Veelgestelde vragen

Op deze pagina vindt u een aantal veelgestelde vragen. Staat uw vraag er niet bij? Stel dan een vraag over het watertoetsproces met het vragenformulier.

Wat is de laatste versie van de handreiking en waar kan ik die krijgen?
In juli 2009 heeft het NWO handreiking 3 vastgesteld. Door de komt van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening klopte de informatie in handreiking 2 niet meer. Deze handreiking is, ten opzichte van de Handreiking Watertoets 2, aangepast aan en aangevuld met de nieuwste inzichten en ontwikkelingen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan. De belangrijkste wijzigingen zijn de aanpassingen aan de evaluatie watertoets 2006, de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 01-07-2008) en het ontwerp Nationaal Waterplan. De Handreiking Watertoetsproces 3 geeft een algemene beschrijving van het gedachtegoed achter het watertoetsproces, de wettelijke verankering, de verschillende rollen en producten in het licht van de vernieuwde wetgeving en nieuwe beleidsafspraken. De handreiking is te downloaden op: www.helpdeskwater.nl/watertoetsproces

Wat voor aspecten zou een provincie m.b.t. de watertoets in de provinciale verordening RO kunnen opnemen om een en ander beter te borgen?
Provincies staan hier verschillend in. Voorafgaande aan een verordening, dient het beleid goed geformuleerd te worden in de provinciale ruimtelijke structuurvisie. Een mooi voorbeeld is de manier waarop Groningen dit heeft gedaan.

Op dit moment zijn we bezig met het opstellen van een ontwerp bestemmingsplan. Echter, het lijkt erop dat de toets en daarmee het advies niet tijdig gereed is voor vrijgave van het het ontwerp bestemmingsplan. Is dit juridisch gezien een probleem?
Ja, dat is juridisch gezien een probleem. In het Besluit ruimtelijke ordening (zie bijvoorbeeld "Wettelijk_kader" in het onderdeel "Watertoetsproces" op deze website) is in artikel 3.1.6, eerste lid, sub b vastgelegd dat in het bestemmingsplan moet worden aangegeven wat de gevolgen voor de waterhuishouding zijn ( waterparagraaf ). De waterbeheerder moet op het moment van ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan kunnen uitgaan van de tekst hiervan, en niet van de informele informatie dat deze nog niet definitief is.

In de planontwikkeling van een (bestaande) wijk is er uitgekomen dat een duiker in een primaire waterloop moet worden vergroot. Wie moet de vergroting van de betreffende duiker financieren? Is dat het waterschap of is dit de gemeente?
Artikel 10 in het NBW vermeldt het kostenveroorzakingsbeginsel. Op basis hiervan kunnen gemeenten en waterschappen tot overeenstemming komen over kostenverdeling in het stedelijk waterbeheer. Dit artikel bestaat uit drie delen:

1. Waterschap en gemeente dragen zorg voor de uitvoering van de regionale en stedelijke wateropgave. Hierbij wordt uitgegaan van het kostenveroorzakingsbeginsel. Dit houdt in dat bij nieuwe ontwikkelingen de kosten voor het reguliere waterbergende vermogen van het gebied voor rekening komen van de planexploitatie, tenzij het waterbergend vermogen in de uitgangssituatie niet op orde was. Deze laatstgenoemde kosten zijn voor rekening van de betreffende waterbeheerder(s).

2. Als er geen sprake is van een wijziging van het bestemmingsplan is een tekort aan regulier waterbergend vermogen voor rekening van het waterschap.

3. Als bij herstructureringsplannen het oppervlak aan verharding niet toeneemt, en het waterschap in het verleden tegen de mate van verharding geen bezwaar heeft gemaakt, zijn de kosten in principe voor het waterschap.

Op onze website vindt u onder het thema watertoets aan de rechterzijde ook een brochure over dit onderwerp: de financiering van watermaatregelen.

Wat zijn de gevolgen van de nieuwe Waterwet voor het watertoetsproces?
De Waterwet 2009 regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet biedt instrumenten om het waterbeheer op een doeltreffende en doelmatige manier op te pakken. Op rijksniveau wordt een nationaal waterplan gemaakt. Dit plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijk beleid. De provincies maken één of meer regionale waterplannen. Deze plannen bevatten het provinciale beleid. De ruimtelijke aspecten van die plannen van Rijk en provincies worden aangemerkt als structuurvisies in de zin van de Wro. Op basis van deze structuurvisies kunnen AMvB’s of provinciale verordeningen worden opgesteld. Op deze manier kunnen de plannen van de Waterwet doorwerken in de ruimtelijke ordening en ervoor zorgen dat de waterbelangen op een goede manier worden geborgd.

