“Ik wil niet als een oester op mijn waterding zitten”

Bij de opening van de goedbezochte conferentie ‘Klaar voor de toekomst' gingen een aantal bestuurders in op de vraag of het waterbeheer inmiddels goed geregeld is.

Dijkgraaf Poelmann was een aantal jaren de ‘geestelijk vader' van het Actieprogramma Water en Ruimte. Omdat de conferentie ook de afsluiting van het actieprogramma was, keek hij even terug op het ontstaan ervan. "Ik heb altijd moeite met het begrip ‘watertoets' gehad. Ik was van mening dat we als waterschappers meer aan de voorkant van gebiedsontwikkeling zouden moeten zitten. Daar hebben we in het actieprogramma met succes aan gewerkt. Mensen in alle lagen van de organisatie weten elkaar beter en sneller te vinden. Tegelijkertijd is het is een mentaliteit- en cultuurkwestie en daar moet je mee bezig blijven. Ik zie bijvoorbeeld dat gemotiveerde medewerkers niet altijd de steun van hun managers krijgen. Ook die moeten de noodzaak ervan inzien. In dat opzicht gaat het om het beter ‘ritsen van organisaties'. Ik zie het actieprogramma als het begin van een proces, wat zich hopelijk voortzet."

Soft

seminar toekomst-047Wethouder Van Rhee- Oud Ammerveld van de gemeente Tiel beaamde dat de samenwerking tussen gemeente en waterschap de laatste jaren verbeterd is. "Het belangrijkste in de samenwerking vind ik het begrip voor elkaar. Dat klinkt misschien wat soft, maar het maakt de samenwerking prettiger. Dat begrip krijg je door te proberen erachter te komen wat de gedachte is achter bepaalde regels en normen."

Ordenend principe

Volgens gedeputeerde De Vries van de provincie Utrecht is ook de provincie klaar voor de toekomst. Zo wees hij op het feit dat onlangs, op 15 februari 2013 de nieuwe structuurvisie voor Utrecht is vastgesteld. "Hierbij is water als ordenend principe opgenomen. Water moet altijd meewegen in ontwikkelingen." Ook benadrukte hij de kansen van het digitaal werken. "Dat geeft je de mogelijkheid om snel inzichtelijk te maken welke keuzes je hebt gemaakt en waarom. Je kunt daarmee ook makkelijker schuiven met opgaven."

Hoef en Haag

De Vries noemde ook dat met de vaststelling van de provinciale Ruimtelijke Structuurvisie de komst van het nieuwe woongebied Hoef en Haag in Vianen definitief mogelijk is gemaakt. Hier is ruimte voor bijna 2000 woningen. Een plek waar het waterbeheer heel nauw luistert. "Het is een heel spannende plek, met een driedubbele wateropgave. Als het lukt dan krijg je daar iets bijzonders."

In dit project spelen ook ontwikkelaars een belangrijke rol en wethouder Van Rhee-Oud Ammerveld gaf aan hier veel belang aan te hechten. "Dat is wel ontzettend moeilijk. Ze moeten nadenken over iets wat voor hun gevoel te weinig oplevert." De Vries bekeek het positief: "Het gesprek met ontwikkelaars wordt wel gevoerd. Ze snappen ook dat je in deze tijd met meer moet komen aanzetten dan een stapel huizen."

Oester

Er werd afgesloten door te stellen dat het goed zou zijn om meer en vaker de ontwikkelaars bij de leergemeenschappen Water en Ruimte te betrekken. Poelmann vatte als laatste even het Actieprogramma Water en Ruimte samen: "Ik wil niet als een oester op mijn ‘waterding' zitten. Als we water goed in gebiedsontwikkeling willen laten meewegen, moeten we oog hebben voor andere belangen die we in de RO tegenkomen. Het gaat om de bereidheid om mee te denken, ook als het je als waterbeheerder minder goed uitkomt."