Stuur door

Vul onderstaande velden in om de pagina door te sturen. De tekst bij 'Uw bericht' kunt u aanvullen.



Begrip: Gericht werken (laboratoria)

Onder "gericht werken met" wordt verstaan: het vervaardigen, bewerken, verwerken of in voorraad houden. Hieronder vallen ook werkzaamheden als kweken, bewaren, vernietigen of het doen van proeven met biologisch agens.

Begrip: Meer dan vier transportbewegingen tussen 19.00 en 7.00 uur

Transportbewegingen:

  • De massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen is meer is dan 3.500 kilogram
  • Het aantal wordt bepaald door het gemiddelde gemeten over de periode van een jaar
  • De eis voor een akoestisch onderzoek geldt alleen als binnen een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting gevoelige objecten aanwezig zijn. Voor inrichtingen die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn voor de openbare verkoop aan derden van vloeibare brandstof, mengsmering en aardgas voor het wegverkeer en inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-activiteiten plaatsvinden geldt de eis niet.

Nota van toelichting

In de Nota van toelichting van het  "Besluit van 19 oktober 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer)" (Stb. 2007, 415) staat hierover:"Transportbewegingen kunnen geluidhinder veroorzaken. Geluidhinder is met name te verwachten als er transportbewegingen buiten de dagperiode plaatsvinden en er in de nabijheid van de inrichting woningen van derden of andere gevoelige gebouwen of gevoelige terreinen liggen. Op grond van dit lid wordt een rapport van een akoestisch onderzoek bij de melding gevoegd indien er elke dag gemiddeld vier transportbewegingen tussen 19.00 uur en 7.00 uur plaatsvinden. Het gemiddelde wordt over een periode van een jaar gemeten. Dit betekent dat de bepaling met name ziet op transportbedrijven en andere inrichtingen waar veel transportbewegingen met vrachtwagens plaatsvinden, zoals bergingsbedrijven en groothandelsondernemingen. Op deze manier wordt zoveel mogelijk recht gedaan aan de oude situatie, waarbij alleen inrichtingen die onder de werking van het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer vielen een akoestisch rapport moesten indienen in verband met transportbewegingen. Het is dus niet de bedoeling dat een detailhandelsbedrijf waar eenmaal per dag een leverancier komt een akoestisch rapport moet indienen. Om problemen te voorkomen dienen inrichtingen waar op jaarbasis gemiddeld meer dan vier transportbewegingen per dag in de periode 19.00 tot 7.00 uur plaatsvinden en waarbij binnen een afstand van 50 meter gevoelige objecten zijn gelegen, een akoestisch rapport over te leggen. Met name vrachtwagenbewegingen kunnen geluidsoverlast opleveren. De verplichting een akoestisch onderzoek te overleggen bij de melding geldt daarom alleen als tussen 19.00 en 7.00 uur transportbewegingen met vrachtwagens plaatsvinden. Tankstations zijn uitgesloten van deze bepaling en ook vervoersbewegingen van bezoekers die per vrachtwagen een horecabedrijf bezoeken worden niet meegewogen. Als vanwege een specifieke situatie problemen verwacht worden, kan het bevoegd gezag op grond van het achtste lid besluiten een akoestisch rapport te vragen. Hetzelfde geldt als bijvoorbeeld problemen worden verwacht vanwege verkeersbewegingen met personenauto's."

Begrip: Ten gehore brengen van ­muziek

In de Nota van toelichting van het  "Besluit van 19 oktober 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer)" (Stb. 2007,  415) staat hierover:

"Bij inrichtingen waar muziek ten gehore wordt gebracht is de kans op hinder reëel en dient vooraf extra aandacht te worden besteed aan de geluidsaspecten. Het gaat daarbij om inrichtingen waarbij het ten gehore brengen van muziek structureel deel uitmaakt van de bedrijfsvoering en uit de aard van het bedrijf onmisbaar is. Vanzelfsprekend speelt het bronniveau daarbij een belangrijke rol. Het heeft immers weinig zin een akoestisch onderzoek te verlangen als de akoestische gevolgen nihil zijn, bijvoorbeeld bij het uitsluitend ten gehore brengen van achtergrondmuziek of een incidentele muzikale noot. De akoestische relevantie staat dus centraal. Voor de vraag of aannemelijk is dat het equivalente geluidsniveau binnen de inrichting meer dan 70 respectievelijk 80 dB(A) zal bedragen, wordt uiteraard in eerste instantie afgegaan op hetgeen de inrichtinghouder in de melding aangeeft. Daarnaast speelt de aard van de inrichting een rol. Bij een discotheek of een karaoke-café is het bijvoorbeeld aannemelijk dat het equivalente geluidsniveau in de inrichting meer dan 70, of zelfs 90 dB(A) bedraagt. Voor wat betreft locaties waar in de buitenlucht muziek wordt geproduceerd wordt bijvoorbeeld gedacht aan muziek op terrassen en dergelijke. Ten einde problemen te voorkomen, moeten dergelijke inrichtingen bij de melding een akoestisch rapport overleggen. Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om in voorkomende gevallen van deze verplichting af te zien."

