Wat zeggen de verkiezingsprogramma’s over de Watertoets?

Alle politieke partijen willen dat de regering voldoende geld steekt in maatregelen die overstromingen en wateroverlast zoveel mogelijk beperken of voorkomen. Maar wat zeggen ze specifiek over het thema ‘water en ruimte’ en over de watertoets?
Over de watertoets
Als het gaat om de Watertoets, dan zijn er twee partijen die hier ideeën over hebben: de SP en de SGP. De socialisten willen de bestaande watertoets bij ruimtelijke plannen verbeteren door landelijke eisen te stellen aan de inhoud ervan. “Zo zorgen we ervoor dat ruimtelijke ontwikkelingen geen risico opleveren uit het oogpunt van waterveiligheid en zoveel mogelijk leiden tot verbetering van de waterkwaliteit.” De SGP vindt dat onverstandige bouwprojecten in kwetsbare gebieden moeten voorkomen worden door het eerder inzetten van de watertoets. Bovendien voegen ze daaraan toe dat waterschappen in beroep moeten kunnen gaan tegen ‘onveilige’ bestemmingsplannen.

Indirect zegt de ChristenUnie iets over de watertoets, door te stellen dat het Nationaal Bestuursakkoord Water, waarin is afgesproken om de watertoets te blijven inzetten, onverkort uitgevoerd moet worden.

Over water en ruimte / waterveiligheid
Hoewel de meeste partijen niet heel specifiek zijn over het thema ‘water en ruimte’ is er wel een en ander te vinden in de verkiezingsprogramma’s rondom dit thema. Vooral in combinatie met het thema ‘waterveiligheid’.
  • Zo wil de PvdA toe naar een ontwikkelingsgerichte aanpak en doelstellingen voor de lange termijn vastleggen, bijvoorbeeld op het gebied van schoon water en alle initiatieven die daar per saldo aan bijdragen, volop de ruimte geven.
  • D66 denkt dat tot 2050 flexibiliteit, forse investeringen, een landelijke aanpak en lokale kennis nodig zijn om Nederland zowel tegen een teveel als een tekort aan (zoet) water te kunnen beschermen. “Om het water de ruimte te geven en het op een slimme wijze in te richten moeten we het Deltafonds voeden.” Bij het investeren in dijken of alternatieven is een nieuwe risicobenadering nodig. Investeren in natuurgebieden als wateropvang vindt D66 een goede, rendabele keus.
  • De ChristenUnie kiest voor een toekomstbestendig waterbeheer, waarbij het Deltaprogramma sturend moet zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. “Veilig leven in de dichtbevolkte delta vereist continue inzet en investeringen. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst in een veilig en aantrekkelijk land kunnen blijven wonen en werken, is het nodig het nationale Deltaprogramma voortvarend uit te voeren. Dat geldt zowel voor de huidige grote projecten, zoals ‘Ruimte voor de Rivier’ als waterveiligheids- en zoetwatermaatregelen die nu worden voorbereid.” De ChristenUnie vindt bezuinigingen op het Deltafonds onwenselijk.
  • GroenLinks vindt dat Nederland voldoende is beschermd tegen natte voeten, juist door water de ruimte te geven. “Hierbij geldt de stelregel: eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren. We moeten de mogelijkheden die waterberging biedt voor natuur en recreatie, benutten en rivieren verruimen.” Ook vindt deze partij dat natuurlijke klimaatbuffers, zoals uiterwaarden, overloopgebieden en kwelders, Nederland moeten beschermen tegen overstromingen en wateroverlast. “Pas wanneer natuurlijke buffers niet mogelijk zijn, wordt veiligheid bereikt door de inzet van techniek en/of de aanleg van nieuwe dijken.”
  • Waterveiligheid noemt de VVD van essentieel belang: “Doordat de financiële middelen beperkt zijn, moeten we scherpe keuzes maken.” De VVD kiest daarom voor een risicobenadering: niet de kans op een overstroming, maar de gevolgen voor het gebied achter de dijk moeten centraal staan.
  • Nederland moet van de CDA de veiligste delta ter wereld blijven. Voor deze partij heeft de uitvoering van het hoogwaterbeschermingsprogramma prioriteit; zwakke plekken (zoals de Afsluitdijk) moeten worden aangepakt. De financiering vindt plaats via het Deltafonds.
  • De Partij voor de Vrijheid is in haar verkiezingsprogramma summier over het te voeren waterbeleid, maar schrijft wel dat de Hedwigepolder droog moet blijven. Een polder onder water zetten is volgens de partij “een belediging van onze geschiedenis en volksaard.”
  • Gelet op de mogelijke gevolgen van klimaatverandering wil de SP dat we over maximaal twaalf jaar de primaire waterkeringen minimaal voldoen aan de veiligheidsnormen van 1960.” Natuur is te gebruiken als buffer of overloop bij wateroverlast.
  • De VVD wil de bestaande omgevingsrecht terugbrengen tot één basis-Omgevingswet, die bestaande wetten, waaronder de Waterwet, Crisis- en Herstelwet en de Wet Ruimtelijke Ordening, vervangt. Volgens de VVD betekent dit: minder regels, kortere procedures, meer flexibiliteit en transparantie en minder onderzoek en kosten.
  • Ook de PvdA vindt dat er één nieuwe Omgevingswet moet komen ter vervanging van tientallen andere wetten.
Dit artikel is tot stand gekomen op basis van het artikel ‘Verkiezingsprogramma’s maken waterbeleid niet helder’ in het magazine H2O