Programmatische Aanpak Grote Wateren

Verder met de verbetering van ecologische waterkwaliteit

Toekomstbestendige grote wateren waar hoogwaardige natuur goed samengaat met een krachtige economie

Dat is waar Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan werken met de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW).

Grote waterstaatkundige ingrepen en de keerzijde

Grote waterstaatkundige ingrepen in de vorige eeuw maakten Nederland veilig en welvarend. Maar die dijken, dammen, vaargeulverruiming, inpoldering en peilbeheer hebben ook een keerzijde: in de Zuidwestelijke Delta, het IJsselmeergebied, de Eems-Dollard, de Waddenzee en de rivieren is de natuurlijke stroming van water en sediment veranderd. Kenmerkend leefgebied ging daardoor verloren, zoals intergetijdengebieden, moeras en de afwisseling van zandplaten en geulen. Net als de overgangen van land naar water en van zoetwater naar zoutwater. Daardoor missen veel planten en dieren geschikt leefgebied, zijn hun migratieroutes geblokkeerd en is de biodiversiteit beperkt. Natuur en ecologie in de grote wateren hebben daarom een impuls nodig.

Aanvullende ecologische inspanning nodig

Nederland investeert al jaren in ecologie en natuur van de grote wateren met maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Natura 2000. Deze maatregelen zijn nuttig en nodig. Echter door klimaatverandering en een toenemend maatschappelijk gebruik neemt de druk op de grote wateren toe. Zonder een aanvullende inspanning dreigen natuur en ecologische kwaliteit – ondanks de voorgenomen verbetermaatregelen - alsnog te verslechteren.

Grote wateren ecologisch gezond en toekomstbestendig

In 2017 verkende  Rijkswaterstaat wat nodig is om de grote wateren ecologisch gezond en toekomstbestendig te maken. De ministers van Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit willen die maatregelen treffen die nodig zijn voor toekomstbestendige grote wateren waar hoogwaardige natuur goed samengaat met krachtige economie. Met 33 projecten willen we ontbrekende leefgebieden aanleggen, het estuarien karakter van de Delta versterken, natuurlijke dynamiek terugbrengen en zorgen voor geleidelijker overgangen tussen land en water en zoet en zout en/of betere verbindingen tussen zee, estuaria en rivieren. Dit is in lijn met de streefbeelden uit de Natuurambitie Grote Wateren en de Rijksnatuurvisie.

Tegelijkertijd willen we Nederland veilig en welvarend houden. Met de projecten draaien we de waterstaatkundige ingrepen van vroeger niet terug, maar verkleinen we de ‘voetafdruk’ van waterbeheer en waterveiligheid. Als natuur en ecologische waterkwaliteit op orde zijn, zijn opgaven uit de gebiedsagenda als verstedelijking, recreatie, transport en bedrijvigheid beter in te passen. Met de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) verbetert ook de kwaliteit van de leefomgeving en dat is en dat is weer goed voor het vestigingsklimaat in de regio. Alle maatregelen worden klimaatrobuust ontworpen: ze houden rekening met zeespiegelstijging, opwarmend water, droogte en extreme rivierafvoeren.

Een programmatische aanpak die regie geeft

Alle projecten tegelijk uitvoeren is onhaalbaar, onbetaalbaar en vanuit ecologisch oogpunt niet zinvol. De PAGW heeft als doel de voorbereiding, besluitvorming, realisatie en monitoring van de projecten in hun onderlinge samenhang te regisseren. Zo krijgt de vereiste ecologische impuls effectief gestalte. Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) realiseren de projecten in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Samen met regionale overheden, marktpartijen en natuurorganisaties onderzoeken we in de lopende gebiedsprocessen de mogelijkheden voor samenwerking en cofinanciering.

Financiering en uitvoering in tranches

Met een bijdrage uit de enveloppe Natuur en Waterkwaliteit (regeerakkoord Rutte 3) maken de ministers de uitvoering van een eerste tranche projecten mogelijk, namelijk:

Ook voor een tweede tranche is geld gereserveerd: op basis van (technische) uitvoerbaarheid komen hier uiterlijk in 2031 veertien projecten voor in aanmerking (zie brief aan de Tweede Kamer ). Uiteindelijk zijn alle 33 projecten nodig om de ambitie te realiseren.

Adaptieve werkwijze

We hanteren voor zowel het programma als de projecten een adaptieve werkwijze. Eens in de zes jaar evalueren we het programma en stellen we – indien nodig – het pakket projecten bij. Daarmee zit PAGW in eenzelfde cyclus als de stroomgebiedbeheerplannen (KRW) en de Natura 2000-beheerplannen. Ook voeren we vanwege het innovatieve karakter de projecten gefaseerd uit. Na aanleg van een eerste fase monitoren en evalueren we de resultaten en passen waar nodig het ontwerp voor de tweede fase aan. Zandsuppletie en de aanleg van doorlaatmiddelen is standaard grond-, weg- en waterbouw. De beoogde doorwerking op natuur, ecologie, ruimtelijke kwaliteit en economie is dat allerminst. We weten hoe we zand moeten suppleren om de waterveiligheid te vergroten.

Dat geldt in mindere mate voor het vergroten van het leef- en broedgebied van bijvoorbeeld steltlopers.