Leergemeenschappen leveren nieuwe initiatieven op

In juni vond de tweede ronde met bijeenkomsten van de leergemeenschappen Water en Ruimte plaats. Een verslag van de goedbezochte bijeenkomst in ’s‑Hertogenbosch op 14 juni. Een deelnemer vertelt: "Het delen van kennis en ervaring met collega’s is altijd verrijkend. Veel beter dan kennis opdoen uit rapporten en handleidingen".

Bij waterschap Aa en Maas in ’s‑Hertogenbosch verzamelen zich de 25 deelnemers van de leergemeenschap Water en Ruimte Zuid. Afkomstig van waterschappen, gemeenten, provincies en ingenieursbureaus. Ongeveer de helft van de aanwezigen is voor het eerst bij de leergemeenschap Water en Ruimte. Fleur Schilt van het Nirov opent de bijeenkomst. Ze drukt de deelnemers op het hart om zorgvuldig om te gaan met de informatie die ze meekrijgen. “Je leert vaak het meeste van zaken die niet lekker liepen. Gooi dit in de groep, maar niet op straat.” leergemeenschap zuid 260

Ook geeft ze aan welke lijn er in de bijeenkomsten zit. De eerste bijeenkomst stond in het teken van visievorming. Reden daarvoor is dat waterschappen zich willen ontwikkelen in het opstellen van langetermijnvisies. Gemeenten en provincie wilden leren hoe je visies van diverse overheden op elkaar afstemt. De volgende stap is strategische samenwerking, om te werken naar het eindbeeld van die visie. In de bijeenkomsten in het najaar staan vervolgens de meer concrete onderwerpen op het programma, zoals ruimtelijke plannen, convenanten en instrumenten zoals Gidsmodellen.

Gebiedsontwikkeling

Midden-Limburg Strategische samenwerking is een abstract begrip. Met een illustratie aan de hand van Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg komt dit begrip tot leven. Paul Vossen is programmamanager bij de provincie Limburg en vertelt over de samenwerking binnen de Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg. Een van de programmalijnen is het project ‘Maasplassen’. Vossen: “Dit gebied heeft een bijzonder karakter, maar de economische potenties worden onvoldoende benut. Dat komt bijvoorbeeld doordat het landschap in onbalans is gebracht na jarenlange grindwinning. Bovendien zit het gebied sinds het hoogwater van ’93 en ’95 op slot. De laatste tien jaar hebben ruim veertig initiatieven geen doorgang gekregen. Door de hoogwaterproblematiek op grotere schaal te bekijken, moeten lokaal meer ontwikkelmogelijkheden ontstaan. Daarnaast moet de kwaliteit van het landschap verbeterd worden. Dan kunnen we de Maasplassen als samenhangend geheel op de kaart zetten.”

In totaal gaat het om een plangebied van 17.000 hectare en het beslaat 45 rivierkilometers. Vossen legt uit dat je dan vooral naar de hoofdlijnen moet kijken. “Ons postzegelvel is 17.000 hectare. De leidraad is het Masterplan Maasplassen. We hebben er bewust voor gekozen om eerst als overheid een visie te ontwikkelen en later private partijen te betrekken. In deze gebiedsontwikkeling praten we ontzettend veel met elkaar. Het is belangrijk om dat op alle niveaus te doen: zowel bestuurlijk als ambtelijk. Op die manier blijven we gemotiveerd om voor deze visie te gaan en niet af te wijken. Als provincie moet je een dergelijk project niet vanuit Maastricht leiden, maar in het gebied aanwezig zijn. Er is een projectbureau in het gebied en ik ga altijd bij betrokken partijen op bezoek.”

Cliffhangers

In de twee deelsessies geven Ynte Bekema van de Dienst Landelijk Gebied en Freya Macke van de gemeente ’s‑Hertogenbosch een korte presentatie, waarna de deelnemers met elkaar in discussie gaan en ‘cliffhangers’ formuleren. Zaken waar ze na deze bijeenkomst mee aan de slag willen gaan. Dat resulteert uiteindelijk in een aantal concrete actiepunten. Schilt: “Een leergemeenschap heeft de meeste waarde als de deelnemers hun inzichten gaan toepassen in de praktijk. Ik vond het goed om te zien dat de afgevaardigden van de provincie Limburg en Noord‑Brabant elkaar vonden en hebben afgesproken om meer kennis uit te wisselen rondom het Deltaprogramma Rivieren voor de Maas.”

Meer informatie

De leergemeenschappen Water en Ruimte maken onderdeel uit van het Actieprogramma Water en Ruimte.