Invulling Bestuursakkoord Water vordert

Diverse werkgroepen zijn bezig de afspraken uit het Bestuurakkoord Water verder vorm te geven. Op 1 november presenteerden zij hun voortgang en zijn een aantal producten opgeleverd. De stuurgroep concludeert dat de motivatie voor dit proces nog altijd groot is bij de betrokken partijen. Wel ligt er de uitdaging om te werken aan de bekendheid van het akkoord op werkvloerniveau.

De 5 samenwerkingspartners (Het Rijk, de provincies, de waterschappen, de gemeenten en de waterleidingbedrijven) willen met minder kosten en minder bestuurlijke drukte Nederland droog en veilig houden. Kenmerkend voor de nieuwe aanpak is een solide, simpel en sober waterbeheer. Dat betekent een structurele besparing oplopend tot 750 miljoen euro in 2020 en een beperkte stijging van de waterlasten voor burgers en bedrijven. Deze besparing van 750 miljoen euro komt voor een deel uit de waterketen (450 miljoen euro) en voor een deel uit het beheer van het watersysteem (300 miljoen euro).

Besparingen monitoren

Maar hoe meet je dat de partijen die besparingen ook daadwerkelijk realiseren? Geert Buijs is namens het ministerie van I&M secretaris van de stuurgroep en vertelt dat één van de werkgroepen hier een instrument voor ontwikkelt. "We willen transparant zijn over wat we precies bereiken. Het doel is om op een evenwichtige manier te monitoren. We kijken zowel in kwantitatieve zin naar de bespaarde euro's als kwalitatief naar de prestaties. En de monitoring mag de organisaties niet teveel administratieve lasten opleveren." De bedoeling is om in 2012 een 0-meting uit te voeren. Eind 2013 wordt vervolgens een eerste tussenstand opgeleverd.

Projectbijdrage

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma is - vanwege het financieringsvraagstuk - één van de lastigste thema's uit het Bestuursakkoord Water. Buijs vindt dat ook op dat punt genoeg voortgang zit. Op 29 november is een brief naar de Tweede Kamer gegaan waarin de hoofdlijnen van het programma beschreven staan. Hierin staat dat het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma in 2014 gereed zal zijn. De waterschappen gaan in het nieuwe programma 50% bijdragen aan de kosten voor de versterking van primaire waterkeringen die bij henzelf in beheer zijn. Uit een eerste analyse blijkt dat een projectgebonden aandeel van 10% voor de waterschappen haalbaar is. De komende maanden buigen de waterschappen zich over dit voorstel en daarnaast kijkt er ook een onafhankelijke externe partij naar.

Innovatie

Onlangs stelden Hans Middendorp (adviesbureau Balance) en Peter Vonk (Algemene Waterschapspartij) in H2O dat de besparingen in de waterketen weleens grote consequenties zouden kunnen hebben. Ze vrezen dat er alleen geld overblijft voor vervangingsinvesteringen, maar dat er geen ruimte meer is voor verbeteringsinvesteringen. Buijs geeft aan dat dit een spanningsveld is. "De besparingen mogen geen botte bezuinigingen zijn. Het mag niet ten koste gaan van innovatie. Het mooiste is dat er geld beschikbaar blijft voor innovaties die uiteindelijk de partijen helpen om verder te besparen."

Vervolg

8 Maart is een volgend ijkpunt voor het proces. Dan staat er namelijk een werkconferentie over het Bestuursakkoord Water op het programma. Buijs vertelt dat deze conferentie twee doelen moet dienen. "Aan de ene kant is dit een mooi moment om te kijken waar we na een jaar staan. Daarnaast hebben we gemerkt dat het akkoord vooral op de werkvloer nog bekender moet worden. Daar is de conferentie ook voor bedoeld."

Wetgeving

Daarnaast werkt de stuurgroep en de diverse werkgroepen aan wetgeving rondom de indirecte verkiezingen van het waterschapsbestuur, het belastingstelsel en het hoogwaterbeschermingsprogramma. Ook is een belangrijk aandachtpunt om de waterbelangen goed te borgen in de ontwikkelingen rondom de Omgevingswet. Als het gaat om de samenwerkingsdoelstellingen in de waterketen, dan zet de stuurgroep voorlopig nog geen wetgeving in. Buijs: "Eind 2012 moet 75% van de organisaties in de waterketen daadwerkelijk handen en voeten aan de samenwerking gegeven hebben. In eerste instantie willen we dit stimuleren met behulp van bijvoorbeeld kenniscoaches. Mocht dit niet werken dan zullen we zogenaamde ‘stok-achter-de-deur-wetgeving' ontwikkelen."