Onderzoeken naar de optimale kieropening voor trekvissen

Gepubliceerd 2 september 2021

De Haringvlietsluizen, beschermen sinds de aanleg begin jaren ‘70 Zuidwest-Nederland tegen hoogwater en zorgen voor zoet water. Maar de sluizen vormen voor vissen ook een barrière tussen de Noordzee en het Haringvliet.

Met het op een kier zetten van de Haringvlietsluizen sinds 2019, stroomt er weer zeewater naar het Haringvliet. Miljoenen vissen van minstens 23 verschillende soorten zwommen al met het zeewater mee naar binnen. Dat geeft een belangrijke impuls aan de internationale vismigratie en aan de ecologie van de Rijn-Maasdelta.

Wat wordt er onderzocht?

Om het zogenoemde kieren van de Haringvlietsluizen verder te optimaliseren, wordt veel onderzoek gedaan. Een van de onderzoeksporen is het onderzoek naar het visaanbod bij en in de Haringvlietsluizen. Om het zoete drinkwater te beschermen kunnen we de sluisdeuren niet onbeperkt openzetten. Daarom onderzoeken we of, waar en wanneer de meeste vissen door de sluisdeur zwemmen. Het aanbod van vissen aan de buitenzijde van de Haringvlietdam en de intrek van vissen tijdens het kieren wordt bekeken.

Dit onderzoek werd in totaal zeven keer uitgevoerd in het voorjaar, de periode waarin de meeste vissen naar binnen willen zwemmen. Op basis van de eerste waarnemingen lijken de meeste vissen zicht aan de zuidkant van de Haringvlietsluizen te verzamelen. Komende jaren gaat gaat het onderzoek door. Het uiteindelijke doel is om de meest optimale kieropening te kunnen bieden voor vissen.

Bron: Rijkswaterstaat