Methode III

Methode III, agro-economie

Bepaling van de kosten van beregening

agricommethode3De variabele kosten van beregening worden gesplitst in de arbeidskosten en de energiekosten. Beide worden afhankelijk gesteld van het areaal en de totale hoeveelheid beregening, en zijn dus onafhankelijk van de verdeling van de beregening over het jaar en onafhankelijk van het gewas. Verder kan nog een heffing per m3 gebruik van oppervlaktewater of grondwater worden meegenomen.
De vaste kosten van beregening bestaan uit de afschrijvingen van investeringen in beregeningsinstallaties (buizen, haspels, pompen etc.), en uit jaarlijkse kosten voor verzekering en onderhoud. De omvang van de investering is afhankelijk van het type beregeningsinstallatie en de capaciteit. Uit eerder onderzoek bleek dit afhankelijk van de gemiddelde bedrijfsgrootte. Op basis van dergelijke regionale analyses wordt in AGRICOM gebruik gemaakt van een gemiddelde investering, afhankelijk van gebruik van grondwater of oppervlaktewater, variërend per district. Met een gegeven afschrijvingsperiode en rentepercentage volgt uit de totale investeringssom de jaarlijkse kosten, gebruikmakend van de capital recovery factor.

De berekening vereist de volgende invoergegevens:

  • hoeveelheid beregening per plot (rekencel)
  • de arbeidskosten in €/mm/ha
  • de energiekosten in €/mm/ha
  • de prijs per m3 grondwatergebruik
  • de prijs per m3 oppervlaktewatergebruik

De bovengenoemde arbeids- en energiekosten (in €/mm/ha), en de prijzen per m3 watergebruik gelden voor alle districten.

  • het areaal per plot(ha)
  • gemiddeld investeringsbedrag per ha oppervlaktewaterberegening per district
  • gemiddeld investeringsbedrag per ha grondwaterberegening per district
  • afschrijvingsperiode investeringen oppervlaktewaterberegening per district
  • afschrijvingsperiode investeringen grondwaterberegening per district
  • percentage onderhoud en verzekeringen voor oppervlaktewaterberegening per district
  • percentage onderhoud en verzekeringen voor grondwaterberegening per district
  • rentevoet

De arbeidskosten en energiekosten per plot volgen uit het product van de hoeveelheid beregening in mm, het plotareaal (ha), en de kosten per mm beregening per ha. De heffing volgt uit de hoeveelheid beregening (in m3) vermenigvuldigd met de prijs per m3 grondwater of de prijs per m3 oppervlaktewater, afhankelijk of de beregening uit oppervlaktewater dan wel uit grondwater plaatsvindt.

De vaste kosten van beregening worden als volgt berekend: Op basis van de bovengenoemde invoergegevens, worden per plot de vaste jaarlijkse kosten berekend door de sommatie van:

  • de vaste jaarlijkse kosten voor afschrijvingen

    Deze worden berekend via de capital recovery factor. Deze is gedefinieerd als:

    • r = rentevoet
    • n = aantal jaren (afschrijving)
    • Gegeven de totale investering per hectare worden de jaarlijkse afschrijvingskosten berekend door de totale investering met de CRF te vermenigvuldigen

agricommethode3formule

  • de vaste jaarlijkse kosten voor onderhoud/verzekeringen; dze kosten worden bepaald door de totale investering te vermenigvuldigen met het opgegeven percentage onderhoud/verzekeringen

Resultaten zijn:

  • de totale arbeidskosten van beregening per plot, per berekeningsjaar
  • de totale energiekosten van beregening per plot, per berekeningsjaar
  • de heffing op gebruik van grondwater en oppervlaktewater, per plot en berekeningsjaar
  • investeringskosten per ha oppervlaktewater/grondwaterberegening
  • vaste jaarlijkse kosten van investeringen voor oppervlaktewater/grondwaterberegening
  • de jaargemiddelde kosten per district en over alle districten