Hoe maken we windenergie veilig voor dieren in en boven zee?

Gepubliceerd 19 oktober 2022

Windmolens op de Noordzee moeten uitgroeien tot de belangrijkste energiebron van Nederland. Die groei brengt risico’s met zich mee voor dieren in en boven het water. ‘Alles wat we doen op de Noordzee heeft ecologische impact,’ benadrukt Josien Steenbergen van Wageningen Marine Research. ‘Het is aan ons om het zo verantwoordelijk mogelijk te doen.’

In 2030 moeten offshore windparken voor zo’n 8,5 procent van de energie in Nederland zorgen. Dat is vijf keer zoveel als nu. Die groei brengt grote veranderingen met zich mee voor de Noordzee en haar bewoners. Wageningen Marine Research onderzoekt welke gevolgen die schaalvergroting kan hebben. Met meer kennis kunnen de overheid en de windenergiesector betere beslissingen nemen, bijvoorbeeld over de locaties van windparken of in welk seizoen er het beste gebouwd kan worden.

Vleermuizen en bruinvissen

Bepaalde vogelsoorten, zoals de jan-van-gent, ontwijken windparken. Vogels raken daardoor misschien habitat kwijt waar ze voorheen voedsel zochten of rustten. ‘En er is natuurlijk kans op botsingen,’ vertelt Josien Steenbergen, onderzoekscoördinator Wind op Zee bij Wageningen Marine Research. Eerder onderzoek van het Wageningse instituut liet al zien dat windmolens de vleermuizentrek verstoren. Ruige dwergvleermuizen steken namelijk in het voor- en najaar de Noordzee over tussen Nederland en Engeland. Daarom worden turbines tegenwoordig stilgelegd tijdens de migratiemomenten van het diertje.

Ook de aanleg van windturbines heeft invloed op de omgeving. Het gevoelige gehoor van bruinvissen en zeehonden kan permanent beschadigd worden door het heien tijdens de bouwwerkzaamheden. Samen met TNO onderzoekt Wageningen Marine Research hoe groot de verstoring precies is. Op basis van dat onderzoek kunnen er maatregelen genomen worden. Schermen van luchtbubbels houden bijvoorbeeld een groot deel van het lawaai tegen.

Nederland is goed op weg

De aanleg van windparken brengt niet alleen risico’s met zich mee. De rotsblokken die worden gebruikt om de turbines op hun plaats te houden, zijn een vruchtbaar habitat voor bijvoorbeeld schelpdieren – een verrijking van de biodiversiteit van de Noordzee. Wetenschappers onderzoeken ook of oesterriffen een plek kunnen krijgen tussen de turbines.

‘De ecologie van de Noordzee is zeer complex, net als de interactie tussen de mens en die ecologie is,’ vertelt Steenbergen. Daarom is er veel tijd nodig om die te onderzoeken. In Nederland wordt dit onderzoek centraal geregeld door grote programma’s zoals WOZEP en MONS en daarmee is Nederland is volgens de onderzoekster goed op weg. ‘Waarbij de vraag wel is: zijn we op tijd,’ voegt Steenbergen toe. ‘En ook: hoe zorgen we ervoor dat de nieuwe inzichten ook daadwerkelijk een rol gaan spelen in de besluitvorming rondom wind op zee?’

Bron:  Wageningen University Research