Ontheffing

Wat is een ontheffing?

De gemeente kan, net als onder de oude WRO van vóór 1 juli 2008, ontheffing verlenen van het bestemmingsplan voor planologische ‘kruimels’. ‘Ontheffing’ is het nieuwe woord voor vrijstelling. De gemeente verleent dan toestemming voor iets dat niet binnen het bestemmingsplan past maar wat zij desondanks toch toe wil staan. Welke gevallen daaronder kunnen vallen staat in artikel 4.1.1 van de Bro. Een voorbeeld is bijvoorbeeld een gebouwtje voor het waterverkeer met een oppervlakte van 50 m2, bestaande uit één bouwlaag met een maximumhoogte van 5 meter. Naast de permanente ontheffing kent de Wro de tijdelijke ontheffing. Dit instrument kan een gemeente toepassen voor tijdelijke voorzieningen. De ontheffingstermijn hiervoor bedraagt ten hoogste vijf jaar.

Rollen van initiatiefnemer en waterbeheerder in het watertoetsproces bij een ontheffing

Er bestaat geen wettelijke verplichting om voor een ontheffing een wateradvies te vragen. In het Nationaal bestuursakkoord Water is echter afgesproken dat het watertoetsproces van toepassing is op alle ruimtelijke plannen die van invloed zijn op het watersysteem. De kans is klein dat het bij een ontheffing gaat om een ingreep die van invloed is op het watersysteem. Een ontheffing verleent de gemeente immers voor relatief kleine ingrepen. Daarom ligt het niet voor de hand om over een ontheffing uitgebreid overleg over te voeren. Het is raadzaam om in zijn algemeenheid afspraken te maken tussen waterbeheerder en initiatiefnemer over welke gevallen consultatie van de waterbeheerder niet nodig is. Op die manier wordt niet onnodig tijd ‘verloren’ met papierwerk over kleine ingrepen en kan de waterbeheerder zijn energie steken in het overleg over strategische zaken en grote ruimtelijke ingrepen.

Context
Een gemeente kan ontheffing verlenen op het bestemmingsplan. Een ontheffing is een manier om te voorkomen dat een gemeente voor relatief kleine ingrepen een bestemmingsplan moet wijzigen. Ook voorkomt het situaties waarin een gemeente een ingreep moet weigeren op basis van het bestemmingsplan terwijl de ingreep in de praktijk niet strijdig is met ‘een goede ruimtelijke ordening’ omdat de ingreep relatief onbetekenend is.