Pionieren in de Haarlemmermeer

Het water als ordenend principe binnen een gebiedsontwikkeling. In de Westflank Haarlemmermeer krijgt dit gestalte met een plan om drie miljoen m3 waterberging te verwezenlijken, in combinatie met allerlei andere functies. Een mooi voorbeeld van het ‘nieuwe waterbeheer'.

De transformatie van de Westflank is één van de vier gebiedsontwikkelingen in de Haarlemmermeer en het ontwerp-Programma van Eisen omvat de bouw van 10.000 woningen, 900 hectare voor recreatie en natuurontwikkeling en drie miljoen m3 waterberging. In totaal is er in de Westflank 1500 hectare beschikbaar om te ontwikkelen. Dat lijkt in eerste instantie te weinig om alle plannen te verwezenlijken. "Als je de traditionele vorm van ruimtegebruik volgt, dan klopt dat", beaamt Jasper Tamboer, die namens het hoogheemraadschap van Rijnland als projectleider optreedt. "We willen dus functie stapelen. De uitdaging is om met één m2 meerdere doelstellingen te bereiken. Bijvoorbeeld door een waterwoonwijk te realiseren."

Nota ruimte

De aanleiding voor het plan ligt in 2003, toen de nieuwe Nota Ruimte werd uitgebracht. Deze nota ga gemeenten meer ruimte om zelf plannen in te dienen, waar de bestuurlijke regio ‘Haarlemmermeer Bollenstreek' gretig op inging. Voor de Westflank werd een nieuwe klimaatbestendig watersysteem voorgesteld. Vanwege de ‘bovenregionale baten' kon het Rijk zich goed vinden in het plan en deed gelijk boter bij de vis, door 48 miljoen euro beschikbaar te stellen. Het bijzondere van het voorgestelde watersysteem is dat het zowel rekening houdt met wateroverlast als met droogte. Volgens Tamboer dit een grote omslag in het denken over het gebied. "In 2006 presenteerde het KNMI klimaatstudies, waaruit bleek dat periodes van droogte veel vaker gaan voorkomen. De Westflank is toen zo moedig geweest om dit erbij te pakken." Van de drie miljoen m3 waterberging is één miljoen m3 piekberging. De piekberging is een opvangbekken om overtollig water vanuit het hoofdwatersysteem (boezem van Rijnland) op te vangen. De piekberging zal maar incidenteel bij hevige regenval worden ingezet (eens per 10 tot 25 jaar). Daarnaast is er twee miljoen m3 gepland als ‘seizoensberging'. De seizoensberging is een wijze van duurzaam peilbeheer waarin je probeert het schone en zoete regenwater zoveel mogelijk vast te houden in het gebied. Tamboer: "Dit doen we omdat de toekomst ons meer zout brengt en er onvoldoende zoet inlaatwater beschikbaar is in droge zomers." Een nieuw te maken plas ‘het Beisnsdorpermeer', neemt een groot deel van die berging voor zijn rekening.

Watertoetsproces

Tamboer stelt dat die seizoensberging uniek in Nederland is. Het water is daarmee in feite de drager van het plan voor de Westflank geworden. Maar hoe positioneer je nou zoiets? Tamboer: "We hebben geprobeerd zoveel mogelijk vanuit de gezamenlijkheid te denken. Wat voegt mijn doel toe aan andere opgaven? Uiteindelijk hebben we die verbinding gevonden in de schaarste aan waterrecreatie. En water is naast een kans voor waterrecreatie ook een kans voor een hoogwaardig en gevarieerd woonmilieu. Wie wil er nou niet wonen aan een plas?" Tamboer vindt dat het watertoetsproces in dat traject z'n waarde heeft bewezen. "Sectoraal waterbeheer is niet meer van deze tijd. Het watertoetsproces is daarom een heel nuttig instrument om verbindingen te leggen. Hier in de Westflank zijn we als hoogheemraadschap een krachtige speler in de gebiedsontwikkeling. Dat zie je niet veel in Nederland. Het is dus echt pionierswerk, waar je het watertoetsproces goed bij kunt gebruiken.

Overtuigen

Wel vindt Tamboer dat je creatief met het watertoetsproces moet omgaan. "De principes uit het watertoetsproces zijn heel nuttig, maar je moet het niet als dogma gaan gebruiken. Waterschappen wordt weleens verweten teveel dogmatisch bezig te zijn. De reactie op een plan is vaak ‘dit kan niet', terwijl je wat mij betreft moet blijven kijken naar wat wel kan." De uitdaging voor waterschappen is volgens Tamboer om met een goed verhaal te komen. "Als waterschap kun je niet zoveel afdwingen. Onze opgave is om mensen te overtuigen van de urgentie van goed waterbeheer. Lukt dit niet, dan moet je er niet aan beginnen."

Tips

Tamboer ziet drie elementen wat de samenwerking tussen de verschillende partijen in de Westflank Haarlemmermeer een succes maakt. "Om te beginnen hebben we ‘het polderhuis' opgericht. Eén fysieke plek waar alle partijen minimaal één dag per week samen werken. Je moet mensen losweken van hun organisatie. Daarnaast zijn we vaak het gebied in gegaan om de inwoners te bevragen. Op die manier weet je wat er speelt. En het belangrijkste is misschien wel dat je bereid bent om van elkaar te leren. Het is voor ons ook een experiment. Ook al behalen we uiteindelijk niet al onze doelstellingen, dan heeft het toch veel aan kennisontwikkeling opgeleverd."

Stand van zaken

In het najaar van 2010 nemen de publieke partijen een besluit over het ontwerp-Programma van Eisen en de manier waarop dit gefinancierd moet worden. Met het ‘nota ruimte-budget' is maar de helft gedekt, dus de verschillende partijen zullen met meer geld over tafel moeten komen. Voor Tamboer is het helder: "De komende tien jaar krijgen we niet weer zo'n kans om op duurzame wijze het waterbeheer te regelen. Het kost wat, maar dan heb je ook wat."

Meer informatie

Kijk op http://www.westflankhaarlemmermeer.nl/