsplan of een aanpassingsplan in de zin van de Wet inrichting landelijk gebied en op de uitvoering van een provinciaal milieuprogramma in het kader van bodemverontreiniging.

Zie onderstaand schema

Minister van V&W of gedeputeerde staten

Fase

Waterbeheerder

houdt vooroverleg met de ontgronder

verwijst naar informatie over waterbeheer

betrekt waterbeheerder bij overleg

vraagt gemeente of die planologisch wil meewerken

vraagt zo nodig om geohydrologische rapport
Idee- en initiatieffase volgt initiatieven voor zand-, grind- en kleiwinning

geeft waterinformatie

vraagt specifiek aandacht voor grondwater

denkt mee over de gevolgen en oplossing daarvoor

overlegt zonodig met andere waterbeheerders

sturen vergunningsaanvraag naar waterbeheerder(s) Ontwikkel- en adviesfase

geeft reactie op vergunningaanvraag

meldt als er vergunning of ontheffing van de waterbeheerder vereist is

betrekken wateraspecten bij de (ontwerp)beschikking

sturen ontwerpbeschikking met waterparagraaf naar waterbeheerder

nemen besluit en motiveren eventuele afwijkingen van het wateradvies

melden adviezen en bedenkingen die zijn ingebracht

leggen besluit ter inzage

houdt waterbeheerder op de hoogte

overlegt met waterbeheerder als besluit afwijkt van wateradvies
Besluitvormingsfase

geeft wateradvies en reageert op concept waterparagraaf

volgt de besluitvorming

dient zo nodig een zienswijze in

geeft zo nodig en mogelijk ontheffing of vergunning

overlegt met provincie over eventuele afwijking in besluit
Ontgronder voert het werk uit (doorgaans een particuliere zand- grind of kleiwinner) Uitvoering en beheer volgt de uitvoering