Planvorming aanpassing provinciale wegen

Achtergrond
Bij de voorbereiding van wegenprojecten is het Provinciaal verkeers- en vervoersplan van belang. In dit beleidsplan is aangegeven welke nieuwe wegverbindingen of wegomleggingen volgens de provincie noodzakelijk zijn. Het tracé is globaal aangeduid. Het kan gaan om geheel nieuwe wegen, maar ook om wegomleggingen. Na vaststelling van het plan worden specifieke projecten gestart. Voor het aanpassen van provinciale wegen is geen wettelijk kader. Alleen moet voor een aantal (grotere) wegen een milieueffectrapportage worden uitgevoerd op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Wet Milieubeheer). De juridische verankering vindt plaats in het kader van een vastgesteld ruimtelijk plan, meestal een provinciale structuurvisie.

Te nemen stappen voor het aanpassen van wegen
De eerste stap in de planvorming van aanpassing van wegen is een verkeerskundige verkenning naar het probleem met mogelijke oplossingsrichtingen. Daarna beslist Gedeputeerde Staten of zij met de voorbereiding van wegaanpasssing verder gaat. Voor grotere wegen wordt daarna een milieueffectrapportage gestart. De hiervoor te nemen stappen zijn in feite gelijk aan die voor rijkswegen, waarbij initiatiefnemer en bevoegd gezag uiteraard een andere overheid (de provincie) is. De milieueffectrapportage resulteert uiteindelijk in een tracévaststelling. Het tracévaststellingsbesluit en de provinciale structuurvisie die hiervoor nodig is, worden gelijktijdig aan Provinciale Staten ter besluitvorming voorgelegd. De reden hiervoor is dat op grond van het tracévaststellingsbesluit geen bezwaar en beroep mogelijk is, terwijl dit bij een provinciale structuurvisie wel aan de orde is. De provincie gaat verder met een gedetailleerd plan (o.a. nauwkeurige kostenraming), bestekvoorbereiding en grondverwerving, uitvoering en uiteindelijk een evaluatie. Voor kleinere projecten is in de praktijk vaak sprake van een combinatie van de fasen ‘tracévaststelling’ en ‘gedetailleerd plan’.
Bij reconstructies van wegen leidend tot verbredingen is vaak een bestemmingsplanwijziging nodig.

Rollen in de watertoets

Initatiefnemer

De provincie is initiatiefnemer voor de watertoets. Gedeputeerde Staten bereidt de besluiten voor. Provinciale Staten zijn verantwoordelijk voor het nemen van een tracévaststellingsbesluit en de provinciale structuurvisie.

Waterbeheerder
De waterschappen, maar ook provincie en/of Rijkswaterstaat kunnen als waterbeheerders betrokken zijn.

Het proces van de watertoets

Het is de verantwoordelijkheid van de provincie de waterbeheerders op relevante momenten te betrekken bij de ruimtelijke keuzen in PVVP en provinciale structuurvisie. Daarna ligt het accent voor de watertoets vooral in de voorbereidingsfase van de tracévaststelling. Dat begint bij de verkeerskundige verkenning. Ten behoeve van de watertoets worden de waterbeheerders bij aanvang van de verkenning op de hoogte gesteld. Bij het duiden van oplossingsrichtingen kan het relevant zijn de invloed op het watersysteem te kennen. De waterbeheerders kunnen de benodigde informatie daarvoor aandragen. In de volgende stap, de milieueffectrapportage, zijn de werkzaamheden voor de watertoets te verweven met die voor de milieueffectrapportage. Ideeën daarvoor kunnen worden gevonden in het hoofdstuk over de tracé/mer procedure voor rijkswegen, hoewel alle wettelijke stappen daarin voor de provincie niet van toepassing zijn. Bij aanvang van een milieueffectrapportage wordt vaak een projectgroep in het leven geroepen. In het kader van de watertoets zal de provincie de waterbeheerders daarvoor uit kunnen nodigen.