Rijkswaterstaat in de winter: ‘Droge voeten houden en meer natuur om van te genieten

Gepubliceerd 9 december 2020

Vroeg donker, een dalende temperatuur en stamppot op het menu. Het is duidelijk, de winter klopt op de deur. Een periode van sneeuw, ijzel en storm. En hoogwater op de Nederlandse rivieren. Met kans op overstromingen.

In de jaren 90 ging het een aantal keer flink mis. De Maaswerken moesten daar verandering in brengen. We spraken met omgevingsmanager Gaston Claassens van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland. Hij werkt sinds 1998 voor Rijkswaterstaat en is als omgevingsmanager betrokken bij de realisatie van de Maaswerken. ‘We hebben de rivier ruimte gegeven.’

De overstromingen van ’93 en ‘95

De Maas is een grillige rivier waar het water snel in kan stijgen. Zeker in een smal rivierbed waar het water maar een kant op kan: omhoog. Dat was de situatie tijdens het hoogwater van kerst 1993. Claassens: ‘Het water in de rivier steeg binnen 48 uur maar liefst 2,5 m en stroomde de omringende dorpen binnen. Tuinen stonden blank en het water liep de huiskamers in.’ In januari 1995 stijgt de Maas opnieuw tot recordhoogte en treedt de rivier buiten haar oevers. Ruim 200.000 inwoners van Limburg, Brabant en Gelderland moeten geëvacueerd worden. Opnieuw is de materiële schade enorm. ‘Ja, die momenten staan bij menig Limburger in het geheugen gegrift’, vertelt Gaston, die zelf niet ver van de Maas woont.

Maaswerken een feit

Het was duidelijk dat er iets moest gebeuren. In februari 1995 presenteerde het kabinet Kok het Deltaplan Grote Rivieren. Met als belangrijkste ingrediënten voor de Maas grindwinning en natuurontwikkeling in de Grensmaas, zomerbedverlaging en zandwinning in de Zandmaas tussen Roermond en Mook en de aanleg van 60 kilometer kade. De Maaswerken waren een feit.

Hoe meer ruimte, hoe lager de dijken

Om de hoogwaterveiligheid te verbeteren zijn er in feite 2 opties: of je vergroot het rivierbed zodat de waterstand bij hoogwater daalt of je bouwt dijken langs de rivier waar het water niet overheen kan. Die 2 elementen samen bepalen het beschermingsniveau. Claassens: ‘Hoe meer ruimte de Maas heeft, hoe lager de dijken kunnen blijven. Dat is niet alleen wenselijker voor het uitzicht, maar ook veiliger. Daarom is het beleid in Nederland erop gericht te verruimen waar het kan en dijken aan te leggen of te versterken waar het moet. Dat principe is dus ook bij de Maas toegepast.’

Zichtbare maatregelen

Sommige ingrepen zijn duidelijk zichtbaar. Claassens: ‘Kijk maar naar de Maas bij Borgharen en Itteren vóór De Maaswerken en nu. De uiterwaarden zijn daar verbreed van circa 60 naar 300 meter door Consortium Grensmaas. En Visserweert ligt na aanleg van de hoogwatergeul op een eiland, wat ook bij Maasband staat te gebeuren. De aanleg van de hoogwaterbrug in aanbouw is goed te zien.’ Langs de hele Grensmaas is de kans op een overstroming nu al 5 keer zo klein geworden. Daarmee is in 2017 de formele veiligheidsdoelstelling behaald.

Hoogwatergeulen

Een ander onderdeel van de Maaswerken zijn de hoogwatergeulen in de Zandmaas bij Lomm en Well-Aijen. Deze stromen bij wassend water mee met de Maas. Claassens: ‘Als deze geulen helemaal klaar zijn over enkele jaren, zullen ze uiteindelijk bij hoogwater nog meer centimeters waterstandsdaling op de Maas gaan opleveren.’ Andere ingrepen voor rivierverruiming zijn onzichtbaar van buitenaf, maar hebben zeker net zoveel impact. ‘Zo hebben we het midden van de Zandmaas op drie plekken verdiept: tussen Grave-Ravenstein, Gennep-Grave en Venlo-Arcen. En bij Horn en Heel zijn overloopgebieden aangelegd.’ Bij hoogwater kan water uit de Maas en het Lateraalkanaal in deze retentiebekkens (gebieden speciaal ingericht voor overtollig water) lopen en daar tijdelijk worden vastgehouden. Het waterpeil bij Roermond daalt dan met zo’n 15 cm. Bekijk op de pagina Maas de animatie over hoogwater en lage afvoeren in de Maas.

Wat vinden de Maasbewoners van al die ingrepen?

Claassens: ‘Droge voeten houden en ook nog eens meer riviernatuur erbij krijgen om van te genieten. Hoe mooi is dat? Alleen het Grensmaasproject heeft al honderden hectares aan bloeiende nieuwe natuur opgeleverd, zowel aan Nederlandse als Vlaamse kant. Ik woon zelf in de buurt van dit Rivierpark Maasvallei en geniet erg van de omgeving met mijn gezin. Extra bijzonder om zelf van zo dichtbij mee aan de Maas te mogen werken. Begin 2016 hebben we een onderzoek naar de veiligheidsbeleving van de Maasdalbewoners laten uitvoeren. Zij gaven de hoogwaterveiligheid gemiddeld een ruime 8. Men voelt zich een stuk beter beschermd.’ Toch is het werk aan de Maas nooit af. De verwachting is dat de klimaatverandering een grotere kans op flinke hoogwaters met zich meebrengt, net als langere periodes van heel lage aanvoeren. Dat brengt weer nieuwe uitdagingen voor het waterbeheer met zich mee. Via het Deltaprogramma en de aanpak Integraal Riviermanagement sorteert Nederland hierop voor. ‘Moeder Maas zal dus nog wel vaker van gedaante veranderen in de toekomst.’Bekijk de verzamelpagina met alle factsheets van De Maaswerken.

Internationale belangstelling

De internationale belangstelling voor het project Grensmaas is groot. Het Consortium Grensmaas ontving zo’n 30 nationaliteiten, waaronder:

  • Delegaties journalisten uit Brazilië, India, Irak, Australië, Verenigde Staten, Spanje, Italië en Polen.
  • Bestuurlijke delegaties uit Duitsland, België, Frankrijk, China, Koerdistan, Oekraïne en Kazachstan.
  • Maar ook scholen uit Polen, België, Duitsland en natuurlijk Nederland. Tientallen studenten van mbo, hbo en universiteit hebben het project Grensmaas als afstudeerproject gekozen.

Bezoekers zijn vooral onder de indruk van de vernuftige combinatie van hoogwaterveiligheid, natuurontwikkeling en delfstoffenwinning. En van de manier waarop het Consortium de bewoners betrekt bij het project. Voor dit omgevingsmanagement ontving het Consortium op 12 november 2020 tijdens het jaarlijkse Nationale Deltacongres de prijs ‘Het Zonnetje’ als aansprekend voorbeeld voor andere hoogwaterveiligheidsprojecten.

Eerder kon je al lezen over ‘regenrivier’ de Maas en hoe we de waterstanden goed in de gaten houden.

Bron: Rijkswaterstaat