In debat over water en ruimte

Tijdens de conferentie 'Klaar voor de Toekomst' voeren deelnemers pittige debatten over dito stellingen. Corné Nijburg geeft de deelnemers van het Lagerhuisdebat tips voor een overtuigend betoog: breng nieuwe argumenten in, lardeer ze met humor en maak je verhaal persoonlijk.

In een ochtend- en een middagsessie, komen de volgende stellingen aan bod:

Stelling: de klimaatopgave vereist centrale sturing

Christiaan Wallet van Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering geeft de aftrap. De klimaatopgave vraagt ingrepen met baten op lange termijn; een wethouder wil iets op korte termijn bereiken. Centrale sturing is daarom nodig voor de klimaatopgave. Zijn opponent is Jeroen Niemans van Platform 31. Hij pleit voor organische seminar toekomst-075ontwikkeling: we moeten onze ideeën over de maakbaarheid van de stad en wie daarvoor verantwoordelijk zijn bijstellen. De deelnemers reageren fel. Als organische groei tot leven bij de dag leidt, komt de urgente aanpak van klimaatverandering niet van de grond. Maar de aanpak van klimaatverandering gaat wel over mensen. Contact met de samenleving is daarom een voorwaarde voor een succes.

Stelling: MIRT-gebiedsagenda's moeten watertoets doorlopen

Wat betekenen de MIRT-gebiedsagenda's voor het regionale watersysteem? We weten het niet. Voor Marcel de Ruyter van de Unie van Waterschappen reden genoeg om deze gebiedsagenda's in het vervolg de watertoets te laten doorlopen. Opponent Leo ‘t Hof van het ministerie van Infrastructuur en Milieu gaat een stap verder. Hij wil dat waterbestuurders aan tafel zitten bij het overleg, om water in de gebiedsagenda te integreren. Ook nu dienen zich verschillende voors en tegens aan. De watertoets kan dienst doen als instrument om "evenwicht en tegenwicht" in het MIRT-overleg te organiseren, maar versterkt misschien ook het Calimero-effect van de waterwereld.

Stelling: Alleen de gemeente kan ruimte voor ontwikkeling geven door kaders te stellen

Volgens Willemijn Nagel van de gemeente Westland is het overduidelijk. "De gemeente staat voor het algemeen belang. Een ontwikkelaar gaat alleen voor eigen belang." Haar opponent van Bouwfonds Ontwikkeling, Martijn van Gelderen, is het daar uiteraard niet mee eens. "Wij hebben de kennis over een gebied. Wij weten wat de gebruiker vraagt. In een ontwikkeling heb je alle informatie nodig. De gemeente kan het niet alleen af." Er volgt een felle discussie die uiteindelijk uitmondt in een genuanceerde conclusie dat het nu tijd is om gezamenlijk een toekomstvisie op te stellen.

Stelling: Het advies van de waterbeheerder moet, nadat het watertoetsproces is doorlopen, alleen op het onderdeel waterveiligheid bindend zijn

seminar toekomst-079Jelte Bosma verzorgt als voorzitter van de Landelijk Werkgroep Watertoets de inleiding bij deze stelling. Hij schetst kort de ontwikkeling van de watertoets en de resultaten van de laatste evaluatie. "In 80% van de gevallen verloopt de watertoets goed. Waterbeheerder worden vroegtijdig betrokken. Wel moeten we aandacht blijven geven aan strategische vaardigheden van de mensen die bij het watertoetsproces betrokken zijn. Maar de watertoets heeft zich in ieder geval bewezen." Vervolgens schetst hij zowel de argumenten voor en tegen de stelling. "Het wateradvies moet wel bindend zijn omdat het thema zo belangrijk is." En "het wateradvies moet niet bindend zijn, omdat er heel veel wegen zijn om in gesprek te komen over het onderwerp waterveiligheid."

Het overgrote deel van de zaal is tegen de stelling. Zo geven een aantal deelnemers aan dat de watertoets zo'n ongelofelijk succes is dat het ‘bindend zijn' losgelaten kan worden, zelfs voor het thema veiligheid. Andere deelnemers wijzen erop dat er andere instrumenten en regelingen zijn om de waterveiligheid te borgen.