Meetsysteem voor vluchtige organische stoffen

Meetsysteem (P&T-GC-MS)

Organische stoffen, zoals aceton en benzeen die vluchtig zijn, worden dagelijks gemeten in steekmonsters.

Om verlies van vluchtige stoffen te voorkomen wordt zonder contact met de lucht een monster ongefiltreerd water uit de ringleiding van het meetstation genomen. Het monster wordt daarna overgebracht in een gesloten systeem waar met behulp van een gasstroom de vluchtige stoffen uit het water worden verdreven (Purge) en ingevangen op een koude val (Trap) bij min120 graden Celsius (P&T). Vervolgens wordt de temperatuur van de val verhoogd en worden de stoffen met behulp van een gaschromatografische kolom gescheiden. Hierna wordt de concentratie vastgesteld en wordt de stof geïdentificeerd met behulp van een massaspectrometer (GC-MS).

Alarmmelding

In overleg met drinkwaterproducenten en waterbeheerders heeft Rijkswaterstaat voor alle gemeten verontreinigende stoffen signalerings- en alarmeringswaarden vastgesteld. Als er sprake is van overschrijding van deze waarden, meldt Aqualarm dit aan de betrokken instanties.

Onderzoek

Als er sprake is van verontreinigingen kan een duplo-monster naar het centrale laboratorium in Lelystad worden gebracht. Daar kan worden bekeken om welke stof het precies gaat en wat de concentratie is. Zo wordt vastgesteld hoe ernstig de verontreiniging is en welke maatregelen nodig zijn.