IJslandse gletsjers smelten langzamer door mysterieuze Noord-Atlantische ‘blauwe blob’

Gepubliceerd 8 februari 2022

Na een decennialange periode van gestaag smelten is het massaverlies van de IJslandse gletsjers sinds 2011 aan het vertragen. Deze vertraging wordt hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door de ontwikkeling van de ‘Blue Blob’, een koelere plek in de Noord-Atlantische Oceaan ten zuiden van Groenland. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit Utrecht, TU Delft en de Universiteit van IJsland in een publicatie in Geophysical Research Letters.

“Halverwege de jaren negentig begonnen de gletsjers op IJsland sneller te smelten”, zegt Brice Noël, eerste auteur van de paper. “Verrassend genoeg vertraagde dit massaverlies vanaf 2011. Dat zien we in ons klimaatmodel met hoge resolutie, en is ook bevestigd door satellietbeelden en lokale metingen.” Volgens de onderzoekers wordt dit veroorzaakt door de afkoeling in de ‘Blue Blob’, aangezien ze een sterk verband vonden tussen de smeltwaterafvoer van gletsjers en de temperatuur van het zeeoppervlak.

‘Blue Blob’

De ‘Blue Blob’ is een gebied met kouder water in de Noord-Atlantische Oceaan, net ten zuiden van Groenland, die ongeveer tien jaar geleden is ontstaan. Het is nog niet geheel duidelijk hoe en waarom deze koudere plek zich heeft ontwikkeld, maar mogelijk houdt dit verband met het verzwakken van een oceaanstroming die normaal gesproken warmer water van de tropen naar de Noord-Atlantische Oceaan transporteert.

Slechts tijdelijk

“Het goede nieuws is dat de Blue Blob waarschijnlijk nog zo’n dertig jaar blijft bestaan, en gedurende die periode het massaverlies van de IJslandse gletsjers blijft vertragen”, zegt Noël. “Maar ons model laat zien dat dit effect slechts tijdelijk is. Het slechte nieuws is dat het afkoelende effect van de Blue Blob vanaf 2050 zwakker wordt, en dat de IJslandse gletsjers rond die tijd weer sneller gaan smelten. Volgens ons model zou IJsland tegen 2100 een derde van zijn huidige gletsjervolume kwijt kunnen zijn.”

Bron en meer informatie: Universiteit Utrecht