Zwemwater

In Nederland kan, naast het zwemmen in zwembaden, ook worden gezwommen in natuurlijk zwemwater. Om zwemmers in natuurlijk zwemwater te beschermen tegen ziekteverwekkende micro-organismen wordt het zwemwater gecontroleerd tijdens het badseizoen, dat loopt van 1 mei tot 1 oktober.
Er zijn in Nederland ruim 700 officiële zwemwaterlocaties, informatie over deze locaties is te vinden op zwemwater.nl. Voor de  ca 235 zwemwaterlocaties in rijkswateren verzorgt Rijkswaterstaat het waterkwaliteitsbeheer, voor de overige locaties zijn de waterschappen verantwoordelijk voor de waterkwaliteit.

Zwemwaterwetgeving

De Europese zwemwaterrichtlijn uit 2006 heeft tot doel de gezondheid van zwemmers te beschermen. De regels uit deze richtlijn moeten zorgen voor schoner zwemwater en een betere informatievoorziening aan zwemmers.

De Europese richtlijn is in de Nederlandse wetgeving overgenomen in de Wet, het Besluit en de Regeling hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden. Via de Whvbz, Bhvbz en de Rhvbz is de onderlinge taakverdeling tussen overheden voor zwemwateren geregeld.

Taken van de provincie

De provincie heeft de taak om zwemwaterlocaties aan te wijzen en, indien nodig, af te voeren op grond van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz). Aanwijzing gebeurt elk voorjaar opnieuw.
De provincie zorgt voor de veiligheid van het zwemwater en kan op grond van de regelmatig ontvangen waterkwaliteitsgegevens een negatief zwemadvies of zwemverbod afgeven. Verder is het de taak van de provincie om het publiek te voorzien van algemene en actuele informatie over zwemwater. Dit houdt in: voorlichting over de provinciale zwemwaterlocaties én relevante informatie op de locatie zelf.
De Omgevingsdienst voert zwemwatertaken uit namens de provincies.

Taken van de waterbeheerder

De waterschappen en Rijkswaterstaat controleren de waterkwaliteit van de officiële zwemwaterlocaties gedurende het badseizoen. De gegevens worden aan de betreffende provincies gerapporteerd. Er wordt gemeten of bepaalde bacteriën (intestinale enterokokken en Escherichia coli of E.coli) in het water voorkomen. Deze bacteriën komen voor in de ontlasting van mensen en dieren en zijn een goede aanwijzing voor de zwemwaterkwaliteit. De waterbeheerder controleert ook op blauwalgen en inspecteert visueel op andere soorten van vervuiling.
Het opstellen van zwemwaterprofielen behoort ook tot de taken van de waterbeheerder.

Rapportage aan de Europese Unie

Aan het eind van het badseizoen rapporteren de provincies en de waterbeheerders alle resultaten van de controles en de getroffen maatregelen aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het ministerie rapporteert deze gegevens aan de Europese Commissie (EC). De EC geeft elk jaar een overzicht uit van de zwemwaterkwaliteit per lidstaat.