Proef bij Lith met automatische beeldherkenning van trekvissen

Gepubliceerd 14 december 2020

Tot en met januari 2021 onderzoekt Rijkswaterstaat een nieuwe manier van monitoring in de vispassage bij Lith. Rijkswaterstaat zoekt met toepassing van verschillende technologische innovaties naar duurzame en visvriendelijkere manieren om de visstand in de rijkswateren te monitoren.

Uit deze pilot moet blijken of het inzetten van automatische beeldherkenning bij het monitoren van (trek)vissen voldoende potentie bezit voor de landelijke vismonitoring. De eerste beelden van trekvissen op camera zijn inmiddels beschikbaar.

Visstandbeheer en waterkwaliteit

Als beheerder van de rijkswateren moet Rijkswaterstaat net als andere Europese waterbeheerders jaarlijks rapporteren in hoeverre de ecologische toestand van het water voldoet aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Samen met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor het monitoren van de visstand in de rijkswateren, met name de grote rivieren, meren en kanalen. Daar kijken de onderzoekers naar soortsamenstelling en aantallen van soorten.

Voor de monitoring van de visstand maken Rijkswaterstaat en LNV al jaren gebruik van de beroepsvisserij. Die monitoring levert waardevolle informatie op over de visstand, met name over zeldzame soorten als de zalm. Door nieuwe regelgeving vielen echter vanaf 2011 vislocaties weg en moest de inzet van de beroepsvisserij stoppen. Hierdoor is de informatie die deze vorm van monitoring opleverde niet meer gewaarborgd voor de toekomst. Ook daarom is Rijkswaterstaat genoodzaakt om naar nieuw oplossingen te zoeken.

Innovatieve technieken

Eddy Lammens, bioloog bij Rijkswaterstaat en projectleider van de pilot bij Lith: ‘Wij zien het liefst dat het tellen gebeurt zonder dat de vissen in een fuik belanden en ze ongeschonden hun paaigronden kunnen bereiken. Wij zoeken daarom al geruime tijd naar kansrijke nieuwe, kosten-efficiënte technieken voor de vismonitoring in onze rijkswateren. Daarom hebben wij Wageningen Marine Research (WMR) gevraagd om automatische beeldherkenning bij vismonitoring te onderzoeken.’

Automatische beeldherkenning en analyses

De techniek om vissen te identificeren via camera’s en bijbehorende software is de laatste jaren sterk verbeterd. Dat biedt op termijn misschien de mogelijkheid om de huidige metingen met netten aan te vullen of te vervangen door camerasystemen. WMR heeft het bedrijf KBTS opdracht gegeven het camera onderzoek uit te voeren. Hun camerasysteem kan vissen geautomatiseerd herkennen. Ook kan het systeem grote hoeveelheden data verwerken en analyseren.

Vispassage Lith

Als pilot voor de potentie van automatische beeldherkenning is de vispassage bij Lith in de Maas gekozen. Op deze locatie kan KBTS/WMR de camera zo plaatsen dat ze zowel heen- als teruggaande vissen kunnen registreren. Gedurende 3 maanden filmt een onderwatercamera de passerende vissen. Inmiddels zijn de 1e vissen, waaronder een zalm, de camera gepasseerd.

Prachtig om te zien en een positief resultaat van de inspanningen om deze soort weer terug te krijgen in de Nederlandse rivieren. Deze zalm zal verder stroomopwaarts de Maas op zwemmen om te paaien. Mooi om te zien dat deze vis de vispassage heeft gevonden en gebruikt. Met dit project kan Rijkswaterstaat beoordelen waar we staan met deze techniek. Visserij Service Nederland (VSN) controleert het systeem en de resultaten steekproefsgewijs op nauwkeurigheid met behulp van een fuik. Deze blijft in de onderzoeksperiode een maand achter de camera staan. VSN zal de gevangen vis tellen en meten, alsook bijzondere vissen fotograferen voor die controle.

Opgeleverde data

De vastgelegde camerabeelden moeten Rijkswaterstaat inzicht bieden in de geautomatiseerde herkenning van onder andere vissoorten, zwemrichting, aantallen en lengte van de vissen. De gegevens worden verwerkt in een rapport. Ben Griffioen, bioloog bij WMR: ‘De gegevens die we verzamelen, zullen een goed beeld geven van de effectiviteit van het systeem. Zo is het de vraag of de software het oog van een ervaren beroepsvisser zomaar kan vervangen. Bijvoorbeeld als het gaat om subtiele verschillen tussen vissoorten of stadia van volwassen zijn bij specifieke soorten’.

De resultaten uit deze pilot zullen doorslaggevend zijn voor mogelijk verder onderzoek. Eddy Lammens: ‘Als deze pilot zicht biedt op een bredere toepassing, zullen wij dat verder onderzoeken. De volgende vraag is dan op welke andere plekken het technisch goed realiseerbaar is om een efficiënte vis geleidende opstelling te realiseren. Plekken die de vissen eveneens ongeschonden naar de camera leiden’.