Het nieuwe omgevingsrecht: wat is het probleem?

Minister Schultz van Haegen wil het omgevingsrecht vereenvoudigen, moderniseren en uiteindelijk bundelen in één nieuwe Omgevingswet. Dit moet de kwaliteit van de voorbereidingsfase van infrastructurele projecten verbeteren. Maar wordt het echt wel eenvoudiger? Jurist Peter de Putter heeft er z'n twijfels over.
"Ik denk dat er zeker een betere integratie van verschillende wetten binnen het omgevingsrecht nodig is. Maar een complete integratie dient de uitvoeringspraktijk echt niet." Dat stelt mr. Peter de Putter, die als adviseur bij het bureau Sterk Consulting werkt en al jaren werkzaam is op het terrein van waterbeheer in een bestuurlijke en juridische context.

Snelle winst
De Putter vraagt zich af waar de modernisering van het omgevingsrecht nou precies op gestoeld is. "De oplossing lijkt fantastisch, maar wat is nou het probleem? Er liggen geen visie en probleemanalyse aan dit voorstel ten grondslag. Ik heb het idee dat de minister hiermee vooral VNO-NCW en Bouwend Nederland ter wille wil zijn. Ze kiest voor de snelle economische winst op korte termijn en heeft minder aandacht voor de collectieve belangen op lange termijn, zoals water en natuur. In de brief aan de Tweede Kamer is het mooi verwoord door een verdergaande integratie van wetgeving te koppelen aan een verbetering van de leefomgeving. Als je het zo leest, kun je er niet op tegen zijn. Maar wie goed leest ziet dat het om ‘ontwikkelingsrecht' gaat ofwel het bedienen van het bedrijfsleven c.q. een beperkt deel hiervan."

Misvatting
Het voorstel beroept zich vooral op het gedachtegoed van de commissie Elverding (2008). Die commissie heeft het belang van een goede voorbereidingsfase van infrastructurele projecten op de kaart gezet. Maar volgens De Putter interpreteert het ministerie de commissie Elverding op een verkeerde manier. "Dat rapport gaat veel meer over de implementatie en organisatie van projecten. Het probleem is niet de wetgeving. Want op de ene plek komen projecten snel van de grond, terwijl het op een andere plek heel traag gaat of zelfs niet lukt. Terwijl ze te maken hebben met dezelfde wetgeving!"

Tips
Maar waar moeten we de verbeteringen dan wel zoeken? De Putter noemt er een aantal. "De kennis van wet- en regelgeving is vaak niet groot. Daar zullen we in moeten investeren en ik moet zeggen dat het ministerie dat ook meer en meer doet. Het belang van een goede en zorgvuldige implementatie van wetgeving, als schakel tussen beleid en uitvoering, wordt langzaam maar zeker onderkend. Ook zou ik meer investeren in het overleg aan de voorkant van een proces. Dat je goed helder hebt hoe je het project gaat uitvoeren en dat je op voorhand een goed beeld hebt van de verschillende juridische verplichtingen, de daarbij horende procedures en vooral de direct betrokkenen. ‘Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden', zo simpel is het eigenlijk. Nu wil men projecten vaak te snel uit de grond stampen,en daar houdt de omgeving niet van. Ten slotte zou ik kijken naar de rol van bestuurders en projectleiders. Ik denk dat de mate waarin dergelijke mensen lef, daadkracht en kunde tonen bepaalt of een project op de ene plek wel slaagt en op een andere niet. Steeds maar weer wijzen naar die muur van wetgeving waarachter het veilig schuilen is, vind ik echt te gemakkelijk. Sturen doe je in deze maatschappij echt niet langer met wetgeving." Als De Putter kijkt naar de wereld van het waterbeheer, dan ziet hij een mooie ontwikkeling. "Van het elkaar eenzijdig opleggen van beleid en voorschriften naar een wereld waarin op basis van gelijkwaardigheid in onderlinge afstemming en samenwerking gezocht wordt naar oplossingen voor problemen."

Waterwet
Peter de Putter was zelf betrokken bij de invoering van de Waterwet en wat hem betreft heeft deze wet waardevolle lessen opgeleverd waar het nieuwe omgevingsrecht van zou kunnen profiteren. "Bij de Waterwet is er daadwerkelijk één nieuwe wet ontstaan. Naast inhoudelijke heeft hier ook procedure integratie plaatsgevonden. Dit in tegenstelling tot de Wabo, waarbij alleen het procedurele gedeelte geïntegreerd is tot één omgevingsvergunning, maar waar de onderliggende wetten nog gewoon bestaan. Nu ook hier inhoudelijk verdergaand integreren zie ik hier en daar wel voor mij, maar onderschat niet de impact die dit heeft. Ik heb dit aan den lijve ondervonden bij de Waterwet en het omgevingsrecht is nog vele malen ingewikkelder! Ik kan me niet voorstellen dat er in het voorjaar van 2012 een behoorlijk volledig wetsvoorstel ligt."

Blij
Naast de kritische noten is De Putter blij dat in het voorstel de Waterwet ongemoeid lijkt te blijven. De waterbeheerder houdt zijn eigen bevoegdheden. "Dat vind ik een goede zaak. Het waterbeheer vind ik zelf zo belangrijk dat je dit apart moet borgen, feitelijk vind ik dit ook voor veiligheid, gezondheid, milieu en natuur. Zonder bescherming hiervan kun je het wel vergeten met ruimtelijke ordening en inrichting. Zo moet ik er niet aan denken dat de watervergunning op zou gaan in de omgevingsvergunning. Een algemeen bestuur moet je naar mijn mening niet laten besluiten over functionele belangen, daar zouden onze veiligheid en ons welzijn op de langere termijn niet mee gediend zijn. Bovendien vindt hij het bezwaarlijk dat het weer over nieuwe regelgeving gaat. "De mensen op de werkvloer hebben jarenlang allerlei nieuwe regelgeving te verwerken gehad. Geef ze nu eens rust en laat ze wennen aan die nieuwe regels waarvan we het effect nog niet eens weten. Bovendien denk ik dat het publiek met zoiets als het digitale omgevingsloket al behoorlijk goed bediend wordt. Zo kunnen zowel de omgevingsvergunning als de watervergunning als allerlei watermeldingen vanaf oktober via één loket worden geregeld."

Meer informatie
Kijk op: http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ienm/nieuws/2011/06/28/minister-schultz-van-haegen-komt-met-omgevingswet.html