“Til de discussie over een knelpunt naar een hoger niveau”

De nieuwste trend: gemeenten die willen investeren in oplossingen die buiten hun gemeentegrens liggen om op die manier een bepaald knelpunt binnen de eigen grenzen aan te pakken. Volgens Arnold Wielinga is dit één van de resultaten van de afspraken binnen het Nationaal Bestuursakkoord Water en geeft het meer kwaliteit tegen minder kosten. Maar niet overal verloopt dit vlekkeloos.

Arnold WielingaArnold Wielinga is projectleider/ adviseur Integraal Stedelijk Waterbeheer bij Royal HaskoningDHV en komt derhalve over de vloer bij tal van gemeenten en waterschappen in het land. Hij ziet steeds meer mooie samenwerkingen ontstaan. Bijvoorbeeld in de Betuwe tussen 3 gemeenten en het Waterschap Rivierenland. "We hebben hier in een gezamenlijk traject voor elke gemeente een rioleringsplan gemaakt", vertelt Wielinga. "In deze plannen hebben de gemeentebesturen afgesproken om bestaande knelpunten zo effectief mogelijk (doelmatig / tegen de laagst maatschappelijke kosten) op te lossen. Dit kan in de praktijk betekenen dat gemeente A investeert in de riolering op het grondgebied van gemeente B als dit het knelpunt op een doelmatigere manier verhelpt dan investeringen op het eigen grondgebied. Dat is echt een nieuwe ontwikkeling. Nu hebben we het alleen nog maar over beleid, dus ik ben benieuwd hoe dit zich in de praktijk zal gaan ontwikkelen, de gezamenlijke onderzoeksprojecten zijn in ieder geval in het uitvoeringsprogramma opgenomen." Op dit moment is Wielinga ook met een dergelijk traject bezig in West-Brabant, waar zes gemeenten met elkaar willen gaan samenwerken.

Conflict

Dat de praktijk weerbarstig is, maakt Wielinga ook mee. Zo geeft hij het voorbeeld van een bedrijventerrein waar een beek is omgeleid om de aanleg mogelijk te maken. De beek maakt (in tegenstelling tot de oorspronkelijke loop) een haakse bocht, versmalt aanzienlijk en ontmoet een aantal duikers, zodat deze bij hoog water buiten zijn oevers treedt en een deel van het bedrijventerrein (regelmatig) onder water zet. Wielinga mocht een aantal oplossingen bedenken, alleen gingen de partijen hier vervolgens mee aan de haal. "Ze gingen daarna zo aan de knoppen draaien, dat de kosten bij de ander kwamen te liggen. Dat is nou niet echt denken vanuit de maatschappelijk laagste kosten."

Wel heeft Wielinga de kanttekening dat er bij dit soort knelpunten vaak geen beleid onder ligt. Er zijn geen goede afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten. De kunst is volgens hem om in een dergelijke situatie het conflict eerst op een hoger niveau te tillen en te kijken naar de uitgangspositie. Als de partijen het er over eens zijn dat ze het samen moeten oplossen tegen de zo laagst mogelijk maatschappelijke kosten en vooraf de kostenverdeling vastleggen, dan is het makkelijker om daarna aan de slag te gaan met concrete maatregelen.

Taalverschillen

Toch is Wielinga erg positief over de diverse samenwerkingsvormen die er in Nederland tussen waterschappen en gemeenten ontstaan. "Waterschappen zien het stedelijk gebied steeds meer als een volwaardig element in hun beheer. In eerste instantie waren ze geneigd om vooral normen op te leggen, maar dat is niet de meest ideale manier om samen te werken. Nu proberen ze veel meer in samenspraak met de gemeente te kijken hoe je met die normen kunt omgaan." Gemeenten en waterschappen leren elkaar steeds meer te verstaan, hoewel dat bij een ‘probleembui' soms nog lastig is. Wielinga: "Gemeenten vinden het een probleem als een hoosbui de straten blank zet. Een waterschap maakt zich daarover minder zorgen, omdat het systeem dergelijke buien vaak eenvoudig kan bergen. Dat maakt zich meer zorgen over dagenlange regen achter elkaar, waardoor het systeem buiten de oevers dreigt te treden."

Watertoets als proces

Het watertoetsproces ziet Wielinga als een geschikt middel om de discussie tussen gemeenten en waterschappen in een vroeg stadium op gang te brengen en moet volgens hem blijven bestaan. "De RO-afdeling van de gemeente heeft gewoon dat belletje nodig, anders ben ik bang dat we weer achteraf moeten gaan repareren. In eerste instantie werd de watertoets ook heel normatief en achteraf gebruikt, maar inmiddels wordt het meer en meer gebruikt om vroegtijdig tot robuuste waterstructuren te komen. Wel heb ik de vertaling van de watertoets naar de uitvoeringspraktijk altijd lastig gevonden. Wat komt er nou precies terecht van datgene wat je in dit proces met elkaar afspreekt? Daar mag wat mij betreft wel wat meer controle op zijn."