Afvoeren

Waterbeleid - nationaal en internationaal - is ondenkbaar zonder informatie over omvang en verdeling van afvoeren. Het gaat daarbij vooral om de waterhuishouding van Rijn en Maas en hun takken. Het leeuwendeel van al het zoete water in Nederland komt binnen via deze twee rivieren: respectievelijk 65% en 7%. De rest, 28%, is voornamelijk afkomstig van neerslag.

Afvoergegevens zijn van direct belang voor de veiligheid. Een hoge rivierafvoer kan aanleiding zijn voor waarschuwingen en andere beschermende maatregelen. Ook in tijden van droogte is het zinvol te weten hoeveel water beschikbaar is. Informatie over afvoeren speelt daarnaast een rol bij de berekening van vrachtenbinnen het chemisch meetnet.

Op grond van veeljarige meetreeksen bepaalt men de maatgevende afvoer. Dit is het afvoervolume dat gemiddeld eens per 1250 jaar - oftewel 0,0008 keer per jaar - wordt overschreden. Met behulp van numerieke modellen bepaalt men de hierbij behorende waterstanden (MHW = maatgevende hoogwaterstand) voor alle plaatsen langs de rivier. Dijkontwerpers baseren hierop hun plannen.

Zowel bij gebruik van een Akoestische DebietMeter (ADM) als bij toepassing van de QH-relatiestelt men de afvoer real-time beschikbaar, onder meer via de site actuelewaterdata. De meetreeksen dienen onder meer als basis voor herkenning van trends en leveren een bijdrage aan de algemene omschrijving van watersystemen.