Methode I

Methode I, module agro-hydrologie

Berekening van de langjarig gemiddelde opbrengstdepressiefracties

agricommethode1Op basis van langjarige hydrologische berekeningen worden de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) bepaald. STOWA heeft tabellen gepubliceerd voor gewasschade door droogte en verdrassing, afhankelijk van de GHG, GLG voor diverse gewas- en bodemtypen, en (soms) onderscheid makend naar wel of geen beregening.

Met de berekende GHG en GLG per plot en de HELP-tabellen worden de langjarig gemiddelde opbrengstdepressiefracties voor droogte en wateroverlast bepaald. De HELP-tabellen geven opbrengstdepressies uitgedrukt in geld. De depressiepercentages zijn afgeleid gebruikmakend van een langjarig gemiddelde prijs waarbij een lineair verband is verondersteld. Dezelfde percentages kunnen dus ook voor de depressiepercentages voor de fysieke opbrengst in kg gebruikt worden.

Invoergegevens:

  • de berekende grondwaterstanden (per plot, per tijdstap)
  • door STOWA gepubli¬ceerde gewasscha¬de-tabellen
  • een koppeling van gewaspatronen aan HELP-gewasgroepen, ook rekening houdend of wel/geen beregening plaatsvindt.
  • een koppeling van gebruikte bodemtypen aan HELP-bodemtypen
  • klimaatcoëfficiënt op de HELP-opbrengstdepressiefracties voor droogteschade (per district)

Het klimaat in Nederland is niet overal gelijk; er zijn 4 klimaatzones, gebaseerd op verschillen in neerslagoverschot. Onderstaande figuur geeft een overzicht van de indeling in deze 4 klimaatzones.

De in de tabellen genoemde depressiepercentages zijn afgeleid voor zone C. De droogteschade voor de overige zones kan hieruit afgeleid worden door te waarde voor zone C te vermenigvuldigen met respectievelijk 1.3 (zone A), 1.1 (zone B) en 0.9 (zone D). Voor schade door wateroverlast wordt geen gebruik gemaakt van deze factoren.

agricommethode1landkaart

Voor gewaspatronen die bestaan uit slechts één gewas wordt direct de bij dat gewas behorende HELP-tabel gebruikt. Voor gewaspatronen die bestaan uit een rotatie van meerdere gewassen wordt aangenomen dat de berekende GHG en GLG toepasbaar zijn voor alle in de rotatie voorkomende gewassen, en wordt per gewas op basis van de berekende GHG en GLG de schade door droogte en wateroverlast bepaald. Het feit dat de grondwaterstanden die maatgevend zijn voor de GHG en GLG niet bij elk gewas in het gewaspatroon optreden wordt dus verwaarloosd.

Uitvoer van dit onderdeel bestaat uit:

  • de GHG en GLG per plot
  • de langjarig gemiddelde opbrengstdepressiefracties voor droogte- en verdrassingsschade per plot/gewascombinatie.

Methode I, module agro-economie

Berekening van de langjarig gemiddelde geldelijke gewasopbrengst op basis van de langjarig gemiddelde opbrengstdepressiefracties

agricommethode1bOp basis van de langjarig gemiddelde opbrengstdepressiefracties voor droogte en verdrassingsschade per plot/gewascombinatie (berekend in onderdeel D), en de gewaswaarden per berekeningsjaar (berekend in onderdeel C) of een langjarig gemiddelde gewaswaarde, wordt de langjarig gemiddelde geldelijke gewasopbrengst bepaald.

Invoergegevens:

  • de langjarig gemiddelde opbrengstdepressiefracties voor droogte en verdrassing
  • de gewaswaarden per berekeningsjaar in €/ha (gemiddeld over alle districten), of
  • een gemiddelde langjarige gewaswaarde in €/ha

De opbrengstdepressiefracties voor droogte en wateroverlast kunnen niet zomaar worden opgeteld, maar worden als volgt gecombineerd tot een totale langjarig gemiddelde opbrengst¬depressiefractie:

gem_depressie = gem_droogte + (1 - gem_droogte) * gem_overlast

Hierin is:

  • gem_droogte = de langjarig gemiddelde opbrengstdepressie door droogte
  • gem_overlast = de langjarig gemiddelde opbrengstdepressie door wateroverlast
  • gem_depressie = de totale langjarig gemiddelde opbrengstdepressiefractie

Alle opbrengstdepressies zijn uitgedrukt als een fractie (getal tussen 0 en 1). De langjarig gemiddelde geldelijke gewasopbrengst wordt daarna berekend door de langjarig gemiddelde gewaswaarde te vermenigvuldigen met (1 - de totale langjarig gemiddelde opbrengstdepressiefractie).

Uitvoer bestaat uit:

  • de langjarig gemiddelde opbrengstdepressiefractie en de langjarig gemiddelde geldelijke gewasopbrengst per plot/gewas
  • totalen per district en over alle districten per gewas