Diffuse bronnen

De emissie naar oppervlaktewater worden naast de zogenaamde puntbronnen als lozingen uit industrie of rioolwaterzuiveringsinstallaties voornamelijk veroorzaakt door diffuse bronnen ten gevolge van de sectoren verkeer en vervoer, landbouw en veeteelt, bouw en zorg.

Voor het verminderen van de emissie van de probleemstoffen is het Uitvoeringsprogramma diffuse bronnen waterverontreiniging opgesteld.

Het Uitvoeringsprogramma diffuse bronnen waterverontreiniging (UP):

• brengt het probleem van de emissies naar water van diffuse bronnen tot overzichtelijke proporties terug. De problemen lijken zich te concentreren in een beperkt aantal sectoren, waarin de landbouw en het verkeer en vervoer dominant zijn.

• verbetert naar verwachting de waterkwaliteit op grond van het al ingezette en nog te formuleren beleid en de maatregelen die hiermee gemoeid zijn. Het (op tijd) bereiken van de gestelde waterkwaliteitsdoelen is met onzekerheden omgeven omdat van veel maatregelen de positieve effecten nog moeten blijken. Monitoring van de waterkwaliteit moet de effectiviteit aantonen.

• geeft aan dat het rijk in belangrijke mate de verantwoordelijkheid draagt voor het diffuse bronnenbeleid. Die strekt zich ook uit tot de invulling van de opdrachtgeverrol (met betrekking tot vermindering emissies bouwmetalen, bestrijdingsmiddelen). De regio is vooral aan te spreken op handhaving, toezicht, de voorbeeldrol in het opdrachtgeverschap en de aanpak van specifieke lokale/regionale problemen.

• maakt ook duidelijk, dat voor een flink aantal stoffen geldt dat met de Europese Commissie afspraken moeten worden gemaakt. Afspraken over de beperkingen en mogelijkheden om aan emissies een eind te maken of deze afdoende te verminderen.

De focus van het UP ligt vooral op die stoffen waarvoor (in betekenende mate) een eigen, nationaal bronbeleid mogelijk of nodig is om de doelstellingen te halen. Tot deze stoffen behoren bijv. de nutriënten, de emissies van metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), gewasbeschermingsmiddelen en biociden maar ook de aanpak van (dier)geneesmiddelen. Voor het volledige uitvoeringsprogramma wordt verwezen naar Uitvoeringsprogramma diffuse bronnen waterverontreiniging - BWL2007122130A

Centraal in het UP staan de volgende sectoren met de hen eigen probleemstoffen:

  • Landbouw: fosfaat, stikstof, bestrijdingsmiddelen, metalen in veevoer (vooral koper en zink), koper in voetbaden, diergeneesmiddelen.
  • Vervoer: atmosferische depositie PAK's uit verbranding van brandstoffen, emissies banden (PAK's, zink) en remvoeringen (koper), emissies van infrastructuur/wegmeubilair (verzinkte metalen, bestrijdingsmiddelen), scheepvaart (PAK's, toiletwater en dergelijke).
  • Bouw: emissies metalen uit gebouwen (vooral koper en zink)
  • Zorgsector: geneesmiddelen (een veelheid aan stoffen).

Voor de probleemstoffen is in het UP een maatregelenpakket afgesproken. De Tweede kamer wordt periodiek middels een voortgangsbrief geïnformeerd. Op 30 september 2009 is de eerste voortgangsrapportage aangeboden. Deze zijn te volgen op: Beknopte voortgangsrapportage Uitvoeringsprogramma Diffuse Bronnen Waterverontreiniging inclusief geneesmiddelen - Kamerstuk. In de bijlagen van deze documenten zijn overzichttabellen en de voortgang per maatregel opgenomen.

In 2013 zal aan de hand van een meer diepgravende evaluatie van de effecten van het diffuse bronnenbeleid, in samenhang met de kosten(effectiviteit), worden beoordeeld of er sprake is van de noodzaak tot bijstelling van het beleid. De resultaten hiervan worden meegenomen in de maatregelprogramma's van de in 2015 conform KRW ten behoeve van de tweede planperiode van de vast te stellen stroomgebiedbeheerplannen.