Klimaatverandering: verdwijnt de kokkel?

Gepubliceerd 17 juni 2021

Klimaatverandering laat het aantal hittegolven in Nederland toenemen. Kokkels schijnen hier niet goed tegen te kunnen; in de zomers van 2018, 2019 en 2020 was er sprake van massale sterfte tijdens zo’n hittegolf. De sterftecijfers van kokkels in de Waddenzee en de Oosterschelde varieerden in deze perioden, afhankelijk van gebied en leeftijdsklasse, tussen de 60 en 96%. Hoe worden kwaliteit van het bodemleven en het voedselaanbod voor vogels nu precies beïnvloed door temperatuur?

Onderzoekers van Wageningen Marine Research hebben, in opdracht van het ministerie van LNV, hiertoe in 2020 naast zomersterftemetingen ook bodemtemperatuurmetingen uitgevoerd. Zij concluderen dat de extreme sterftepercentages optreden door hoge temperaturen op de droogvallende platen, waar kokkels zich ingraven en overtijen tijdens laagwater.

Verschillende scenario's mogelijk

Onderzoeker Lisanne van den Bogaart vertelt dat het schelpdieren-expertiseteam nog niet kan voorspellen hoe het kokkelbestand zal reageren op stijgende temperaturen en grotere extremen zoals meer hittegolven. “Het is mogelijk dat er in het aankomende decennium sprake is van goede broedvallen, of dat kokkels zich weten aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Een ander scenario is dat deze soort harde klappen gaat krijgen, en dat misschien de tropische Filipijnse tapijtschelp - die de laatste jaren een stevige opmars maakt in de Deltawateren - de plek van de kokkel inneemt”, aldus Van Den Bogaart.

Diverse meetlocaties in de Oosterschelde

Het onderzoek is op drie locaties in de Oosterschelde uitgevoerd. De locaties lagen in verschillende deelgebieden - in de kom vlakbij de Oesterdam, in het centrale deel op de slikken van de Dortsman, en in de monding op de Roggenplaat - en verspreid over verschillende droogvalduren. In 2020 zijn zowel begin mei als begin september de kokkeldichtheden op deze locaties vastgesteld door het nemen van bodemmonsters. Ook zijn de sterftepercentages bepaald van drie leeftijdscategorieën kokkels. Voor de temperatuurmetingen zijn op dezelfde locaties gedurende vier maanden temperatuurloggers (op nul, drie en tien centimeter diepte in de bodem), lichtloggers en drukloggers geplaatst om respectievelijk instraling van de zon en waterdiepte (overstroming) te meten.

Locatie en type sediment bepalen impact hittegolf op kokkels

De temperatuurmetingen lieten zien dat de bodemtemperatuur tijdens de hittegolf van 5 tot en met 17 augustus 2020 hoog opliep. Van deze dertien dagen waren er negen tropisch (> 30°C). Het begin van de hittegolf viel samen met laagwaterperiodes overdag en weinig bewolking, wat betekent dat de zon een direct effect had op de bodemtemperatuur. Op de Roggenplaat werden bijvoorbeeld temperaturen bereikt van 35°C op drie centimeter bodemdiepte. ’s Nachts koelde de bodem wel af, maar de temperatuur bleef hangen op ruim 20°C. De kokkels ondergaan dus flinke temperatuurschommelingen.

In het kokkelonderzoek werd op de locatie Roggenplaat de laagste sterfte gemeten (62%), terwijl de locaties Oesterdam en Dortsman zeer hoge sterftecijfers vertoonden (respectievelijk 94% en 92%).

Het type sediment lijkt verschil te maken. Zo warmde de locatie Oesterdam (slibrijk) minder snel op dan de Roggenplaat, maar koelde de bodem hier ook minder snel af tijdens de nacht. Zandige locaties (Roggenplaat) draineren het water mogelijk beter waardoor ze sneller opwarmen en ook weer sneller afkoelen. De temperaturen bleken minder hoog op te lopen als de locaties onder water stonden, waarschijnlijk door de bufferende werking van het koelere zeewater. Water houdt ook de directe instraling van de zon op het sediment tegen. De bodem zal daardoor minder opwarmen, maar ook minder afkoelen bij een lagere nachttemperatuur. Bij hoger gelegen gebieden (met langere droogvalduur) is er meer tijd om op te warmen, waardoor bodemtemperaturen hoog kunnen oplopen.

De gemeten sterfte leek samen te hangen met het aantal uren dat de temperatuur ’s nachts onder een bepaalde grens (23°C) dook. Op de Roggenplaat dook de temperatuur relatief een langere periode onder deze grens dan op de andere locaties. De onderzoekers vermoeden dat dit ook werd veroorzaakt door een betere doorlaatbaarheid van de bodem, waardoor het koelere zeewater bij vloed het sediment sneller afkoelt. De kokkels op de Roggenplaat hebben ‘s nachts waarschijnlijk meer tijd gehad om te herstellen van de extreme temperaturen overdag, zodat de uiteindelijke sterfte lager is geweest.

Bron: Wageningen University Research