Hinder voor scheepvaart door lage waterstanden

Gepubliceerd 2 augustus 2022

De waterstand van de Rijn, de Maas en de IJssel is op dit moment lager dan normaal voor de tijd van het jaar. Dit brengt de nodige uitdagingen met zich mee, voor onder andere landbouw- en natuurbeheerders.

Ook scheepvaart ondervindt hinder. Als de rivieren minder diep zijn, kan een binnenvaartschip namelijk minder lading meenemen.

Door de droogte wordt het in steeds meer gebieden moeilijker om waterpeilen op het gewenste niveau te houden. Dat kan leiden tot verminderde vaardieptes voor schepen. De waterschappen en Rijkswaterstaat nemen extra maatregelen om water vast te houden, water te besparen en waar mogelijk de aanvoer te vergroten.

Waterstand beïnvloeden

Het waterpeil in de gestuwde delen van de Maas en de Nederrijn kunnen we beïnvloeden met onze stuwen, sluizen en pompgemalen. De waterstand in de IJssel wordt mede bepaald door de stuw bij Driel. Zonder deze stuw zou de IJssel bij een lage wateraanvoer vanuit Duitsland onbevaarbaar zijn.

De waterstand in de Rijn en de Waal kunnen we niet beïnvloeden. Deze rivieren hebben namelijk een vrije afstroom naar zee. Dat betekent dat het water geen stuwen of sluizen tegenkomt.

Minder vaak schutten

Een andere maatregel om het water beter vast te houden, is spaarzaam schutten. Dat betekent dat een schip in de sluis soms langer moet wachten totdat ook andere schepen aansluiten in de kolk. Zo schutten we de sluis zuiniger en houden we het water langer vast.

Bijvoorbeeld bij sluis Eefde wordt momenteel beperkt geschut, vertelt Wim Voorberg van Landelijk Advies- en Coördinatieteam (LAC) Scheepvaart van Rijkswaterstaat Verkeer- en Watermanagement. We nemen deze maatregel om water vast te houden. Het is vooral om ervoor te zorgen dat het waterpeil in het kanaal niet te laag wordt. Die langere wachttijd is vervelend voor de schipper, maar zorgt wel dat de vaarweg langer bevaarbaar blijft.’

Drukker op vaarweg en bij sluizen

Als er weinig water wordt aangevoerd, zijn rivieren minder diep en wordt de vaargeul smaller. Doordat het waterpeil daalt, kunnen binnenvaartschepen minder lading meenemen. De lading wordt dus over meer schepen verdeeld.

Dit zorgt er samen met de versmalde vaargeul voor dat het drukker wordt op de vaarweg. Als de drukte erg toeneemt kunnen we een inhaal- en ontmoetingsverbod voor schepen instellen.

Voorberg vertelt dat er met name op de Geldersche IJssel al jarenlang enkele gebieden zijn waar je elkaar niet mag passeren. Op een aantal van die plekken vaart 1 schip tegelijkertijd door de geul. Zo kan de vaarweg langer gebruikt worden en gaat er meer scheepvaart doorheen. Je moet soms wel tot deze maatregel komen, omdat de rivier zo smal wordt dat je niet anders meer kan.’

Schippers informeren

We houden schippers op de hoogte van de actuele waterstand, zodat zij zich kunnen voorbereiden. In riviervakken van de Geldersche IJssel, het Pannerdensch Kanaal, de Nederrijn en de Lek en de Waal, verrichten we systematisch peilingen om te bepalen wat de minste waterdiepte in de vaargeul is. Schippers kunnen op basis van die gegevens bepalen hoeveel vracht zij kunnen vervoeren.

We snappen dat het vervelend is dat de droogte hinder met zich meebrengt, zeker ook voor de schippers’, zegt Voorberg. ‘Juist daarom zetten we in op het goed informeren van schippers, zodat zij veilig op reis kunnen gaan. De enige echte oplossing voor dit probleem is meer neerslag en dat hebben wij niet in de hand.

Bron: Rijkswaterstaat