Extra zoetwater tegen verzilting Lek en Hollandsche IJssel

Gepubliceerd 18 augustus 2022

Rijkswaterstaat zet Stuw Hagestein in om meer zoetwater naar het westen van Nederland te laten stromen. Om verzilting op de Lek en de Hollandsche IJssel tegen te gaan is besloten de stuw enkele decimeters open te zetten.

Het doorlaten van water via Stuw Hagestein is nodig omdat zout water in de mondingen van de Lek bij Kinderdijk en de Hollandsche IJssel bij Krimpen aan den IJssel steeds verder het land intrekt.

Rijkswaterstaat laat bij Hagestein net genoeg water door om vanuit de Lek richting Rotterdam met een zoetwaterbuffer te zorgen voor tegendruk tegen het zoute water. Daarmee blijft de inname van zoetwater voor onder andere natuur, drinkwater, landbouw en industrie in West Nederland mogelijk. Sinds half juli voeren Rijkswaterstaat en de waterschappen in regio West Nederland met de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA+) al zoetwater via onder andere gemaal de Aanvoerder aan.

Stuwcomplex Hagestein vanaf het water

Verzilting

Rijkswaterstaat houdt het waterpeil en zoutgehalte in het rivierwater nauwlettend in de gaten. Bij droogte voert de Rijn weinig water af naar zee. De druk van het rivierwater is dan te laag om binnendringend zeewater terug te duwen. Het gedeeltelijk openzetten van Stuw Hagestein zorgt voor een vergroting van de zoetwaterbuffer in de Lek en Hollandsche IJssel.

Deze zoetwaterbuffer geeft als een stootkussen tegendruk aan het zoute water. Hoeveel water Stuw Hagestein doorlaat, is afhankelijk van de verziltingsdruk vanuit zee. Rijkswaterstaat doseert dit op basis van de dagelijkse meting van het zoutgehalte van het rivierwater.

Aanvoer zoetwater via Stuw Hagestein tegen verzilting

Infographic stuw Hagestein
Een versimpelde grafische weergave van de route die zoetwater vanaf Stuw Hagestein aflegt om verzilting op de Lek en Hollandse IJssel tegen te gaan.

Zie voor een vergrote afbeelding en de uitgeschreven tekst bij de bron.

Water uit de Waal

Het extra water dat Stuw Hagestein doorlaat, komt vanuit de Waal. Via de Prins Bernardsluizen (Tiel) komt water in het Amsterdam-Rijnkanaal dat in verbinding staat met de Lek. Dat zorgt op de Waal voor een wat lagere waterstand (+/- 1 centimeter). Een deel van de scheepvaart kan hier extra hinder van ondervinden. Daarom laat Rijkswaterstaat bij Stuw Hagestein niet meer water door dan nodig is (15 tot 30 m3).

Dagelijks meten we de Minst Gepeilde Diepte (MGD). Schippers gebruiken de MGD om te bepalen hoeveel vracht zij kunnen vervoeren zonder dat ze de rivierbodem raken. De MGD is terug te vinden op de website Vaarweginformatie en Teletekst pagina 720.

Bron: Rijkswaterstaat