Gebiedsontwikkeling in woelig water

In het najaar van 2010 is het boek ‘gebiedsontwikkeling in woelig water' verschenen. Het boek werpt een interessant licht op de nieuwe uitdagingen waarvoor het hedendaagse waterbeheer wordt gesteld. De auteurs - Arwin van Buuren, Jurian Edelenbos en Erik-Hans Klein - analyseren in dit lijvige boekwerk onder andere acht actuele en aanspreken waterprojecten.
Het gaat hierbij om de waterprojecten Wieringerrandmeer, Zuidplaspolder, Noordwaard, Dijkteruglegging Lent, Waalblok, Nieuwe Hollandse Waterlinie, IJsseldelta-Zuid en Perkpolder. Ook worden zes belangrijke thema's met betrekking tot de besluitvorming in deze projecten belicht. Zo wordt gekeken naar de wijze waarop overheden in deze projecten met elkaar samenwerken, hoe burgers participeren, hoe de samenwerking tussen publieke en private partijen gestalte krijgt en welke rol management en kennis spelen.

Splijtzwam
Het boek werpt licht op de nieuwe uitdagingen waarvoor het hedendaagse waterbeheer wordt gesteld. Overheden moeten hun rol aanpassen. Burgers ontwikkelen strategieën van contraproductie. Kennis werkt niet zelden als splijtzwam. Publiekprivate samenwerking is verre van een panacee. Management van complexiteit blijkt een cruciale factor. Het waterbeheer evolueert, maar heeft nog zeker geen nieuwe evenwichtstoestand bereikt. Dit boek laat zien hoe in de onderzochte projecten met de nieuwe uitdagingen van het waterbeheer wordt omgegaan, hoe effectief die manieren van doen zijn en welke nieuwe spanningen zij op hun beurt oproepen.

Waalblok
Eén van de geanalyseerde projecten is de waterbergingskelder in de polder Waalblok. De kelder is een mooi voorbeeld van dubbel ruimtegebruik in de polder: hij bevindt zich onder een kas die gewoon in bedrijf is en levert bovendien, naast 5000 m3 oppervlaktewaterberging, ook ruimte aan de eigenaar om in een apart compartiment van 1000 m3 regenwater op te slaan.

4B-concept
De kelder is de eerste B (oppervlaktewaterberging) van het 4B-concept. De overige 3 B's gaan over de sluiting van de bedrijfsafvalwaterketen en bestaan uit het 'Bufferen' van bedrijfsafvalwater en proceswater, het 'Bereiden' tot (gezuiverd) gietwater dat wordt gebruikt om teelten te 'Begieten'. Bedrijven die bij het 4B-concept worden aangesloten, lozen geen afvalwater op het riool en/of oppervlaktewater en voldoen door deelname aan het concept aan de eisen voor het hebben van voldoende gietwater.

Wetenschappelijke inbreng
In 'Gebiedsontwikkeling in woelig water' laten de onderzoekers zien hoe deze samenwerking zich verhoudt tot de samenwerking bij de andere zeven vergelijkbare gebiedsprojecten. De onderzoekers geven aan dat het bij de realisatie van de eerste B (berging) van het 4B-concept, lastig was om de belangen van alle partijen - de gemeente Westland, Delfland en de individuele tuinders - te verenigen. De onderzoekers maken met hun vergelijkende analyse duidelijk dat innovaties in dit soort gebiedsprocessen vragen om inbreng van wetenschappelijke kennis. Niet alleen vanuit de hoek van techniek, maar ook vanuit procesmanagement. Cruciaal bij Waalblok bleek de realisatie van een gietwatervoorziening die de belangen van waterberging en glastuinbouw met elkaar verbond. Daarnaast werkte de tijdsdruk van de naderende waterschapsverkiezingen katalyserend waardoor een overeenkomst tussen de partijen binnen de afgesproken termijn kon worden ondertekend. Vervolgens was de daadwerkelijke uitvoering van de kelder onder de kas relatief snel een feit.

Meer informatie over deze uitgave