‘Plan Over de Dijk’

Het ‘Plan Over de Dijk' gaat over de bouw van 500 à 600 woningen op 30 hectare grond in het Zeeuwse Heinkenszand in de ‘Zak van Zuid-Beveland'. Voor het waterschap lag in dit plan de taak de persleiding te verleggen en waterberging te creëren, gecombineerd met ‘natuurvriendelijke oevers'. Ook moest aan eisen voor waterkwaliteit voldaan worden.

Het plan heeft een looptijd van 15 jaar. "Voor onze begrippen een groot plan", zegt (beleids)medewerker Ruud van der Goes van waterschap Scheldestromen. "Op dit moment is het plan voor tweederde gerealiseerd."

Samenspel waterbeheerder - ontwikkelaar

Het begrip over en weer tussen waterbeheerder en ontwikkelaar gemeente Borsele was prima: "Wij onderhouden al lange tijd een goed contact, alles is in goede harmonie verlopen." Van der Goes zegt dan ook met tevredenheid terug te kijken op de resultaten tot dusver.

De betrokkenheid van het waterschap bij het project vond in een vroeg stadium plaats, mede door dit positieve contact tussen gemeente Borsele en het waterschap. Een andere reden was dat er in dit project eigendomskwesties speelden en het waterschap als eigenaar daardoor al snel benaderd werd.

Proactieve houding

Vroege betrokkenheid van de waterbeheerder is volgens Van der Goes heel belangrijk: "Je moet zo snel mogelijk met de gemeente om de tafel zitten, afspraken maken met gemeenteambtenaren of projectontwikkelaars en daarnaast vragen naar: ‘welke plannen leven er verder nog bij jullie?' Maar ook is het zaak zelf goed geïnformeerd blijven door bijvoorbeeld (lokale) kranten te lezen, want soms komen journalisten eerder wat te weten." De waterbeheerder moet een proactieve houding aannemen, is zijn ervaring. Dit ook omdat water meestal een klein deel vormt van het plan als geheel én water(knel)punten vaak als technische problemen gezien worden, die achteraf vaak wel oplosbaar zijn, maar soms ook helemaal niet!

Evalueren is investeren

"Wij als waterschap moeten wel heldere uitgangspunten hebben, zeker op het gebied waar de gemeente met ons te maken heeft", zegt Van der Goes. Zo speelde in dit project de vraag hoe op voldoende schaal waterberging gerealiseerd kan worden. Van der Goes: "De discussies over meer peilstijging en het genereren van waterberging lopen intern nog, maar zolang er binnen het waterschap geen helderheid bestaat, is het moeilijk op een duidelijke manier over dit onderwerp met de gemeente te communiceren." Evaluatie schept duidelijkheid en zou binnen het waterschap meer plaats moeten vinden, vindt hij: "Het schiet er door tijdgebrek vaak bij in, maar het is wel belangrijk, ook met het oog op volgende projecten".

Watertoets

De watertoets is een belangrijk instrument, volgens Van der Goes, dat hij niet graag zou afschaffen. "De handhaving kan misschien juridisch versterkt worden, maar belangrijker is in hoeverre betrokkenen van het belang van wateraspecten doordrongen zijn. Het is zaak mensen in die zin te blijven ‘opvoeden'."

Tot slot noemt Van der Goes dat er bij projecten iemand moet zijn met overzicht, met een creatieve, open opstelling. Hij zou zich kunnen voorstellen dat er een nieuwe functie in het leven geroepen wordt: iemand met een brede scope en ruime blik (een soort ‘accountmanager').