Onderzoek naar PFAS in afvalwater van rioolwaterzuiveringen afgerond

Gepubliceerd 26 oktober 2021

De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer STOWA en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hebben onderzoek laten doen naar de concentraties PFAS in het afvalwater van acht rioolwaterzuiveringen. Op basis van de uitkomsten van de metingen, pleiten de onderzoekers voor nader onderzoek naar de herkomst van PFAS.

Er bestaan grote zorgen over PFAS: Poly- en perFluorAlkylStoffen. Het betreft een groep stoffen met bruikbare eigenschappen, zoals vuil-, vet-, en waterafstotend, die onder meer worden toegepast bij de productie van textiel, tapijt, voedselverpakkingsmateriaal en brandblusschuim. PFAS komen zowel vrij bij de productie als het gebruik. PFAS breken bijna niet af in het milieu en ook in kleine hoeveelheden kunnen ze gevaarlijk zijn voor mens en dier. Er lopen diverse onderzoeken om de bronnen en routes van PFAS beter in beeld te krijgen. Dit onderzoek is daar één van.

Metingen

Gedurende negen dagen zijn op acht rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) metingen verricht in het binnenkomende en uitgaande afvalwater en in het zuiveringsslib, om de concentraties PFAS vast te stellen. Maar ook om meer inzicht te krijgen in de verschillende soorten PFAS die in het afvalwater aanwezig zijn. De rwzi’s waren onderverdeeld in rwzi’s met een bekende grote lozing van PFAS (hotspots), rwzi’s die bijna alleen huishoudelijk afvalwater behandelen, rwzi’s die een groot aandeel industrieel afvalwater behandelen en gemengde rwzi’s. De onderzoekers verwachtten dat er in het afvalwater van rwzi’s die in verhouding veel industrieel water behandelden, ook hogere concentraties PFAS zouden worden aangetroffen.

Welke concentraties zijn gevonden?

In alle onderzochte monsters van alle onderzochte rwzi’s zijn concentraties PFAS aangetroffen, zowel in het binnenkomende afvalwater (influent) als uitgaande afvalwater (effluent). De concentraties PFAS totaal liggen in influent én effluent in de ordegrootte 10 – 1000 nanogram/l en voor zuiveringsslib in de ordegrootte 10 – 100 microgram/kg droge stof.

De concentraties zijn lager dan die worden gevonden voor veel andere microverontreinigingen in afvalwater zoals medicijnresten. Die liggen in de ordegrootte van 200 nanogram tot enkele microgrammen per liter. Maar PFAS hebben al bij zeer lage concentraties een hoog gezondheidsrisico. Er bestaan geen normen voor toegestane concentraties in afvalwater en zuiveringsslib in Nederland.

PFAS-verwijdering

Uit een vergelijking van de concentraties PFAS in binnenkomend en uitgaand afvalwater is gebleken dat de biologische zuivering van afvalwater op de acht onderzochte rwzi’s niet leidt tot PFAS-verwijdering. Met de huidige stand van kennis is volgens de onderzoekers ook niet duidelijk of verwijdering van PFAS op rwzi’s met vergaande zuiveringstechnieken (zoals binding aan actief kool) technisch mogelijk en kosteneffectief is.

Hogere concentraties

Uit de metingen kwam naar voren dat de concentraties PFAS in het uitgaand afvalwater vaak hoger bleken te zijn dan in het binnenkomende afvalwater. De onderzoekers hebben daar de volgende verklaring voor. In het binnenkomende afvalwater zijn naast bekende PFAS-verbindingen ook onbekende PFAS-verbindingen aanwezig, verbindingen die op dit ogenblik nog niet kunnen worden aangetoond en gemeten. Het betreft met name PFAS-verbindingen waarbij niet alle beschikbare bindingsplekken zijn bezet door fluoratomen (zgn. PFAS-precursors). Deze niet-stabiele, niet aangetoonde PFAS-precursors worden volgens de onderzoekers deels omgezet in stabiele PFAS (waarbij alle beschikbare plekken door fluoratomen bezet zijn), die wel kunnen worden gemeten. Dit leidt tot de aangetroffen hogere concentraties in het gezuiverde afvalwater. Deze bevindingen bevestigen bestaand buitenlands onderzoek.

De verschillen duiden er volgens de onderzoekers op dat er meer bronnen moeten zijn dan die waarvan men tot dusver weet heeft, en dat het belangrijk is de zogenoemde PFAS-precursors beter in beeld te krijgen en aan te pakken om te voorkomen dat zij stabiele, niet afbreekbare PFAS vormen. Zonder emissiereductie van deze PFAS-precursors is verdere emissiereductie van stabiele PFAS in het milieu volgens de onderzoekers niet goed mogelijk.

Bronnenonderzoek

Uit het onderzoek kwam nog een punt naar voren dat volgens de onderzoekers pleit voor nader bronnenonderzoek. Het aandeel industriewater dat op een rwzi werd geloosd, bleek in deze meetcampagne - in tegenstelling tot wat werd verwacht – geen goede voorspeller voor de gevonden concentraties. Dit duidt er ook op dat we de bronnen van waaruit PFAS afkomstig zijn, volgens de onderzoekers nog niet goed in beeld hebben. Ook de gevonden karakteristieke patronen van individuele PFAS-verbindingen duiden op verschillende bronnen.

De onderzoekers bevelen aan om te meten bij welke rwzi’s sprake is van een verhoogde PFAS-belasting en om de bevoegde gezagen de voorliggende bronnen op de riolering beter in beeld te laten brengen. Dit kan handvatten bieden voor het terugdringen van emissies vanuit deze bronnen.

Tot slot: de EU heeft een aantal PFAS-verbindingen aangemerkt als prioritair gevaarlijke stoffen en Zeer Zorgwekkende Stoffen. Nederland werkt samen met vier andere EU-landen aan een Europese restrictie voor alle PFAS. Ook werkt Nederlandse overheid samen met bedrijven aan vermindering van de blootstelling aan PFAS in Nederland, in het actieprogramma PFAS.

U kunt het volledige onderzoeksrapport PFAS in influent, effluent en zuiveringsslib resultaten van een meetcampagne op acht rwzi's downloaden.

Bron: Persbericht STOWA