Uittrek van schieraal

Schieralen (volwassen palingen) trekken tussen september en januari vanuit de polders naar open zee om zich voort te planten in de Sargassozee, zo’n 5000 km naar de Cariben.

Om te onderzoeken of ze vanuit de polders ongehinderd naar zee kunnen zwemmen en volgens welke routes ze dit doen, zijn verschillende groepen schieralen voorzien van een zender die geluidspulsen uitzendt (VEMCO) en uitgezet in de polders rond het Noordzeekanaal, boezemwateren en het Noorzeekanaal zelf.

Foto Ben Griffioen - Wageningen Marine Research
Aal. Foto Erwin Winter - Wageningen Marine Research

Voor het opvangen van deze pulsen zijn 64 ontvangers verspreid over het onderzoeksgebied geplaatst, onder meer bij gemalen en sluizen. Ze registreren wanneer zo’n gezenderde aal voorbij komt. Zo kan de reis van de individuele vissen gevolgd worden. Het onderzoek liep van oktober 2017 tot april 2018.

Overzicht van onderzoeklocaties uittrek schieraal
Overzicht van onderzoeklocaties uittrek schieraal 2017-2018

Resultaten

Uit het onderzoek blijkt dat de meeste gezenderde schieralen in de regio inderdaad via het Noordzeekanaal richting zee trekken. De zeesluizen bij IJmuiden vormden daarbij geen belemmering. Enkele exemplaren trokken richting het Markermeer. Vanuit het plassengebied van Vinkeveen, Kortenhoef en Loosdrecht was de belangrijkste trekroute via het Amsterdam-Rijnkanaal naar het Noordzeekanaal. De mate waarin schieralen gemalen en sluizen konden passeren varieerde sterk. Dit is voor de beheerders aanleiding om te onderzoeken hoe een veilige passage van gemalen en sluizen kan worden verbeterd. Daarbij betrekken zij de ondervinding dat de activiteit van schieraal vooral in het eerste deel van de nacht, enkele uren na zonsondergang, het grootst is. Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld ‘loze’ schuttingen van sluizen, plaatsen van visveilige pompen en viswerende of geleidende maatregelen bij gemalen waar alternatieve routes beschikbaar zijn.