Het watertoetsproces is in principe niet verplicht bij het opstellen van structuurvisies en waterplannen, maar in het Nationaal Bestuursoverleg Water (NWB) is afgesproken het watertoetsproces wel uit te voeren bij alle relevantie ruimtelijke plannen, dus ook bij structuurvisies. Er moet dus een goede reden zijn om het niet te doen. Verder is het aan te bevelen dat waterbeheerder en opsteller van het waterplan/ structuurvisie al in een vroegtijdig stadium overleggen. De Waterwet geeft harde normen. Om die te halen is het nodig om op planologisch niveau het waterbeheer goed te regelen.

Kunt u mij het grondprincipe van de watertoets uitleggen met een voorbeeld?
Het woord watertoets kan verwarrend werken. Het is de bedoeling dat bij bouwplannen en bij ruimtelijke plannen er rekening wordt gehouden met de wensen van de waterbeheerder. Het gaat bijvoorbeeld om de afvoer van regenwater. De tendens is om zoveel mogelijk regenwater op de plek waar het valt in de bodem te laten zakken. Als een onbebouwd terrein een kantoorpand wordt met veel verharding er omheen zal het waterschap wensen dat een deel van het regen water wordt vastgehouden of in de bodem verzinkt. In het watertoetsproces zijn drie stadia te onderscheiden. Een informatie moment waarbij de waterbeheerder informatie over de plannen ontvangt, een formeel adviesmoment waarop de waterbeheerde zijn advies geeft en een beslismoment waarop het bevoegd gezag (meestal de gemeente) aangeeft wat zij met het advies doet. Ook kunt u kijken op onze website, bij de praktijkvoorbeelden.

Bij projectbesluitprocedures in het kader van de watertoets sturen de gemeenten in ons beheersgebied de plannen inclusief watertoets op. De gemeente volstaat met het toesturen van de melding over de ter inzage legging. Mijn vraag is: wat is de volgens het watertoetsproces bedoelde gang van zaken?
Het watertoetsproces is conform het Bro verplicht bij bestemmingsplannen, inpassingsplannen en projectbesluiten. Met andere woorden, ook deze gemeentemoet bij projectbesluiten het watertoetsproces doorlopen.

Hoe moeten wij omgaan met het bebouwen van akkerland, hoeveel water moet er per m2 voor teruggegeven worden?
Als er een wijziging plaatsvindt van het bestemmingsplan (bv akkerland wordt gebruikt voor woningbouw) moet er een watertoets worden uitgevoerd. De watertoets kijkt of er bij de wijziging van het bestemmingsplan voldoende rekening is gehouden met water. Voorbeeld: Als de hoeveelheid verharding toeneemt kan er minder regenwater worden opgenomen in de bodem. Het regenwater zal dan sneller afstromen (mogelijk via een hemelwaterriool) of rechtstreeks naar oppervlaktewater. De bergingscapaciteit moet wel voldoende groot zijn dat dit niet gaat leiden tot problemen. Er is geen vaste formule dat voor het bebouwen van x hectare akkerland er y m3 waterberging voor teruggeven moet worden. Dit is altijd afhankelijk van de plaatselijke situatie (maatwerk)

Waar kan ik als particulier terecht als gemeente en provincie zich niet houden aan de watertoets, namelijk het waarborgen van water in ruimtelijke ordening?
Voor een particulier is het mogelijk om een zienswijze in te dienen bij het voorgenomen ruimtelijke besluit (Wro) van een overheid. Daarin kan worden gesteld dat het water niet is gewaarborgd in het ruimtelijke plan en dat het watertoetsproces niet goed is doorlopen.

Voor nieuwe projecten in de landinrichtingswet vervangen door de WILG (wet inrichting landelijk gebied). Is de toepassing van het watertoetsproces bij landinrichting ook van toepassing voor WILG-projecten?
Ja, het watertoetsproces dient te worden doorlopen bij alle ruimtelijke plannen, dus ook bij WILG-projecten.

Staat uw vraag er niet bij? Stel dan een vraag over het watertoetsproces aan de Helpdesk Water
met het vragenformulier.