Rollen van initiatiefnemer en waterbeheerder

De watertoets is in principe niet van toepassing op een aanwijzing. Het is echter wel denkbaar dat doorwerking van nationale waterbelangen of provinciale waterbelangen als het gaat om concrete gevallen, via een proactieve aanwijzing zeker gesteld worden. Daarmee is de proactieve aanwijzing dus wel een instrument dat de waterbeheerder kan gebruiken om doorwerking van waterbelangen veilig te stellen. De waterbeheerder kan daarvoor een aantal stappen ondernemen:

  1. bij het rijk of de provincie erop aandringen om de waterbelangen aan te merken als nationaal of provinciaal belang.
  2. aandringen op het geven van een aanwijzing waarin de doorwerking in bestemmingsplannen etc. wordt opgelegd.
  3. erop toezien dat ruimtelijke beslissingen in overeenstemming zijn met de aanwijzing.
  4. Als de ruimtelijke afweging naar de mening van de waterbeheerder niet voldoende rekening houdt met de waterbelangen kan de waterbeheerder er bij provincie of rijk op aandringen een reactieve aanwijzing te geven.

Je kunt je echter afvragen of deze weg past in de ‘geest van het watertoetsproces’ omdat het watertoetsproces zowel de initiatiefnemer van ruimtelijke plannen als de waterbeheerder uitnodigt om gezamenlijk en in overleg zorg te dragen voor een goede ruimtelijke vertaling van waterbelangen in projecten en plannen. De weg ‘bovenover’ via een proactieve danwel reactieve aanwijzing is duidelijk anders dan het gezamenlijke creatieve proces dat de watertoets nastreeft.