Water vraagt meer ruimte in stad van de toekomst

Gepubliceerd 20 oktober 2021

Nu met de herfst het natste seizoen van het jaar is aangebroken, zien we de straten weer vaker onder water staan. Vooral stedelijke gebieden hebben hier last van, want verharde oppervlakken bieden regenwater minder ruimte om in de bodem te zakken. Nederland wordt warmer en hevige buien komen steeds vaker voor, maar met gerichte maatregelen kunnen de risico’s op wateroverlast worden beperkt.

Nattere steden

Wateroverlast kan ontstaan als er meer regen valt dan er in de bodem kan worden opgenomen, in bekkens kan worden opgevangen, of via riolen, sloten of kanalen kan worden afgevoerd. Dit is het geval als er veel regen in korte tijd valt, bijvoorbeeld als hevige buien langzaam overtrekken. Ook lagedrukgebieden die boven ons land stil komen te liggen, zoals afgelopen zomer in Limburg het geval was, veroorzaken veel regen in korte tijd.

Door klimaatverandering worden buien in Nederland steeds heviger. Daarmee neemt de kans op wateroverlast toe. Hogere neerslagintensiteiten komen in de afgelopen jaren vaker voor dan in de vorige eeuw. Het gemiddelde aantal dagen per jaar waarop er meer dan 10 millimeter neerslag is gemeten in De Bilt toegenomen van 19 in de periode 1931-1960 naar 24 in 1991-2020. De verwachting is dat deze trend zich de komende decennia voortzet naarmate de aarde verder opwarmt.

Stadsprobleem

Vooral bebouwde gebieden zoals grote steden hebben last van overvloedige neerslag. Oppervlakken zoals steen en asfalt zorgen ervoor dat regenwater minder goed in de bodem kan wegzakken. In plaats daarvan moet het worden vastgehouden of afgevoerd, wat een grotere druk op de plaatselijke riolering veroorzaakt.

Ook het zogenaamde stadsklimaat speelt een rol in het veroorzaken van ondergelopen straten: in en rondom de stad is de intensiteit en hoeveelheid neerslag namelijk hoger dan in landelijke gebieden. De Randstad ondervindt bovendien de gevolgen van de toegenomen neerslag in de kuststrook onder invloed van de opwarmende Noordzee.

Aanpassen aan klimaatverandering

In Nederland zorgen gemeenten voor de afvoer van overtollig regenwater. Overheden, bedrijven en inwoners kunnen daarnaast zelf maatregelen nemen om regenwater meer ruimte te geven en de druk op het riool te verminderen. De aanleg van parken, natuur en groene daken en het verwijderen van tegels uit tuinen zijn enkele voorbeelden hiervan. Regenwater kan dan beter wegzakken in de bodem, of wordt vastgehouden door begroeiing. Dit is een voorbeeld van klimaatadaptatie, het aanpassen van de omgeving om deze voor te bereiden op het veranderende klimaat en de effecten hiervan.

Klimaatsignaal'21 en klimaatscenario’s

Om klimaatadaptatie te ondersteunen, vertaalt het KNMI de wereldwijde klimaatscenario’s van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) naar klimaatscenario’s specifiek voor Nederland. Volgende week presenteert het KNMI een eerste duiding van de nieuwste IPCC-scenario’s, het Klimaatsignaal ’21. Hierin worden de nieuwste inzichten gedeeld voor Nederland op het gebied van onder andere zeespiegelstijging, extreme neerslag, droogte en het stedelijk klimaat.

Bron: KNMI