Natuur

Natuur en water zijn juist in Nederland onlosmakelijk met elkaar verbonden. Niet alleen is er veel watergebonden ("natte") natuur, ook is natuur sterk afhankelijk van water met een goede kwaliteit. De Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn, Natura 2000 en de Ecologische Hoofdstructuur vormen instrumenten voor het scheppen van waterstaatkundige condities voor natuur.

Belangrijke factoren die invloed hebben op de toestand en de ontwikkeling van de watergebonden natuur zijn verdroging, verzuring, verzilting, milieugevaarlijke stoffen en klimaatverandering.

Droogte

Nederland krijgt het meeste zoet water binnen via de rivieren Rijn en Maas. Een kleine bijdrage is afkomstig van neerslag die in Nederland valt. Als er langere tijd geen neerslag valt in het stroomgebied van rivieren kan een zoetwatertekort ontstaan. Landbouw, industrie, drinkwaterproductie zijn sterk afhankelijk van schoon zoet water. Voor de binnenvaart is vooral voldoende water belangrijk. Waterbeheerders nemen maatregelen als een tekort dreigt.

Verdroging

Voor een deel van de natuurgebieden is verdroging een bedreiging. Nederland is de afgelopen eeuw droger geworden, ondanks de (bijna) overstromingen van de grote rivieren en soms overvloedige neerslag. Verdroging leidt tot een afname van de beschikbaarheid van zoet water.
Door de te verwachten klimaatverandering zal structurele verdroging van onze waterafhankelijke natuur in ernst toenemen. Hier moeten we nu al rekening mee houden. Drastische maatregelen, om grote verdroogde natuurgebieden te herstellen, kunnen nodig zijn. Het huidige beleid is gericht op een hydrologisch en ecologisch herstel van verdroogde gebieden.

Verdroging is een gevolg van wateronttrekkingen (drinkwaterbereiding en industrie) en permanente grondwaterpeilverlagingen (ten behoeve van de landbouw). Daarnaast heeft de toename van verhard oppervlak (steden en wegen) en bebossing (toename van verdamping) een negatieve invloed op de verdroging. Ter compensatie van de verlaging van de grondwaterstand voeren waterbeheerders water van elders aan als dit mogelijk is.

Verzilting

Verdroging versnelt de aanvoer van brak (zout) kwelwater in de kustgebieden. Dit leidt tot verzilting van laaggelegen polders achter de duinen. Dit wordt interne verzilting genoemd. Er is sprake van externe verzilting als door de stijging van de zeespiegel, in combinatie met een lagere rivierafvoer in de zomer, er sprake is van een binnendringende zouttong. Dit komt bijvoorbeeld voor bij de Nieuwe Waterweg bij Rotterdam. Verzilting heeft nadelige effecten op verschillende van zoet water afhankelijke functies zoals de landbouw en drinkwaterwinning. Over de aan- en afvoer van zoet water tussen waterbeheerders worden afspraken gemaakt in waterakkoorden. Natte natuurgebieden kunnen een belangrijke functie vervullen bij het tegengaan van verzilting.

Vermesting en verzuring

Meststoffen als stikstof en fosfaat en verzurende stoffen als zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak hebben grote invloed op het voorkomen van planten en dieren op landbouwgronden. Door uitspoeling komen deze stoffen ook in het oppervlaktewater terecht. Samen met lozingen van industrieel- en huishoudelijk afvalwater zorgt dit voor het voedselrijker worden van ons water.

Milieugevaarlijke stoffen

Door menselijk toedoen komen in het (water) milieu stoffen voor die daar van nature niet thuis horen. Het betreft stoffen als bestrijdingsmiddelen, hormoonstoffen, zware metalen of medicijnresten. In de Kaderrichtlijn water is het beleid voor de beoordeling van de waterkwaliteit van het oppervlakte- en grondwater vastgelegd.

Klimaatverandering

Klimaatverandering kan grote gevolgen hebben voor het waterbeheer in Nederland. Door de klimaatverandering neemt de hoeveelheid regen toe en kan er in korte tijd heel veel regen op één plek vallen. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) besteedt daarom veel aandacht aan de klimaatbestendigheid van Nederland.

Klimaatbuffers zijn gebieden waar natuurlijke processen de ruimte krijgen. Hierdoor groeien ze mee met klimaatverandering en verbeteren ze de leefbaarheid van Nederland. Natuurlijke klimaatbuffers als WeHands, Natuurvriendelijke oevers en Nevengeulen kunnen een bijdrage leveren aan het klimaatbestendig maken van Nederland.

De waterschappen hebben als taak te zorgen dat per 2015 alle watersystemen in kwantitatieve zin op orde zijn. Dat betekent onder andere dat de watersystemen bestand zijn tegen klimaatverandering en bodemdaling zodat wateroverlast, verdroging en verzilting binnen acceptabele grenzen blijven. Hoe men dit gaat doen wordt vastgelegd in beheerplannen. Hierin zijn ook de maatregelen te vinden om natuurdoelen te realiseren.

De waterbeheerder en Natuur

Oppervlaktewateren herbergen belangrijke natuurwaarden. Bij de bescherming van deze natuurwaarden zijn Europese en nationale natuurwetgeving en - beleid van toepassing.

Waterbeheerders vervullen verschillende rollen en taken als het gaat om natuur:

  • Uitvoeren van maatregelen om natuurdoelen te realiseren;
  • Rekening houden met natuurwaarden bij aanleg en beheer&onderhoud en
  • Monitoren en geven van informatie.