Begrip: Eén of meer windturbines

In de Nota van toelichting bij het "Besluit van 14 oktober 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines)" ( Stb. 2010, 749) staat hierover:

"Artikel 1.11, derde lid, regelt dat voor alle windturbines bij de melding, bedoeld in artikel 1.10, een rapport van een akoestisch onderzoek moet worden gevoegd. Het gebruik van de norm voor Lden en Lnight maakt dit noodzakelijk. Enerzijds is het voldoen aan deze norm niet gemakkelijk «intuïtief» te voorspellen en anderzijds vergt een moderne windturbine vaak een forse investering, die het doen van een onderzoek vooraf in alle gevallen rechtvaardigt. Het betreft hier een berekening op basis van gegevens van de fabrikant. In de Activiteitenregeling zijn aparte voorschriften inzake meten en rekenen opgenomen voor windturbines. Ten einde het bevoegd gezag te faciliteren in de beoordeling van de situatie wordt aanbevolen de geluidsbelasting van bestaande of geplande windturbines (voor zover die na de inwerkingtreding van dit besluit tot stand zijn gekomen) bij het onderzoek te betrekken."

Begrip: Overslag in bulk of mechanische bewerking van metalen in de buitenlucht

In de Nota van toelichting van het "Besluit van 14 oktober 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines)" ( Stb. 2010, 781) staat hierover:

"Het overslaan van losse metalen of van schroot veroorzaakt veel geluid. Dit is bijvoorbeeld het geval als de metalen met hijskranen worden overgeslagen of worden gestort in containers, wat vooral met schroot gebruikelijk is. Ook leidt de mechanische bewerking van metalen in de open lucht, zoals knippen en zagen, tot een hoge geluidsbelasting. Om die reden wordt voor deze activiteiten standaard een akoestisch onderzoek gevraagd als ze in de buitenlucht plaatsvinden. Daarbij geldt de regel dat het bevoegd gezag kan besluiten dat het overleggen van een rapport van een dergelijk onderzoek niet vereist is, bijvoorbeeld als er geen gevoelige objecten in de directe omgeving liggen; als er binnen 200 meter van de inrichting geen gevoelige objecten liggen is aannemelijk dat aan de geluidnormen kan worden voldaan. Overigens is op grond van artikel 4.32 de bewerking van metaal waarbij stof of andere emissies vrijkomen slechts bij uitzondering in de buitenlucht toegestaan.

Onder "overslag van metalen in bulk" wordt niet verstaan het overslaan van autowrakken, schadevoertuigen, motorblokken of andere stukgoederen. Autowrakken worden dus beschouwd als stukgoed. "

Begrip: Zuiveringstechnische werken

Inrichting als bedoeld in categorie 27.3 van onderdeel C, bijlage 1, bij het Besluit omgevingsrecht

In de Nota van toelichting van het "Besluit van 15 november 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer " (Stb. 2010, 781) staat hierover:"Zuiveringtechnische werken conform onderdeel 27.3, van onderdeel C, van bijlage I, bij het Bor zijn aangewezen inrichtingen in de zin van artikel 41, derde lid, van de Wet geluidhinder. Deze inrichtingen moeten gevestigd worden op een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder (in de volksmond: een gezoneerd industrieterrein). Hierop is artikel 2.17, tweede lid, van het Activiteitenbesluit van toepassing: iedere inrichting moet aan bepaalde geluidgrenzen voldoen. Artikel 2.20 biedt vervolgens mogelijkheden om bij maatwerkvoorschrift af te wijken van de grenswaarden genoemd in dat artikel. Deze zuiveringtechnische werken kunnen echter niet altijd aan de generieke eisen per inrichting voldoen (50 dB(A) op 50 m van de bedrijfsgrens), terwijl ze wel binnen de geluidsgrenzen van de zone (kunnen) blijven. Bij maatwerkvoorschrift kan de extra geluidsruimte geboden worden, maar op een bestaand bedrijventerrein is het niet altijd zeker dat die geluidsruimte beschikbaar is vanwege de andere inrichtingen. Vooraf moet dus getoetst worden of op een bestaand bedrijventerrein voldoende geluidsruimte beschikbaar is om, bij maatwerkvoorschrift op grond van art. 2.20, te bepalen dat meer geluid mag worden gemaakt dan de generieke grens van 50 dB(A) op 50 m van de bedrijfsgrens. Het rapport geeft daarom tevens een beschrijving van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de inrichting op de zonegrens en op geluidgevoelige objecten binnen de zone op basis waarvan het bevoegd gezag kan beoordelen of aan de geluidsvoorwaarden voor de zone kan worden voldaan. Als uit het rapport blijkt dat, met de beoogde geluidsgrens voor de inrichting, de geluidsgrenzen van de zone worden overschreden, moet de omgevingsvergunning geweigerd worden of moeten bij maatwerkvoorschrift aangepaste geluidseisen gesteld worden, zodat aan de normen voor de zone wordt voldaan."

