Geen juridisch gevecht, maar gezamenlijk aanpak van wateroverlast

In 1998, 1999 en 2001 teisteren hevige regenbuien het Westland. Kassen en woonwijken komen blank te staan. Het hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Westland maken plannen om dit soort problemen in de toekomst te voorkomen. Over de doelen zijn ze het snel eens. Dat geldt niet voor de uitvoering en de verdeling van de kosten. Als het meningsverschil dreigt uit te monden in een rechtsgang, besluiten beide partijen dat dit niet de juiste weg is.

“Na die jaren met forse wateroverlast zijn we vanaf 2002 samen met de gemeente Westland gaan werken aan een gemeenschappelijk waterplan om dit soort calamiteiten te voorkomen”, vertelt Jeroen Filius van Delfland. “In 2008 heeft Delfland het plan vastgesteld en rond die tijd was de gemeente Westland ook akkoord met de inhoud van het plan. Over de financiële aspecten waren we het echter niet eens. Het idee was om aanzienlijk meer waterberging te creëren. Wij zouden als Delfland de kosten van de inrichting voor onze rekening nemen, als Westland de benodigde gronden 'om niet' zou aandragen. Met dat laatste stemde de gemeenteraad echter niet in. Toen we vervolgens het idee kregen dat Westland waterberging niet in een bestemmingsplan had opgenomen, was voor ons de maat vol en besloten we een juridische procedure voor te bereiden.”

Alles bespreekbaar maken

"Gelukkig realiseerden de bestuurders van beide partijen op dat moment dat dit niet goede weg was”, vult Willemijn Nagel van gemeente Westland aan. “Ze besloten om elk een watercoördinator aan te stellen als aanspreekpunt voor alle projecten op het gebied van water en ruimte in het Westland. Bij Delfland kreeg Soet Huijbregts die functie en ik bij de gemeente Westland. Wij waren allebei nieuw in het speelveld en daardoor niet bedreigend. Ons uitgangspunt was om alles bespreekbaar te maken, niet langer uit te gaan van 'wij' en 'zij', stereotype beeldvorming te ontkrachten en vertrouwen op te bouwen door in projecten steeds te werken met twee 'trekkers', één van de gemeente en één van het waterschap.”

Belangen

Filius: “Door die samenwerking binnen projecten zijn Westland en Delfland geleidelijk aan dezelfde taal gaan spreken en is het wantrouwen verdwenen. Ook heeft het erg geholpen dat er niet langer naar standpunten, maar naar belangen werd gekeken. Die bleken voor een belangrijk deel te overlappen. Zo wilden zowel het waterschap, de gemeente én de glastuinbouwsector de kans op wateroverlast minimaliseren. Voor ons als waterschap was belangrijk dat maatregelen om dat te bereiken duurzaam en robuust zouden zijn. De tuinders wilden zo min mogelijk ruimte inleveren en de gemeente wilde dat de kosten ervan beperkt zouden blijven. Toen dat eenmaal helder was, zijn we gaan zoeken naar oplossingen die recht deden aan ieders belang.”

Innovatieve oplossingen

“Het besluit van Delfland om de norm van 325 m2 waterberging per hectare los te laten en meer naar het effect van maatregelen te gaan kijken, bood ruimte voor innovatieve oplossingen”, aldus Nagel. “We hebben geanalyseerd waar in de polders problemen
ontstaan bij hevige regenval en hebben oplossingen gezocht 'in de weg van het water'. Een mooi voorbeeld zijn waterbergende kasdaken. Door schotjes te plaatsen in de goten tussen de puntdaken van kassen kunnen we een deel van de neerslag tijdelijk op de kassen bergen. Bijkomend voordeel van de schotten is dat het regenwater bij hevige buien niet over de goten 'schiet', waardoor tuinders extra water kunnen opvangen in hun gietwaterbassins. Een andere optie is het benutten van de gietwaterbassins voor waterberging. Als er een hevige regenbui wordt verwacht gaat het waterschap 'voorbemalen' en krijgen tuinders een bericht om snel een deel van hun gietwater weg te laten lopen in de sloot, zodat er genoeg capaciteit in het bassin is om de verwachte neerslag te bergen. Weer een andere optie is de aanleg van waterkelders onder de teeltvloer.”

Vruchten plukken

Filius en Nagel zijn beiden positief over de intensieve samenwerking tussen het waterschap en de gemeente. Nagel: “In het begin hebben we veel tijd en energie gestoken in het creëren van vertrouwen, het uitbannen van 'kwaadsprekerij', het opzetten van een stappenplan voor gebiedsprocessen en het opbouwen van een netwerk van mensen op de werkvloer bij het waterschap en de gemeente. Dit netwerk zorgt ervoor dat mensen elkaar kennen, weten wat anderen doen en elkaar eenvoudig kunnen aanschieten als dat nodig is. Inmiddels kunnen we de vruchten van deze investeringen plukken. In twee polders zijn we nu klaar met de maatregelen om wateroverlast te voorkomen en een groot aantal andere projecten verloopt voorspoedig. Verder begint het steeds vanzelfsprekender te worden dat we projecten gezamenlijk aanpakken.”

Verbreding

Filius: “Wat ik zelf erg waardevol vind, is de verbreding van de samenwerking. Werkten we in het begin alleen samen om wateroverlast aan te pakken, ondertussen doen we dat ook op het gebied van waterkwaliteit en waterkeringen. En doordat we nu veel meer als partners samenwerken aan het oplossen van vraagstukken, ook met sectorpartijen, kunnen we andere onderwerpen, zoals de emissieloze kas, veel eenvoudiger op de agenda krijgen."