Beter inzicht in de invloed van klimaatverandering op kustgebieden in de komende eeuw

Gepubliceerd 14 juli 2021

Zandstranden komen over de hele wereld voor.. Stranden worden breder of smaller door de aan- en afvoer van zand, dit maakt ze kwetsbaar voor veranderingen in de zandhuishouding. Als er riviermondingen of zeegaten in de buurt zijn, wordt de zandhuishouding nog ingewikkelder omdat deze zand toevoegen of juist wegvangen.  Onderzoekers van IHE Delft, Twente University en onderzoeksinstituut Deltares hebben de interactie van zandstranden met riviermondingen en zeegaten bestudeerd en gecombineerd in een nieuw model. De resultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift Scientific Reports.

Klimaatverandering

Klimaatverandering gaat naar verwachting al tegen het midden van deze eeuw tot veel merkbare veranderingen in natuurlijke systemen leiden, zowel op het land als op zee. Zo zal door meer regenval boven land niet alleen meer water door de rivieren stromen, ook brengen de rivieren meer zand mee. Het gevolg hiervan is een grotere toevoer van sediment naar de kust, waardoor de kust uitbouwt, de kustlijn verplaatst zich zeewaarts.

Een ander gevolg van klimaatverandering is een versnelling van de zeespiegelstijging, wat ook invloed heeft op de kust. Bij een hogere zeespiegel is meer zand nodig om de kustlijn op zijn plaats te houden. Als dat extra zand niet beschikbaar is dan verplaatst de kustlijn zich landwaarts, wat een serieuze bedreiging is voor bewoners, bebouwing en infrastructuur.

Hoewel veranderingen in de aan- en afvoer van zand dus verstrekkende gevolgen kan hebben voor de positie van een kustlijn, zijn de gecombineerde gevolgen van klimaatverandering op de kust tot nu toe nog niet goed onderzocht. Promovendus Janaka Bamunawala van IHE Delft/Twente University ontwikkelde en testte met financiële steun van Deltares een volledig probablistisch numeriek model (genaamd G-SMIC) dat deze processen op land en op zee meeneemt en de gevolgen voor de zandvoorraad berekent. Met dit model kunnen snel voorspellingen gedaan worden over veranderingen in de zandhuishouding van een kust met een riviermond of zeegat in de buurt.

Verplaatsende kustlijnen

Janaka en zijn coauteurs, waaronder Ad van der Spek en Rosh Ranasinghe (beide van Deltares), hebben een artikel gepubliceerd in het tijdschrift Scientific Reports. Hierin beschrijven ze de toepassing van G-SMIC op 41 kusten met een riviermond of een zeegat wereldwijd die mogelijk veranderingen in de zandvoorraad door klimaatverandering gaan meemaken.

Op basis van het meest pessimistische klimaatscenario van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties zou 90% van de bestudeerde kustgebieden zich landinwaarts kunnen gaan verplaatsen in de komende eeuw. In twee derde van deze gevallen gaat het om meer dan 100 meter. De overige kustgebieden zullen echter naar verwachting zeewaarts verplaatsen doordat de rivieren meer zand aanvoeren.

Het kunnen maken van onderscheid tussen land- of zeewaartse verplaatsing van een kustlijn is een belangrijke stap voorwaarts vergeleken met de prognoses tot nu toe, die alleen maar landwaartse verplaatsingen konden voorspellen. G-SMIC kan in meer gebieden toegepast worden ter onderbouwing van planvorming voor klimaatbestendig kustbeheer in de komende eeuw.

Ad van der Spek (coauteur en expert of het gebied van de ontwikkeling van kustgebieden bij Deltares): “Dit nieuwe en snelle model is een belangrijke stap vooruit om wereldwijd de invloed van klimaatverandering op kustgebieden te kunnen beoordelen. Het G-SMIC model levert een eerste verkenning van de ontwikkeling van de sedimenthuishouding van een kust ten gevolge van klimaatverandering. In Nederland zijn we een stap verder. De rivieren Rijn, Maas en Schelde brengen geen zand naar de kust, vandaar dat Rijkswaterstaat onze kustlijn op zijn plaats houdt met zandsuppleties. De effecten van een toekomstige versnelling van de zeespiegelstijging worden onderzocht in een specifiek kennisprogramma.”

Bron: Deltares