Oppervlaktewaterkwaliteit

Bij een ruimtelijke plan bespreekt de waterbeheerder onder andere de kwaliteit van het oppervlaktewater.

De tabel is bedoeld als checklist bij het beoordelen van kansen en risico’s van voorgestelde ruimtelijke ingrepen.

Oppervlaktewater-kwaliteit

Tegengaan van vervuiling van oppervlaktewater Probeer vervuilingsbronnen zoveel mogelijk te voorkomen. Denk hierbij aan zowel puntbronnen als diffuse bronnen van vervuiling.
Houd rekening met hydrologische ordeningsprincipes. Dit zijn de stroomgebiedsbenadering, positioneringbenadering, de buffer- en zoneringsbenadering en het scheiden van schoon en vuil water. Beperk de inlaat van gebiedsvreemd water. Denk aan de KRW-doelen per afzonderlijk waterlichaam.
Zorg voor een minimale breedte van de watergangen. Enigszins overgedimensioneerde watergangen komen de waterkwaliteit ten goede
Probeer doodlopende watergangen zoveel mogelijk te voorkomen. Circulatie zorgt voor een hogere waterkwaliteit.
Probeer overkluizing van water zoveel mogelijk te voorkomen. Een goede zonlichtdoordringing is over het algemeen beter voor de waterkwaliteit.
Zorg voor voldoende ruimte voor bufferstroken langs watergangen. Teeltvrije stroken zorgen voor een lagere belasting van het oppervlaktewater door mest en bestrijdingsmiddelen. Regel beheer en onderhoud zodat waterkwaliteit op orde blijft.
Houd rekening met verzilting Veranderingen in het waterpeil en de aanvoer van zoet water kan gevolgen hebben voor verzilting van oppervlaktewater.