Data-innovaties bij vismetingen

Gepubliceerd 30 oktober 2020

Interview

Traditionele meetmethoden gaan mogelijk plaats maken voor innovatieve technieken. Al jaren zorgt Rijkswaterstaat in samenwerking met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) met een slim meetnet voor het nauwkeurig meten van de visstand in onze rivieren en meren.

‘Ook striktere voorwaarden dwingen ons om tot innovaties te komen.’

Visstand voor waterkwaliteit

Rijkswaterstaat is, als beheerder van de rijkswateren, verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. Onze wateren moeten aan de kwaliteitseisen te voldoen die zijn vastgelegd in de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Daarom controleert Rijkswaterstaat voortdurend de waterkwaliteit via verschillende meettechnieken. De flora en fauna, waaronder de visstand zijn belangrijke indicatoren voor de waterkwaliteit. Samen met het kennisinstituut Wageningen Marine Research (WMR), dat in opdracht van LNV werkt, zorgt Rijkswaterstaat voor het monitoren (meten) van de visstand in de rijkswateren. Dat wil zeggen: de soortsamenstelling en de hoeveelheid vissen.

Traditionele metingen

Tot 9 jaar geleden deed Rijkswaterstaat een appèl op de beroepsvisserij bij het monitoren van de visstand. ‘De vissers hadden namelijk bijna het hele jaar door op veel verschillende plaatsen in het water, fuiken staan. Wij konden hen tegen relatief lage kosten laten bijhouden welke vissoorten er passeerden,' vertelt Gerrit Vossebelt senior adviseur, monitoring biologische waterkwaliteit. ‘Een andere traditionele vorm van monitoring gebeurt met een boomkor en met elektro-visserij. Met de laatste 2 technieken halen wij vooral de veel voorkomende soorten omhoog. En met fuiken, die maanden lang staan, vangen we ook de zeldzame soorten.'

Maar door nieuwe regels moesten de beroepsvissers hun hulp bij het monitoren staken. ‘De Aalverordening (in 2007) verkortte de periode waarin fuiken in de wateren mochten staan. Als gevolg van de Dioxineverordening (2011) mochten beroepsvissers hun paling (uit de grote stromende wateren) niet meer op de markt brengen. Zo was ‘meeliften’ met de beroepsvisserij tegen beperkte kosten geen optie meer en ontstond er een gat in ons meetnet.’

Data-innovaties visvriendelijker

Rijkswaterstaat moest op zoek naar aanvullende technieken voor het meten van de visstand. ‘De striktere voorwaarden van de Aalverordening en Dioxineverordening dwingen ons tot innovatie’, vertelt Eddy Lammens, senior-adviseur en specialist bij Rijkswaterstaat en informeel vaak ‘de visspecialist’ genoemd. Rijkswaterstaat stelt elk jaar een prioriteitenlijst op van innovaties die verder ontwikkeld moeten worden. 2 innovaties die kansrijk zijn voor de monitoring van soortensamenstelling van vissen zijn Environmental DNA (e-DNA) en onderwater beelden met Artificial Intelligence (AI).

Environmental DNA

‘Bij de methode Environmental DNA (e-DNA) vergelijken we stukjes DNA die de vis via de huid, slijm en uitwerpselen loslaat in het water, met het DNA van bekende vissen. Zo kunnen we vaststellen welke soorten er voorkomen’, vertelt Lammens. ‘Een veelbelovende en visvriendelijke manier. Je hoeft de vis niet vast te houden, dus de kans dat de vis beschadigt of het niet overleeft neemt af. Een nadeel is dat je niet weet hoe groot de vissen zijn, hoeveel het er zijn en of het mannetjes of vrouwtjes zijn. Bovendien kan het beeld vertroebeld worden door geloosde etensresten (bijvoorbeeld zalm of ansjovis). Dus je meetresultaten zijn beperkter.’

De e-DNA-techniek ontwikkelt zich snel. Vossebelt: ‘De waterschappen gebruiken het al in de kleinere wateren. Het is daar een bewezen en operationele techniek. Het idee is om e-DNA routinematig te monitoren in de grote stromende wateren. Daarvoor hebben we nu onderzocht op welke manier we dat gaan doen. Ook hebben we een 1e kosten-baten analyse gemaakt van deze nieuwe methodiek.’

Artificial Intelligence

Een andere kansrijke innovatie om vismigratie te monitoren, is het gebruik van automatische beeldherkenning. Bij deze innovatie trainen we software om vissoorten te herkennen. Zo kun je een ‘nepfuik’ maken, met een camera in de opening gemonteerd. De software herkent en registreert de vissen die met behulp van schutwanden naar de opening geleid worden en geeft een overzicht van wat er langskomt. De vis wordt hierbij dus niet beschadigd.

Vossebelt: ‘De grote uitdaging, ook bij deze techniek, is dat we voor de Kaderrichtlijn Water per waterlichaam een oordeel over de soortensamenstelling geven. Deze techniek is momenteel nog te duur om op alle locaties toe te passen. Iedere fuik met camera heeft elektriciteit nodig en een ponton. Om dergelijke installaties op alle gewenste locaties te kunnen plaatsen is een verdere kostenreductie nodig.’

Van oud naar nieuw overbruggen

Hoe vindt de aanvullende monitoring plaats in de periode waarin traditionele monitoring niet meer volledig plaats kan vinden en de nieuwe technieken om breed te monitoren nog niet ‘af’ zijn? Lammens: ‘WMR monitort voor ons in het kader van de Aalverordening nog met fuiken bij de in- en uitgangen van het land (zoals Haringvliet, Nieuwe Waterweg, Afsluitdijk, Lobith en Belfeld) en RWS huurt eens in de 3 jaar beroepsvissers in om op 3 tussenliggende locaties te monitoren. WMR brengt voor ons en het ministerie van LNV alle data bij elkaar in 1 rapportage zodat wij kunnen laten zien hoe het met de visstand in onze wateren, dus ook indirect met onze waterkwaliteit, is gesteld.’

Bron: Rijkswaterstaat