Meekoppelmethode kan grote kostenbesparingen opleveren

Tijdens één van de workshops op de conferentie ‘Klaar voor de toekomst' presenteerde Martin Hulsebosch van de gemeente Dordrecht de zogenaamde ‘meekoppelmethode'. Deze methode helpt om klimaatadaptatie mee te nemen in ruimtelijke ontwikkelingen.

Steden in Nederland zijn de afgelopen decennia enorm gegroeid waarbij het bestaand stedelijk gebied steeds werd uitgebreid met nieuwe stadslocaties. Met de huidige economische en demografische situatie is de verwachting dat dit in de toekomst niet meer het geval zal zijn. De opgaven voor het stedelijke gebied in Nederland zullen vooral liggen in Herstructurering en groot onderhoud van de stad. Dit zijn aanpassingsmomenten waarbij verschillende opgaven gecombineerd aangepakt kunnen worden. Hulsebosch: "Steden zullen geconfronteerd worden met de gevolgen van klimaatverandering, maar op de korte termijn niet de financiële middelen hebben om maatregelen te nemen om de stad klimaatbestendig te maken. Het inbouwen van adaptatiemaatregelen is daarom altijd onderdeel van het ‘meekoppelen' met andere projecten. Op dit moment wordt het klimaatbestendig maken en het omgaan met klimaatonzekerheid echter nog niet structureel meegenomen in dergelijke projecten. Met de meekoppelmethode, d.w.z. gecombineerde methode van werken met adaptatiekansen en knikpunten in het watersysteem kan dit op een efficiënte manier gebeuren."

Niet structureel

Echter, een geschikte afwegingsmethodiek om te bepalen welke adaptatiemaatregelen, waar en wanneer mee te koppelen met normale projecten ontbreekt echter nog. Mede daarom wordt het klimaatbestendig maken op dit moment niet structureel meegenomen in dergelijke projecten.

Knikpuntenanalyse

Hulsebosch liet zien dat met de "knikpuntenanalyse" de afvoer- en bergingscapaciteit van het systeem en de interactie tussen de deelsystemen in zijn geheel wordt bekeken. "Hierdoor wordt expliciet zichtbaar bij welke neerslagtoename er problemen ontstaan en waar dit als eerste gebeurt. De delen van het systeem die het eerste te maken hebben met problemen zijn de ‘zwakke plekken' en de knikpuntanalyse laat met behulp van klimaatscenario's zien op welk moment in de toekomst dit knikpunt kan voorkomen. Daarnaast kan met deze analyse ook getoond worden wat de effectiviteit van een maatregelenpakket is om het knikpunt te verschuiven. De gemeente kan zodoende maatregelen nemen die efficiënt en effectief zijn, waarmee men op de toekomst kan anticiperen en ook rekening houdt met lokale eigenschappen van het watersysteem."

Adaptatiekansen

Voor het vinden van een meekoppelmoment wordt een knikpunt gekoppeld aan een adaptatiekans. Dordrecht heeft adaptatie kansen in de stad geïdentificeerd door de levensduur van verschillende objecten in het stedelijk gebied in kaart te brengen. Een adaptatie kans is een moment, waarbij er iets substantieels gebeurt qua stedelijk ontwikkeling.

Wielwijk

Hulsebosch vertelde dat ze de methode als eerste op Wielwijk hebben toegepast omdat deze wijk voor een grondige herstructurering staat. Het watersysteem van Wielwijk bestaat uit een combinatie van de riolering, openbare ruimte en het oppervlaktewater. Het huidige rioolsysteem van Wielwijk is een gemengd stelsel. De knikpuntenanalyse laat zien dat het ondergrondse gemengde rioleringssysteem van Wielwijk wat betreft capaciteit redelijk robuust is. Het was dus mooi geweest als vervanging van de riolering uitgesteld zou kunnen worden, waardoor grote kosten bespaard kunnen worden. Uit video-inspectie blijkt echter dat de technische staat van het riool slecht is en het systeem op korte termijn moet worden vervangen.

Conclusie

Volgens Hulsebosch wordt de werking en de noodzaak voor onderhoud/aanpassing van het systeem met de meekoppelmethode inzichtelijker. "Een goed inzicht in meekoppelmomenten kan grote kostenbesparingen opleveren. Maatregelen kunnen gemakkelijk doorgerekend worden in het model. Het is helder uit te leggen waarom een bepaalde maatregel naar voren getrokken kan worden of juist uitgesteld kan worden."

De methode geeft dus inzicht in wanneer het watersysteem (en deelsystemen) op zijn vroegst en op zijn laatst niet meer op orde zal (zullen) zijn. Hulsebosch heeft er wel een waarschuwing bij: "Dit kan een reactieve houding in de hand werken: ‘we gaan pas wat doen als het systeem niet meer op orde is".