Landelijke bijeenkomst leergemeenschappen Water en Ruimte

Groepjes mensen ijverig aan het schrijven op rode en groene kaartjes, geanimeerde discussies en enthousiaste presentaties. Dat typeert in een notendop de landelijke bijeenkomst van de leergemeenschappen Water en Ruimte van 26 juni op fort Wierickerschans in Bodegraven. Hier inventariseerden circa vijftig deelnemers uit het gehele land wat de leergemeenschappen tot nu toe hebben opgeleverd.

Na een lunch op het historische fort, dat onderdeel uitmaakt van de Oude Hollandse Waterlinie en midden in het Groene Hart ligt, opende dagvoorzitter Corné Nijburg van het Water Governance Centre de bijeenkomst. Hij schetste kort het doel van de middag: “Wissel ervaringen uit, vertel elkaar hoe je de samenwerking tussen water en ruimte vormgeeft en vertel wat de synergie is”. Daarna gaf hij het woord aan David van Zelm van Eldik, directeur van het Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering.

Waterrobuust en klimaatbestendig

Volgens Van Zelm van Eldik gaat het bij het deelprogramma Nieuwbouw en Herstructurering om de vraag hoe ruimtelijke ordening kan worden gebruikt om ons land waterrobuust en klimaatbestendig te maken. De afgelopen tijd is geïnventariseerd wat er allemaal mogelijk is en zijn diverse instrumenten ontwikkeld. Een voorbeeld is de stresstest om in kaart te brengen hoe waterrobuust en klimaatbestendig een bepaald gebied is. Daarbij gaat het niet alleen om waterveiligheid, maar ook om de kwetsbaarheid voor wateroverlast en hittestress.

Stimuleringsprogramma

Van Zelm van Eldik vertelde dat in het najaar een stimuleringsprogramma start om met waterrobuuste en klimaatbestendige maatregelen aan de slag te gaan. Zo zal onder andere een 'kennisportal' worden ontwikkeld om alle aanwezige kennis toegankelijk te maken. Het uitgangspunt van het programma is dat zoveel mogelijk zal worden aangesloten bij belangrijke gebiedsprocessen en de mensen in het veld en gebruik zal worden gemaakt van al bestaande structuren. Hij benadrukte dat hij wat dat betreft voor de leergemeenschappen Water en Ruimte een belangrijke rol ziet weggelegd.

Oogst

Het volgende onderdeel was een korte terugblik op de 'oogst' van de leergemeenschappen. Dit gebeurde aan de hand van een overzicht van Willem Heesen van Platform 31, die wegens ziekte niet aanwezig kon zijn. Heesen heeft voor dit overzicht de afgelopen maanden aan deelnemers van de leergemeenschappen gevraagd evaluatieformulieren in te vullen. De reacties heeft hij samengevat tot een lijst met vijf 'producten': inspiratie en kennisuitwisseling, netwerkvorming, meer samenwerking tussen water- en RO-professionals, meer inzicht in het hele speelveld en oog voor de verschillende belangen en kennis van de veranderende koers en rol van de overheid.

Hoofdprogramma

Na deze inleidende onderdelen startte het hoofdprogramma, het gezamenlijk werken aan de inhoud van de 'Samenwerkingsverband-doos'. Trudes Heems van de TU Delft lichtte dit onderdeel toe, dat zij samen met Jan Dirk van Duijvenbode, innovator bij Rijkswaterstaat, voorbereidde. De Samenwerkingsverband-doos is geen EHBO-doos, maar een doos vol concrete en inspirerende maatregelen, tips en instrumenten voor mensen die met elkaar willen samenwerken op het gebied van water en ruimte. Om deze doos te vullen was een werkvorm gekozen waarbij deelnemers onder begeleiding van een 'tafelhost' in een aantal ronden kansrijke ideeën selecteerden en uitwerkten. Het idee achter de samenwerkingsverbanddoos is om de vele individuele initiatieven samen te brengen en voor iedereen toegankelijk te maken.

Leerzame fouten

In de eerste ronde moesten de deelnemers in kleine groepjes hun ervaringen en inzichten opschrijven op gekleurde kaartjes. Wat ging er goed bij samenwerkingsprojecten en wat waren leerzame fouten? Samen met de tafelhost ordenden ze de kaartjes in een aantal clusters. Vervolgens bleef de tafelhost zitten en schoven de deelnemers een tafel op voor ronde twee. In deze ronde moesten ze de geclusterde kaartjes van de vorige groep een rangorde geven en aangeven welke 'maatregelen' kansen boden op 'quick wins' en welke winst op de lagere termijn. Uiteindelijk moest dit leiden tot een top-10.

Kansrijke ideeën

Ook voor de derde ronde schoven de deelnemers weer een tafel door. Voor deze ronde moesten ze de meest kansrijke ideeën selecteren en deze verder uitwerken en voorzien van een handelingsperspectief. Elk groepje moest vervolgens een korte presentatie voorbereiden om hun idee met de rest van de deelnemers te delen. Dat leidde tot acht boeiende concepten die elk op ludieke wijze door de dagvoorzitter met een prijs werden beloond.

Hulpvraag

Eén van de concepten was het 'Wierickerschanswiel'. Het idee hiervan is dat een initiator van een plan een hulpvraag stelt om de samenwerking in beweging te krijgen. Een hulpvraag stimuleert anderen namelijk om met oplossingen en antwoorden te komen. Als dat gebeurt, kan vervolgens met een open en flexibele blik naar de inhoud, procedures en onderlinge relaties worden gekeken. Een ander concept was 'Maak de koek groter': om een gebiedsproces tot een succes te maken moet je op zoek naar het gemeenschappelijke belang. En dat vereist dat je investeert in onderling vertrouwen en open staat voor en de belangen en problemen van anderen. Is er overeenstemming, dan is het belangrijk om afspraken en dergelijke goed vast te leggen.

Het nieuwe werken 2.0

Weer een ander idee was het nieuwe werken 2.0: flexwerken bij een andere organisatie waarmee je geregeld samenwerkt. Door dit bijvoorbeeld een keer per maand te doen, kun je niet alleen kennis eenvoudig uitwisselen, maar ook de cultuur van de andere organisatie leren kennen, spontane ideeën ontwikkelen bij de koffie en vroegtijdig betrokken raken bij nieuwe plannen. Daarnaast vorm je voor de organisatie waar je te gast bent een handig aanspreekpunt voor alle zaken die met je eigen organisatie te maken hebben. Weer een andere concept was 'Maak de koek groter'. Zoek naar gemeenschappelijke belangen, investeer in onderling vertrouwen, verdiep je in de andere en deel successen.

Eerste versie

De komende tijd gaat Trudes Heems, in overleg met Jan Dirk van Duijvenbode, al deze concepten, evenals alle andere ideeën op de kaartjes, analyseren, rubriceren en omvormen tot concrete tips en kansrijke concepten waarmee partijen verder kunnen. De eerste resultaten zullen tijdens de bijeenkomsten van de regionale leergemeenschappen in september worden teruggekoppeld en de verwachting is dat in oktober of november de eerste versie van de Samenwerkingsverband-doos gereed is.