UvW voert watertoets uit op structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In een relatief korte tijd heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu haar ambities, belangen en opgaven tot 2040 opgeschreven in de ‘ontwerp structuurvisie Infrastructuur en Ruimte'. Maar zitten de waterbelangen er wel goed genoeg in? Met de Unie van Waterschappen als regisseur, wordt deze zomer een watertoets op het plan uitgevoerd.
Omdat de verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit gedateerd zijn door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden, was een actualisatie van het ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid nodig. Ook vraagt de oprichting van een Ministerie van Infrastructuur en Milieu om een verdere integratie van het ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid. Daarmee geeft deze structuurvisie een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is het de ‘kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

Waterbelangen
Vanuit de Unie van Waterschappen was Rob Uijterlinde betrokken bij de ‘wateronderdelen' van het plan. Hij geeft aan dat in de structuurvisie duidelijk de filosofie uit het regeerakkoord terug komt. "Het kabinet stelt het verbeteren van de economische structuur voorop en dat zie je ook terug in deze structuurvisie. Onderwerpen als bereikbaarheid en mobiliteit staan er prominent in, terwijl er minder aandacht voor natuur is."

De waterbelangen zijn verwoordt in ‘Nationaal belang 8 en 9'. Nationaal belang 8 wordt omschreven als ‘Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's'. Uijterlinde: "Hier wordt ervoor gekozen om te voldoen aan de (Europese) normen, maar meer ook niet. Daarin wordt duidelijk het regeerakkoord gevolgd."

Aanknopingspunten
Meer aanknopingspunten ziet Uijterlinde in Nationaal belang 9. Deze is omschreven als ‘Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling'. "Het gaat hier niet alleen om behoud, maar ook om ontwikkeling. Samen met het DG Water van het ministerie hebben we gestoeid om het Deltaprogramma er goed in te krijgen. Eén van de opvallende elementen is de keuze om ‘mee te bewegen met natuurlijke processen'. Ook dat is een ankerpunt waar we mee verder kunnen, al moet dit de komende jaren nog wel verzilverd worden in de verdere gebiedsgerichte uitwerking van deze structuurvisie."

Ordenend principe
Voorheen werd het water veelal genoemd als belangrijk ordenend principe. Hoe zit dat in deze structuurvisie? Uijterlinde: "Ik vind dat er niet zo sterk instaan. Tussen de regels door kun je dat er wel uithalen, maar het staat er wat indirect. Zo wordt de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren benaderd vanuit het hoofdwatersysteem: een goede bufferwerking in het regionaal watersysteem is nodig om afwenteling op het hoofdwatersysteem (waar het Rijk over gaat) te voorkomen. Ook als je kijkt naar het Nationaal Waterplan dan is het watergedeelte in deze structuurvisie een behoorlijke indikking daarvan. Maar het belangrijkste is dat de belangrijke ankerpunten uit het Nationaal Waterplan er wel inzitten."

Watertoets
Gaandeweg het proces ontstond bij de Unie van Waterschappen het idee om een watertoets op de structuurvisie uit te voeren. Iedereen vond dat gelijk een goed idee, maar door de enorme tijdsdruk, is ervoor gekozen om dit te laten samen vallen met de inspraakperiode die deze zomer plaatsvindt. De UvW heeft twee doelen op het oog met het uitvoeren van de watertoets. Uijterlinde: "In eerste instantie is het een inhoudelijk vangnet. We kijken nog eens nauwkeurig of onze huidige inbreng in de structuurvisie voldoende is. En het zou kunnen dat we tijdens de inspraak aanvullende zaken inbrengen. Daarnaast hopen we er ook van te leren hoe een watertoets op dit abstracte niveau werkt."

Planning
Uijterlinde geeft aan dat de Unie van Waterschappen het initiatief neemt voor deze watertoets. "In de maanden juni en juli zullen we met experts van Rijkswaterstaat en waterschappen het plan doornemen. In eerste instantie denk ik aan een intensieve sessie onder begeleiding van een extern bureau. Vervolgens willen we in de maand augustus de bevindingen voorleggen aan een bredere groep." Het zou kunnen zijn dat er in die inspraakronde ook al bevindingen worden meegenomen uit de evaluatie van de watertoets die nu gaande is. Uijterlinde: "Dat zou zeker kunnen, al moeten we nog bekijken welke plek die bevindingen daar precies in krijgen. In ieder geval wordt de in de evaluatie opgedane kennis door de deelnemers van de Unie en waterschappen meegenomen."