Rijkswaterstaat in de lente: ‘We zijn het CBS van Rijkswaterstaat’

Gepubliceerd 21 mei 2021

Het voorjaar hangt in de lucht. Het is langer licht en de temperatuur loopt op. Dieren zijn uit hun winterslaap ontwaakt, vogels bouwen nestjes en knoppen van bomen en struiken ontluiken. Maar het wordt ook droger. Wat betekent deze drogere periode voor het werk van Rijkswaterstaat? We vragen het Paul Konings en Laurent Bongers, beiden Adviseur Netwerkmonitoring, van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland.

Paul Konings (60) werkt sinds 1988 bij Rijkswaterstaat. Collega Laurent Bongers (42) inmiddels zo’n 13 jaar. Vanuit de afdeling Netwerkmonitoring bekijken ze het functioneren van de netwerken van Rijkswaterstaat. Netwerken? Paul: ‘Ja, zo noemen we onze rijkswegen en vaarwegen die we beheren en onderhouden’.

Water vasthouden

In de lente start doorgaans een periode van droogte. Een rivier als de Maas kent dan een lage waterafvoer; er stroomt minder dan 104 m3/s (104 kuub per seconde) water door de Maas ten zuiden van Maastricht. De stuwen en sluizen zorgen al ongeveer een eeuw dat de rivier bevaarbaar blijft, ook bij lage afvoer. ‘Sinds 1911 zijn er gemiddeld 127 dagen per jaar dat er sprake is van lage afvoer’, vertelt Paul. ‘In zo’n periode houden we zoveel mogelijk water vast, zodat de scheepvaart door kan blijven gaan. Onze collega’s in het veld plaatsen extra schotbalken op de stuwen en gaan efficiënter schepen schutten. Het schutproces veroorzaakt namelijk veel waterverlies. Door de inzet van pompen bij bijvoorbeeld de sluizen Born en Panheel zorgen we dat het water op peil blijft.’

CBS van Rijkswaterstaat

Dat zijn dus vooral werkzaamheden van medewerkers in het veld, bij de stuwen en sluizen. Paul en Laurent bekijken het letterlijk en figuurlijk van een afstandje. Zij houden zich bezig met de overstijgende vraag hoe het komt dat we steeds meer rekening moeten houden met lage afvoeren. En wat de gevolgen zijn voor de netwerken van Rijkswaterstaat. Laurent: ’Onze taak is de toestand en het functioneren van de vaarwegen met haar sluizen en stuwen in de gaten te houden. We volgen de trends en zetten de gevolgen op een rijtje. Rijkswaterstaat verzamelt heel veel data en gegevens, die wij vervolgens aan elkaar knopen. We zijn eigenlijk een soort CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) van Rijkswaterstaat.’

Klantgericht werken

‘De 1e stap die we bij monitoring uitvoeren, is het checken van de kwaliteit van de gegevens’, gaat Laurent verder. ‘Data op basis van registratie is altijd gevoelig voor onvolledigheden, omdat het mensenwerk is. We proberen dan ook zoveel mogelijk geautomatiseerde data als bron te gebruiken, die verrijkt wordt met de menselijke blik. En we proberen alle systemen zo goed mogelijk te benutten. Neem bijvoorbeeld het besturingssysteem voor een sluis. Een operator drukt op een knop om een sluis te openen. Maar dit systeem is ook te gebruiken voor extra dataverzameling. Denk aan het vastleggen van storingen voor het meten van de staat van een elektromotor. Hierdoor kunnen we nauwkeuriger inschatten wanneer de motor uitvalt. Want dat wil je natuurlijk voor zijn. En zo kun je vervangingswerkzaamheden plannen in een rustige periode in plaats van een noodreparatie tijdens drukke scheepvaart. We gebruiken data dus om klantgericht te werken.’

Thermometer en 0800

‘Voor het verzamelen van data steken we figuurlijk een thermometer in onze waterkeringen’, vertelt Paul. Maar onderzoek bij gebruikers is ook een belangrijke bron van informatie. Paul: ‘Ook dat is een taak van Netwerkmonitoring. Hoe ervaart bijvoorbeeld een schipper onze vaarwegen? Daarvoor nemen we enquêtes en interviews af. En we gebruiken de input van onze landelijke 0800-informatielijn (0800-8002). Vragen, klachten, opmerkingen, complimenten, het zijn allemaal informatieve cadeautjes waar we wat aan hebben. We krijgen inzicht of gebruikers tevreden zijn of niet? En waarom? We duiden al deze informatie en kijken intern of wensen uitgevoerd kunnen worden. Dit is overigens tweerichtingsverkeer; gebruikers en partners nemen ook vaker zelf contact met ons op over bijvoorbeeld de gevolgen van droogte en de noodzaak om waterbesparende ideeën uit te voeren.’

Stresstesten

‘Een kijkje in de toekomst leert dat weersextremen vaker zullen voorkomen’, vertelt Laurent. ‘In het scenario van een snelle klimaatverandering is doorgerekend dat zomers zoals die van 2018 vanaf 2050 eens in de 3 à 4 jaar zullen voorkomen. We zullen er dus, ook in onze netwerken, meer mee te maken krijgen.’ Voor de langere termijn analyseert Rijkswaterstaat de gegevens van zogenaamde stresstesten. Hoe reageren bijvoorbeeld netwerken op lage afvoer, droogte en hitte als gevolg van klimaatveranderingen? Laurent: ‘Met zo’n test wordt de stabiliteit van onze systemen onderzocht met een zwaardere belasting dan gebruikelijk. Met als doel te zien wat er gebeurt en waar de grens ligt. We zetten deze informatie af tegen de trends en ontwikkelingen die we in het hier en nu buiten zien. We checken als het ware de verwachtingen. Zo zorgen we dat we goed voorbereid zijn op de toekomst. Wij zijn niet direct betrokken bij het ontwikkelen van de visie, maar dragen er zeker aan bij door het signaleren van toekomstige trends en ontwikkelingen.’

Bron: Rijkswaterstaat