Klimaatadaptatie in de praktijk: hoe?

Gepubliceerd 20 mei 2021

Welke maatregelen en gebruiksveranderingen zijn nodig om de effecten van klimaatverandering op landbouw en natuur op de hooggelegen zandgronden op te vangen? Hoe kunnen we deze maatregelen met elkaar tuitvoeren? Dit onderzoeken kennisinstellingen, regionale overheden en bedrijven in het project KLIMAP: Klimaatadaptatie in de praktijk. U kunt alle ontwikkelingen rond dit project nu volgen op de website www.klimap.nl

Klimaatverandering zorgt op de Nederlandse zandgronden voor veranderingen in het bodem- en watersysteem. Dit heeft gevolgen voor landbouw en natuur in deze gebieden. De toenemende verschillen tussen (extreme) droogtes en piekbuien met wateroverlast, confronteren ons met de opgave waar we voor staan. Gebieden blijken niet goed ingericht te zijn om de effecten van klimaatverandering op te vangen. Dit zien we bijvoorbeeld terug in droogteschades bij landbouwgewassen, een toenemende verdroging in natuurgebieden en lokale wateroverlast op landbouwpercelen tijdens piekbuien.

Project KLIMAP

In het vierjarige project KLIMAP (‘Klimaatadaptatie in de Praktijk’) kijkt een consortium van 24 partijen, waaronder STOWA, welke maatregelen kunnen bijdragen én welk gezamenlijk proces doorlopen moet worden om de Nederlandse zandgebieden aan te passen aan klimaatverandering. KLIMAP werkt tot eind 2023 aan procesbeschrijvingen en instrumenten die de overheden en actoren uit de regio helpen om de methodiek van zogenaamde ‘ontwikkelpaden’ te doorlopen. Met deze methodiek is het mogelijk om gezamenlijk stappen te zetten naar een klimaatadaptieve omgeving onder voortdurend veranderende omstandigheden. Ook ontwikkelen we in KLIMAP een menukaart waarin de effecten en haalbaarheid van verschillende typen maatregelen overzichtelijk in beeld komen.

Routekaart

Een routekaart geeft structuur aan het gehele proces en verbindt de verschillende KLIMAP-producten. In deze routekaart zijn zeven stappen onderscheiden die partners uit de regio met elkaar doorlopen. “We beschouwen het project KLIMAP als een proces van leren, participeren en implementeren,” vertelt Myrjam de Graaf, projectcoördinator van KLIMAP. “Want we staan allemaal voor een nieuwe uitdaging. Er is niet één handboek dat voorschrijft hoe we het bodem- en watersysteem zodanig kunnen inrichten dat het bestand is tegen alle effecten van klimaatverandering.

Wat wel duidelijk is, is dat we het samen moeten aanpakken: overheden, grondgebruikers, onderzoekers én bedrijven. Hoe we dit het beste kunnen doen, gaan we daarom ook verder uitwerken in dit project. We zien nu al dat we veel van elkaar kunnen leren, bijvoorbeeld door resultaten uit proefvelden te delen en te bundelen.”

Proefvelden

De partners toetsen en verfijnen de producten gedurende het programma in diverse projectgebieden, onder meer in de Noordelijke IJsselvallei (Gelderland) en rondom de Mariapeel en de Groote Molenbeek (Limburg). De kennis die nog ontbreekt over de effectiviteit van kansrijke maatregelen, wordt aangevuld met veldproeven, zogenaamde Living Labs. “Dit groeiseizoen zijn wij actief aan de slag op zo’n twintig locaties verspreid over de zuidelijke en oostelijke zandgronden. Zo monitoren we in Midden-Brabant het effect van wormen en diepwortelende kruiden in graslanden op infiltratie en het watervasthoudend vermogen van de bodem. Ook worden effecten van innovatieve technologieën als adaptieve stuwen, klimaatadapatieve drainagesystemen met subirrigatie en gestuurde druppelirrigatie gekwantificeerd”, aldus Annelies Balkema, adviseur beleid en innovatie bij Waterschap de Dommel en trekker van de veldproeven in KLIMAP.

De website van KLIMAP biedt inzage in de in KLIMAP opgedane kennis, de lopende activiteiten en de opgeleverde resultaten en producten tot nu toe, zoals de routekaart, een eerste uitwerking van de methodiek van ontwikkelpaden en een kijkje bij de verschillende veldproeven.

Bron: Stowa