Begrip: Neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken

In de Nota van toelichting van het "Besluit van 14 oktober 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines)" (Sb. 2010, 781) staat hierover:

"Autodemontagebedrijven die binnen de inrichting airbags of gordelspanners van autowrakken willen ontsteken, moeten een akoestisch rapport aanleveren. Er zijn verschillende neutralisatietechnieken, die zijn beschreven in de NEN-norm 7557. Bij ontsteken worden airbags en gordelspanners geneutraliseerd doordat men de pyrotechnische lading gecontroleerd in werking laat treden met als doel de airbags en gordelspanners te laten afgaan. Deze activiteit veroorzaakt geluidemissies."

Begrip: Betonmortel of betonwaren

In de Nota van toelichting van het "Besluit van 31 oktober 2012 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en besluit omgevinsrecht en enkele andere besluiten" staat hierover: "Op grond van derde lid van artikel 1.11 dienen inrichtingen voor het vervaardigen van betonmortel of betonwaren/-producten bij de melding een akoestisch rapport te voegen. Voor inwerkingtreding van dit besluit bestond op grond van artikel 4.5 van de Regeling omgevingsrecht voor het oprichten, veranderen of in werking hebben van deze inrichtingen reeds de verplichting om een akoestisch rapport bij de aanvraag om een omgevingsvergunning te voegen.

Betonmortelcentrales met een capaciteit van 100.000 kg per uur of meer en betonproductenbedrijven voor het vervaardigen van betonwaren/-producten met een capaciteit van 100.000 kg per dag of meer zijn aangewezen als grote lawaaimakers. Op grond van het achtste lid) gelden aanvullende eisen voor het akoestisch rapport voor deze inrichtingen. Een akoestisch rapport dat bij de melding wordt gevoegd voor een inrichting die is aangewezen in onderdeel D van bijlage 1 bij het BOR (waaronder betonbedrijven; zie onderdeel D, onder 1, onder g, van bijlage 1 bij het BOR) dient het materiaal te leveren waarop het bevoegd gezag zijn oordeel kan baseren of het oprichten of veranderen van de inrichting binnen de geluidszone past en of de inrichting in een representatieve bedrijfssituatie aan de geluidsgrenswaarden voor het langetijdgemiddelde beoordelingsniveau kan voldoen."

Begrip: Binnenschietbaan

Een binnenschietbaan is een schietbaan of een combinatie van schietbanen in een gebouw of een deel van een gebouw, zonder open zijden en met een gesloten afdekking (artikel 1.1).

In de Nota van toelichting van het "Besluit van 31 oktober 2012 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en besluit omgevingsrecht en enkele andere besluiten" staat hierover: "...een binnenschietbaan die zich binnen een afstand van 50 meter bevindt van een geluidgevoelig object eveneens bij de melding een akoestisch rapport te voegen. Deze reden hiervoor is dat er in deze situaties een grotere kans is dat grenswaarden worden overschreden. Een onderzoek vooraf waarin aangetoond wordt dat voldaan kan worden aan grenswaarden, ligt dan voor hand. Voor de overige situaties wordt een dergelijke last onnodig geacht. ... In het tiende lid, dat een grondslag geeft om bij ministeriële regeling eisen te stellen aan het akoestisch onderzoek, zijn na windturbines ook binnenschietbanen toegevoegd. ... is een specifiek meetvoorschrift opgesteld voor het meten van schietgeluid van binnenschietbanen. Dit meetvoorschrift is als bijlage opgenomen bij de regeling behorende bij dit wijzigingsbesluit. Bij de melding van een binnenschietbaan dient een akoestisch rapport te worden ingediend dat is opgesteld conform dit meetvoorschrift."

Het hievoor bedoelde meetvoorschift staat in bijlage 7 van de Activiteitenregeling. De Handleiding meten en rekenen industrielawaai is niet van toepassing op het meten van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax) als gevolg van een binnenschietbaan. Het akoestisch onderzoek voor de binnenschietbaan bevat de in artikel 3.113 Activiteitenregeling opgesomde gegevens. Dit komt grotendeels overeen met de vereisten uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai.