Pilot bezien watervergunningen Eindrapport

De afgelopen jaren is de waterkwaliteit in Nederland duidelijk verbeterd, maar nog onvoldoende om alle doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen. Daarom hebben rijk, regionale overheden, bedrijfsleven en een groot aantal maatschappelijke organisaties eind 2016 de intentieverklaring Delta-aanpak waterkwaliteit en zoetwater ondertekend. In de Delta-aanpak Waterkwaliteit zijn acties opgenomen die ertoe moeten leiden dat de waterkwaliteit in Nederland in brede zin zal verbeteren. Eén van de acties die Rijkswaterstaat in dit kader heeft voorgedragen is ‘de screening van de vergunningen voor het lozen van industrieel afvalwater op Rijkswateren (actueel, adequaat, volledig)’. In deze pilot wordt verder in het bijzonder aandacht besteed aan relatief recent beleid en of nieuwe documenten voor BBT1, ZZS2, potentiële ZZS en opkomende stoffen.

Rijkswaterstaat is bevoegd gezag voor een groot aantal watervergunningen (ongeveer 800), vaak van grote bedrijven. Deze lozen rechtstreeks op rijkswater. Er is gekozen om in eerste instantie te starten met een pilot voor de beoordeling van 49 vergunningdossiers, verder genoemd watervergunningen. Daarnaast zijn er zeventien watervergunningen beoordeeld die in samenwerking met de DCMR3 door Rijkswaterstaat zijn aangedragen in verband met een inventarisatieonderzoek naar ZZS.

De doelen van de pilot zijn als volgt:

  1. in beeld brengen welke (eventuele) acties nodig zijn om de vergunningen van de pilotbedrijven in overeenstemming te brengen met de beleidsdoelstellingen en wetgeving, waaronder beste beschikbare technieken, mede ten aanzien van de hierboven genoemde stoffen;
  2. in beeld brengen wat de effectiviteit is van het bezien van vergunningen (opbrengst versus kosten) en welke knelpunten worden ervaren bij de werkzaamheden (bijvoorbeeld capaciteit, kennis, procedures, regelgeving, et cetera) en hiervoor een samenvattend projectrapport opstellen;

Het bovengenoemde eerste doel heeft geresulteerd in 66 bedrijfsrapportages waarin per bedrijf een overzicht is gegeven van de bedrijfsprocessen, het vergunningenbestand, de lozingseisen en een (actueel) stoffenoverzicht. De watervergunningen zijn beoordeeld op actualiteit, adequaatheid en volledigheid.

Het resultaat van het tweede doel van de pilot is dit rapport, waarin de onderzoeksmethodiek, de uitgangspunten en de resultaten van de pilot worden gepresenteerd. Tevens worden de effectiviteit van het bezien van de watervergunningen en de geconstateerde knelpunten beschreven. De resultaten in dit rapport zijn gebaseerd op de 49 watervergunningen die door Rijkswaterstaat zijn geselecteerd en die representatief zijn voor het volledige vergunningenbestand van Rijkswaterstaat.4