Rol waterbeheerder in de besluitvormingsfase

Beoordelen of watertoetsproces goed is doorlopen
Op het moment dat de gemeente een ontwerpbestemmingsplan ter inzage legt beoordeelt de waterbeheerder of het plan op een juiste manier het watertoetsproces heeft doorlopen en of de juiste afwegingen zijn gemaakt. Dat doet de waterbeheerder dus vóór het besluit is genomen. De verplichte provinciale goedkeuring van bestemmingsplannen en van de verklaringen van geen-bezwaar die vóór 1 juli 2008 onder de oude WRO nog bestond, is komen te vervallen. De waterbeheerder bepaalt op eigen initiatief of de wateraspecten op een goede manier in het ontwerp zijn opgenomen en voldoende juridisch zijn geborgd. En wanneer andere belangen voorgaan, beoordeelt hij of er voldoende compensatie in het plan zit.

Zienswijze
Als de waterbelangen niet voldoende zijn meegewogen, dient de waterbeheerder een zienswijze in tegen het ontwerpbestemmingsplan. Het indienen van een zienswijze biedt geen volledige borging. Weegt een waterbelang naar het oordeel van de waterbeheerder zo zwaar dat hij het beter wil borgen, dan overlegt hij met de provincie en/of de VROM-inspectie. In overleg bespreken zij of het zinvol en haalbaar is om ook als provincie of VROM-inspectie een zienswijze in te dienen.

Reactieve aanwijzing
Als VROM-inspectie en/of provincie een zienswijze indienen en blijkt uiteindelijk dat het wateradvies niet of onvoldoende in een definitief bestemmingsplan of projectbesluit is meegenomen, dan kan de waterbeheerder wederom steun zoeken bij de provincie en/of de VROM-inspectie. Zij kunnen dan een ‘reactieve aanwijzing’ geven. De waterbeheerder zelf kan dat niet. Een reactieve aanwijzing van rijk of provincie is aan enkele voorwaarden gebonden:

  • het betreffende aspect moet als ‘provinciaal belang’ of als ‘rijksbelang’ zijn vastgelegd
  • rijk en provincie hebben het betreffende onderwerp niet eerder kunnen regelen met een verordening, dan wel AMvB, of een pro-actieve aanwijzing.

Deze voorwaarden voor provinciale of rijksondersteuning in deze fase onderstrepen nog eens het belang van breed overleg in een zo vroeg mogelijk stadium op basis van een vertaling van waterbelangen in transparante ruimtelijke doelen.