Evalueren met behulp van unieke ‘Community of Practice’

De evaluatie van de watertoets is een ‘lerende evaluatie'. Een onderdeel hiervan is de zogenaamde ‘Community of Practice'. In dit geval in een unieke vorm. Er zijn namelijk weinig gevallen bekend waarbij leerervaringen op operationeel, regionaal niveau, vertaald worden naar het nationale beleidsniveau.

De kern van de evaluatie van de watertoets, zit in het onderzoek naar 13 casussen. Van deze 13 plannen wordt gereconstrueerd hoe water in locatiekeuze en planvorming is meegenomen. Paul Kersten is onderzoeker Bestuurskunde en Planologie bij Alterra en zit in het zogenaamde ‘reviewteam' voor de evaluatie van de watertoets.

Met een klein team van ‘leerdeskundigen' houden zij het leerproces rondom de evaluatie in de gaten en geven de uitvoerende partijen gevraagd en ongevraagd advies. Hij geeft aan dat de ‘lerende evaluatie' het beste past bij het bekijken van deze casusussen. "De klassieke manier van evalueren is dat je kijkt of een project zijn doel heeft bereikt. Maar in de praktijk zijn doelen vaak vaag. Daarom moet je een leerproces ingaan waarin je met elkaar in gesprek gaat over welke doelen er zijn (geweest) en hoe die tot stand zijn gekomen of en waarom die gewijzigd zijn. Zeker bij de watertoets is dit het geval. De manier waarop betrokkenen er tegenaan kijken is verschillend en bovendien in de loop van de jaren veranderd. Dat moet je in kaart brengen en dat doe je in een ‘community of practice'."

Bewezen methode
De ‘community of practice' is volgens Paul Kersten een bewezen methode. Als sinds begin jaren '90 houdt hij zich hiermee bezig. Kersten geeft aan dat het leren van elkaar goed aansluit bij de manier waarop tegenwoordig de ruimtelijke ordening georganiseerd is. "We zijn binnen de planologie van een situatie gegaan waar we te maken hadden met een ‘commanderende' overheid naar een situatie dat de betrokken partijen het meer zelf moeten uitzoeken. Dat gaat alleen maar goed als je veel van elkaar wilt leren. Onderzoek bevestigt dat lerende regio's, gebiedsontwikkelingen waar men van elkaar wil leren, succesvoller verlopen .

Randvoorwaarden
Wel ziet hij een aantal belangrijke randvoorwaarden voor het slagen van een dergelijke leergemeenschap. "Het leerproces moet op gang komen. Dat is iets waar wij als ‘leerdeskundigen' veel ervaring mee hebben. We proberen te zorgen voor goede condities. De deelnemers moeten vrij en ongebonden kunnen praten. Het gevoel hebben dat ze deel uitmaken van een groep. Dat hun mening belangrijk is. Dat lijkt heel logisch, maar toch voldoen veel bijeenkomsten hier niet aan."

Doel
Kersten benadrukt dat om goed te kunnen evalueren je zowel naar de formele projectstappen moet kijken, als naar de sociale aspecten daarbinnen en omheen. "Een projectstap is meestal de ‘afzegening' van veel gepraat. De vraag is: wat doet de watertoets nou in al dat gepraat?"

Regionale debatten
In september en oktober vinden vier regionale debatten - gespreksronden - plaats over de eerste bevindingen van de evaluatie. Kersten kijkt ernaar uit. "Hier worden de resultaten van de onderzochte casussen opgewaardeerd naar nationaal niveau. Dat is voor ons erg interessant. Zijn leerprocessen op operationeel niveau hetzelfde als op nationaal beleidsniveau? Kunnen landelijke beleidsmakers leren van ervaringen van de werkvloer? Met die wisselwerking tussen operationeel en strategisch niveau hebben wij niet zoveel ervaring. Mijn idee is dat beleidsmakers in Den Haag gewend zijn om besluiten voor te bereiden of te nemen in plaats van te leren van de werkvloer. Maar dat vragen wij nu wel van ze!"