Natuurherstel in de rivieren heeft onderhoud nodig

Gepubliceerd 28 oktober 2020

Natuurherstel in de grote rivieren begint na ongeveer vijftien jaar zijn effectiviteit te verliezen. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) in samenwerking met Rijkswaterstaat naar de soortenrijkdom en hoeveelheid van typische riviervissen. Om deze natuurwaarden te behouden zouden daarom de nevengeulen, zijwateren van de rivier, regelmatig opnieuw moeten worden uitgebaggerd.

'Nevengeulen zorgen ervoor dat riviervissen een plek hebben om zich voort te planten en de jonge visjes kunnen opgroeien', vertelt Twan Stoffers, die als promovendus het onderzoek aan riviervissen uitvoert. Hij heeft daarvoor alle bekende gegevens van riviervissen van de laatste dertig jaar op een rijtje gezet en opnieuw geanalyseerd. Stoffers: 'Stromend water is het belangrijkste voor het opgroeien van jonge riviervissen. Als dat er is dan zijn vaak de andere omstandigheden ook in orde.'

Houdbaarheidsdatum

De belangrijkste reden waarom de kwaliteit van de nevengeulen geleidelijk afneemt is dat ze na hun aanleg langzaam volslibben en dichtgroeien, waardoor de stroming afneemt en de kwaliteit van de leefomgeving voor riviervis verslechtert. Spontaan herstel door overstromingen treedt niet meer op en nieuwe nevengeulen ontstaan ook niet meer spontaan, zoals in natuurlijke riviersystemen wel het geval is. Het vermoeden bestond al veel langer dat dit misschien een reden was waarom de populaties van riviervissen in Nederland klein bleven.

Uit het onderzoek dat is gepubliceerd in Science of the Total Environment (STOTEN) blijkt inderdaad dat er een 'houdbaarheidsdatum' zit op aangelegde nevengeulen. 'Eigenlijk is het heel hoopvol', zegt Stoffers, 'Het aanleggen van nevengeulen zorgt er inderdaad voor dat we weer typische riviervissen als sneep en barbeel zien, maar we weten nu ook dat we deze kraamkamers moeten onderhouden'.

Kraamkamers voor riviervis

Grote rivieren vormen onder natuurlijke omstandigheden zelf voortdurend nieuwe vertakkingen, bijvoorbeeld door overstromingen. Na verloop van tijd verdwijnen ze ook weer als ze dichtslibben of droogvallen. Deze dynamische omgeving is ideaal voor het opgroeien van jonge riviervis. Omdat onze rivieren tegenwoordig gereguleerd worden voor veiligheid en scheepvaart is die dynamiek weg en moeten nevengeulen door de mens worden uitgegraven om vooral de jonge riviervissen een geschikte leefomgeving te bezorgen.

In de afgelopen droge zomers hebben de onderzoekers ervaren dat zoet water in toenemende mate een schaarse hulpbron wordt. Een aantal keren moesten delen van het veldonderzoek worden gestaakt, omdat er gewoonweg geen water in een aantal geulen stond. Het belang van ecologisch gezonde grote rivieren kan daarom niet worden onderschat. 'Dit onderzoek is een bescheiden stap', zegt Stoffers, 'Maar kan hopelijk wel een bijdrage leveren aan een beter beheer van de rivieren voor mens en natuur'.

Dit is een onderzoek van Wageningen University & Research in samenwerking met Rijkswaterstaat.

Bron: Wageningen University & Research