Breed geaccepteerde Watertoets gaat met verbeterplan verder

In 2011 vond de derde evaluatie van de watertoets plaats. Vervolgens heeft de Landelijke Werkgroep Watertoets een aantal adviezen geformuleerd over de toekomst van dit procesinstrument. Onlangs onderschreef het Directeuren Wateroverleg (DWO) de conclusies en aanbevelingen uit de evaluatie. In het kort: de watertoets is nog altijd van grote waarde om water en ruimtelijke ordening goed op elkaar af te stemmen, het procesinstrument moet ook onder de nieuwe Omgevingswet een plek krijgen en de watertoets moet nog beter ingezet gaan worden op strategisch niveau.

De watertoets bestaat nu ruim tien jaar. In 2001 zag dit instrument het levenslicht, om waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze te laten meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Sindsdien zijn er twee evaluaties geweest. De eerste om de bekendheid van de watertoets te peilen en om te kijken of er al mee gewerkt werd. De tweede om te kijken of er al iets over de effectiviteit van de watertoets gezegd kon worden. Opvallend is dat beide evaluaties constateren dat de aansluiting van waterbeheerders bij de strategische planniveaus nog steeds beperkt aanwezig is. Dit is het niveau waar de ruimtelijke besluiten over nieuwe locaties voor onder meer wonen, werken en natuur worden voorbereid.

Derde evaluatie

Daarom formuleerde de landelijke Werkgroep Watertoets voor de derde evaluatie de volgende centrale vraag: Op welke manier wordt water meegenomen in grote ruimtelijke planprocessen en welke rol speelt de watertoets hierin? evaluatiewatertoets260

Om hier antwoord op te krijgen heeft een consortium van Grontmij, Erasmus Universiteit en Nirov een onderzoek uitgevoerd naar 13 actuele gebiedsontwikkelingen en provinciale structuurvisies. Hieruit blijkt dat wateraspecten van invloed zijn op de keuze voor nieuwe woon- en werklocaties, daar waar maatschappelijke risico’s een politieke urgentie hebben gekregen. Bijvoorbeeld rondom waterveiligheid.

Waarde

Jelte Bosma, voorzitter van de landelijke Werkgroep Watertoets, geeft aan dat één van de adviezen is om hier de komende jaren meer aandacht aan te geven. “Hoe eerder de waterbeheerder aan tafel zit, hoe minder bestuurlijke drukte je later in het proces hebt.” Hoewel de watertoets op strategisch niveau nog te weinig wordt ingezet, benadrukt Bosma dat het instrument nog altijd van grote waarde is voor waterbeheerders. “De watertoetspraktijk heeft de afgelopen jaren veel veranderd en ervoor gezorgd dat waterbeheerders eerder in het planproces betrokken worden. Zeker op inrichtingsniveau. Wel is het zo dat de onderzoekers geconstateerd hebben dat de watertoets een zeer brede toepassing vindt in de ruimtelijke ordening, van strategisch- tot inrichtingsniveau. Daarbij wordt de watertoets enerzijds benut als procesinstrument, gericht op vroegtijdig overleg, en anderzijds wordt de watertoets meer procedureel gehanteerd ten behoeve van het vastleggen van gemaakte afspraken. Elk van de in de praktijk gehanteerde toepassingen is op zijn eigen manier van waarde voor de afweging van watergerelateerde belangen in de ruimtelijke ordening.”

Omgevingsrecht

Een andere aanbeveling van de werkgroep is om de watertoets binnen het nieuwe omgevingsrecht te borgen als een ‘licht wettelijk instrument’. Bosma: “Het instrument voorziet in een duidelijke behoefte, past goed binnen doel en uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet en kan als voorbeeld dienen voor toepassing van de aanbevelingen van de commissie Elverding in de praktijk. Het lijkt misschien wat kinderachtig dat je overleg wettelijk moet vastleggen, maar het blijkt dat je die ‘stok achter de deur’ wel nodig hebt. In principe zien wij de juridische borging van de watertoets het liefste op dezelfde manier als dat nu geregeld is. Het kan als een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) onder de Omgevingswet komen te hangen.”

Lerende netwerken

Deze derde evaluatie was, in tegenstelling tot zijn voorgangers die primair een verantwoordend karakter hadden, opgezet als lerende evaluatie. Dit heeft een ‘lerend netwerk’ opgeleverd, wat bij de diverse partijen goed is aangeslagen. Bosma: “Het voordeel hiervan is dat je gelijk begint met het doorvoeren van verbeteringen. We merken dat er veel interesse is voor deze vorm.” Het actieprogramma Water en Ruimte heeft deze netwerken inmiddels overgenomen en het advies is ook om deze netwerken voor een langere periode te gaan ondersteunen en faciliteren.

Vervolg

Op dit moment werkt de landelijke Werkgroep Watertoets aan een actieprogramma voor de periode 2012-2014. Bosma is tevreden over het proces en de resultaten. “De evaluatie was een lang en intensief proces. Maar het enthousiasme erover maakt het dat wel waard en het laat zien dat de watertoets nog volop leeft. Ik zou er dan ook voor willen waken dat de watertoets niet in allerlei nieuwe ontwikkelingen wordt meegezogen. Het zou bijvoorbeeld jammer zijn om de watertoets samen te voegen met de Milieueffectrapportage. De watertoets heeft een mooie ontwikkeling doorgemaakt en we moeten nu doorzetten wat heel goed loopt!”

Samenvatting adviezen

De resultaten van de evaluatie zijn samengebracht in het document ‘Evaluatie van het procesinstrument watertoets, Koepelnotitie’. Op basis hiervan heeft de Landelijke Werkgroep Watertoets een aantal adviezen/ verbeteringen geformuleerd:

  1. Borg de watertoets als licht wettelijk instrument (dat ziet op tijdig overleg en op het verantwoorden van de resultaten van dit overleg) in het nieuwe omgevingsrecht.
  2. Maak duidelijke afspraken op landelijk niveau over waterbeleid, waterbeheer en bijbehorende bevoegdheden voor nieuwe watergerelateerde beleidsvelden, zoals klimaat en bodem
  3. Stimuleer een proces van ruimtelijke planvorming waarbij door alle betrokken partijen in onderling overleg vanaf de vroegste initiatieven actief gezocht wordt naar synergie. Succesvol acteren, vraag van partijen, dat zij elkaars belangen kunnen koppelen en bereid zijn elkaars kennis, budget, capaciteit, maar ook bevoegdheden te combineren.
  4. Ontwikkel een houding, vaardigheden, competenties en instrumenten die noodzakelijk zijn om effectief en proactief in keuze- en gebiedsprocessen te kunnen acteren, zowel op bestuurlijk, management- als werkvloerniveau.
  5. Locatiekeuze en duurzame ontwikkeling zijn gebaat bij een duidelijk beeld van de ontwikkel- en beheerkosten van het watersysteem en van de financiering daarvan.
  6. Ondersteun en faciliteer de ontstane lerende netwerken water en ruimte gedurende een langere periode.