Hoe doen we dat?

Verbinden, herstellen en ontwikkelen

Door de voorgestelde 33 projecten uit te voeren is verdere achteruitgang van de ecologische waterkwaliteit te voorkomen en komen de verbeterdoelen voor Natura 2000 binnen bereik. Drie werkwijzen staan daarbij centraal: waar mogelijk de natuurlijke dynamiek herstellen, de grote wateren (weer) met elkaar en het achterland verbinden en ontbrekende – en eerder verloren - leefgebieden ontwikkelen voor plant en dier.

Innovatie

Er zullen ingrepen nodig blijven in natuurlijke processen, bijvoorbeeld om de hoogwaterveiligheid op orde te brengen. Die doen we voortaan op een manier die de natuur zoveel mogelijk ontziet of zelfs versterkt. Alle PAGW-maatregelen worden klimaatrobuust ontworpen: ze houden rekening met zeespiegelstijging, opwarmend water, droogte en extreme rivierafvoeren.

Daarnaast hebben we binnen het programma nadrukkelijk aandacht voor innovatieve werkwijzen. Voorbeelden van innovatieve maatregelen zijn het bouwen met slib in de Marker Wadden, het ontwikkelen van habitat in combinatie met energieopwekking (bijvoorbeeld zonnepanelen of getijdecentrale) of de pilot met slibsedimentatie in de Eems-Dollard.

Kennisontwikkeling

Aansluitend op het innovatieve karakter van het programma staat ook kennisontwikkeling over het ecologisch functioneren van de grote wateren centraal. Thema’s waaraan de komende jaren aandacht wordt besteed zijn de effecten van klimaatverandering op het ecosysteem, de voedselwebben van de wateren, de veerkrachtigheid van de wateren en uiteraard de effectiviteit van de maatregelen. Deze kennisontwikkeling vormt de basis voor de adaptieve werkwijze van het programma.

Adaptatie

We hanteren voor zowel het programma als de projecten een adaptieve werkwijze. We voeren vanwege het innovatieve karakter veel projecten gefaseerd uit. Na aanleg van een eerste fase monitoren en evalueren we de resultaten en passen we waar nodig het ontwerp voor de tweede fase aan. Het hele programma wordt eens in de zes jaar geëvalueerd en  – indien nodig – bijgesteld. Daarmee zit PAGW in eenzelfde cyclus als de stroomgebiedbeheerplannen (KRW) en de Natura 2000-beheerplannen.

Een voorbeeld om de adaptieve wijze ter verduidelijken is het uitvoeren van zandsuppleties. Rijkswaterstaat heeft ervaring met het technisch ontwerpen en het goed uitvoeren van zandsuppleties. We weten hoe we zand moeten suppleren om de waterveiligheid te vergroten. Maar we weten niet zeker wat het effect van de zandsuppleties op natuur, ecologie, ruimtelijke kwaliteit en economie is. We onderzoeken de effecten en nemen dit mee bij de planning en uitvoering van vervolgprojecten.

Uitvoering in tranches

In 2050 moeten alle projecten zijn uitgevoerd. De komende jaren staat de programmatische aanpak in het teken van zowel het voorbereiden en uitvoeren van de maatregelen of projecten uit de eerste tranche als het voorbereiden van de volgende tranches. Op basis van de verkenning is bepaald welke projecten de hoogste prioriteit hadden en op korte termijn uitvoerbaar leken. Deze projecten vormen samen dede ‘eerste tranche’ PAGW-projecten. In 2019 is daarnaast gestart met de tweede tranche. De ministers van IenW en LNV hebben hier in november 2019 een aantal projecten voor geselecteerd. De projecten zijn geselecteerd op basis van urgentie, draagvlak, cofinanciering, eventuele risico's bij de uitvoering en kansen om projecten bij te laten dragen aan bredere sociaal-maatschappelijke doelen.

Voor de volgende projecten is nu in de tweede tranche geld gereserveerd. Zij moeten in 2033 gereed zijn:

Financiering

Met de voorgestelde projecten verbetert het ecologisch functioneren van de grote wateren. Dit faciliteert de inpassing van maatschappelijke opgaven uit gebiedsagenda’s zoals verstedelijking, transport, energieproductie en recreatie. Het totale maatregelenpakket PAGW heeft een geschatte omvang van € 1,3 tot 2,8 miljard. Met een bijdrage van € 95 miljoen uit de enveloppe Natuur en Waterkwaliteit (regeerakkoord Rutte III) maken de ministers de uitvoering van een eerste tranche projecten mogelijk.

Ook voor een tweede tranche is geld gereserveerd. Tot 2033 heeft het Rijk in totaal € 248 miljoen beschikbaar gesteld voor nieuwe projecten. We blijven met de regionale overheden en maatschappelijke organisaties in gesprek (pdf, 500 kB) over het zoeken naar gezamenlijk budget en passende programmering voor de uitvoering van alle projecten.